Aanpassing website

Zoals je wellicht merkt is het hier behoorlijk leeg geworden. Ik ben rustig aan het werken aan een nieuwe site. Kom dus later nog maar eens terug.

Wandelweekend in de Duitse Eifel en Hoge Venen met overnachting in de jeugdherberg van Ovifat.

  • Zaterdag 23 februari: Einruhr, Kamp Vogelsang, Wollseifen (het verlaten dorp), Urfttalsperre, Rastplatz Paulushof, Rursee, Einruhr.
  • Zondag 24 februari: Ochtendwandeling door de weinigslapers via de Ghaster naar de Bayehon en de Cascade de Bayehon en… dagwandeling Kalterherberg, Kamp Elsenborn, Hohe Mark, Perlenbach, Perlenbachtalsperre, Kalterherberg.
  • Deelnemers: Annemie, Frank, Luc, Marleen, Lambert, Cecile, Kareltje, Ben, Heleen, Kristien, Thomas, Piet, Johannes, Winnie, Lieven, Bert, Wim, Kim, Annelies, Hendrik en de openluchtslaper.
  • Bezie al mijn foto’s (klik op de “i” in het midden van de foto voor de commentaar).

De sloebers zijn er al vandoor wanneer ik in Einruhr aankom, een klein dorpje in de Duitse Eifel aan de Rursee. Goed, ik ben dan ook zelden op tijd. Zonder echte wandelkaart op zak probeer ik in te halen. Gelukkig weet ik ongeveer waar ik naartoe moet. Via een steile klim gaat het al direct het dorpje uit en de bossen in. Hogerop aan de rand van het plateau met nog mooie uitzichten op Einruhr en het dal beslis ik om het pad te verlaten en maar door de struiken en bossen het Kamp WollseifenVogelsang op te zoeken. Al snel kom ik in het open plateaulandschap uit met overal sporen van wroetende everzwijnen. Ik volg een onduidelijk weggetje tot ik op een duidelijke gemarkeerde wandelweg aankom. Een bord vertelt me dat het strikt verboden is de gemarkeerde paden te verlaten in het natuurreservaat. Veel natuurreservaat vind ik er anders toch niet aan. Verderop lonkt Wollseifen al. Dit dodendorp bestaat eigenlijk niet meer. Vlak na WOII zijn de bewoners verplicht uit hun huizen gezet geweest, maar het dorp werd niet afgebroken. Later werden er nog militaire barakken geplaatst en vandaag is het wat mij betreft vooral een interessante tip om eens te komen bivakkeren in één van de lege woningen als je op trekking bent door de regio.

Wanneer ik dan in het dorp aankom lopen er plots groepjes blinde stakkers voorbij. Is dit weer een bewijs dat wandelen in groep vooral naar de grond gapen is en bezig zijn met elkaar en dat observeren op de tweede plaats komt? We zullen eens zien hoe lang het duurt voor iedereen mij heeft gezien. Goed, vervolledigd lopen we verder. Voor Bert en Lieven duurt het welgeteld 1.8km voor ze het door hebben.

UrfttalsperreEn dan komen we bij de Urfttalsperre. Infopanelen vertellen ons dat deze oude stuwdam werd gebouwd in 1905 en daarmee in die tijd meteen de grootste stuwdam was op het hele Europese continent. Het infopaneel met de juiste werking van de dam wordt minder goed begrepen, maar kom we zijn dan ook geen ingenieurs.

Wanneer we weer hogerop klimmen door het bos geraken we even een stuk van de groep kwijt. Een klein misverstandje zorgt ervoor dat we wat later aan de middagpauze kunnen beginnen. Dikke vette worsten krijgt iedereen geserveerd, of tenminste diegene die er niet vies van zijn, hé Wieke. En als Annelies haar dagelijkse krijs nog eens heeft uitgeslagen kunnen we weer beginnen met stappen.

EifelblickZo komen we na een tijdje aan de tussenstuw uit van de Rursee en klimmen vervolgens weer door bossen verder richting Einruhr. Daar komen we niet echt veel later weer aan nadat Wim, Henrik en ik nog even een portie Eifelblick meepikken.

’s Avonds in de jeugdherberg krijgen we heerlijk eten voorgeschoteld (ja mensen, foutjes kunnen vergeven worden hé). Daarna spelen we twee partijtjes weerwolven. Ik ken het spelletje niet. Zo te horen is het iets voor echte sluwe vossen. Tja, dan is het niet moeilijk dat ik het laatste win. Tot slot voert de harde kern nog diepe serieuze gesprekken wanneer de oudjes en kleintjes al lang naar bed zijn. Wim, Hendrik, Thomas en ik komen dan nog eens op het ingenieuze idee om morgen vroeg op te staan om voor het ontbijt nog naar de waterval van de Bayehon te lopen.

Cascade de BayehonEn zo gezegd zo gedaan. De volgende ochtend na slechts een paar uurtjes nachtrust wek ik om half zeven de rest. Thomas gaat echter niet mee. Hij is deze nacht ziek geworden. Buiten is het nog donker en hangt er een dikke mist. We zoeken eerst de Ghaster op, een mooi zijbeekje van de Bayehon. We volgen het riviertje over slijkerige paden langs de oever stroomafwaarts tot de monding in de Bayehon. Hier lopen we tegen de stroming in naar de Cascade de Bayehon. Deze 7m hoge waterval is de tweede hoogste natuurlijke waterval van België (de Cascade de Reinhardstein zou naar het schijnt nog hoger zijn). We nemen de tijd om heel wat foto’s te nemen en keren dan terug naar Ovifat via de alpijnse skipistes welke meer een historische site lijken dan nog hedendaags te zijn.

PerlenbachNa het ontbijt rijden we naar Kalterherberg, een dorpje net over de grens met geweldige kathedraal. Thomas raapt alle moed bijeen en loopt ziek met ons mee. De eerste uren moeten we het vooral van de prikkeldraadoversteken hebben en de spanningen op het militair domein want het landschap ligt nog steeds nevelig verzonken onder de grijze lage wolken. Maar dan komen we bij de Perlenbach uit. Dit veenriviertje heeft niet zo’n groot verval in tegenstelling tot de veenriviertjes in de Belgische Hoge Venen. Daarom kronkelt het in zijn bovenloop mooi doorheen een open valleitje en heeft het toch een ander zicht dan wat we van een veenriviertje gewoon zijn. Een eindje verder komen we bij de rotspilaren nabij de Galgenberg uit. Hier houden we de middagpauze met verplicht bezoek op de rotsen voor het mooie uitzicht over de vallei. De zon komt ook al even piepen, maar het duurt nog een tijdje voor ze al die grauwe troep helemaal krijgt weggebrand.

PerlenbachTijdens de namiddag blijven we de Perlenbach stroomafwaarts volgen en betreden we opnieuw Duits grondgebied. Voorbij het stuwmeer volgt er dan even een stukje wild bos- en erflopen met weer de nodige prikkeldraadoversteken. Niet veel verder staan we weer in Kalterherberg waar we nog een plaatselijk cafeetje binnen duiken en van elkaar afscheid nemen. En zo is het derde geslaagde Menten travel weekend alweer een feit.

Omdat de Nietsnutten Maatschappij der Belgische Spoorwegen ons verhinderde om deftig aan de rand van de Hoge Venen te geraken, poelden we op de kar. En vermits dit toch véél sneller gaat pikten sommigen nog even een bezoekje aan het Atomium mee om vervolgens de lange mannen uit het verre noorden op te pikken. Verenigd in de hoofdstad van het oostelijke kanton scheurt de horde zich doorheen de straten op zoek naar de Vesderbeek. KutenhartDe intrede in het Hertogenwoud speelt zich tijdelijk af langsheen het bruin schuimende bierwater. We hebben echter nog geen grote dorst, maar eens een stuk langs de donkerleffe Getzbach wordt de verleiding toch te groot. We gooien onze zakken af en zuipen en eten onze magen vol. Vervolgens klimmen we de vallei uit en doorkruisen de venen van Kutenhart waar stoere krijger Nico voor het eerst de problemen ondervindt van zijn lichtgewicht warriorboots. Een pas geboren zijbeekje van de Eschbach noopt ons tot waterploeteren. We hadden de krijger er nog zo nadrukkelijk op gewezen om op sletsen te komen.

Over een door everzwijnen opengereten brandgang naderen we de echte Eschbach. Allemaal tonen we onze evenwichts- Eschbachen springkunsten om aan de andere oever te geraken. Langzaamaan dalen we doorheen het zachte valleitje langsheen de beek verder en ruilen de venen weer in voor het Hertogenwoud. Niet veel verder staan we weer frontaal voor de brugloze Eschbach. Krijger Nico laat ons nu voor de eerste maal zien wat voor een harde gast hij wel niet is en Willem, specialist in gebergteoversteken, toont dat hij met bekenoversteken evenmin de minste moeite heeft. Het duurt niet lang meer of we komen weer bij het schuimende bier in de Steinbach. Dit moet natuurlijk weer gevierd worden met een ruime pauze zodat we nog eens genoeg vocht doorheen onze slokdarm kunnen kappen.

Een eind hogerop zeggen we de Steinbach vaarwel en stomen nog even voort langsheen onbekende Steinbachveenlantaarns tot we nabij de Ruïnes van het Reinartzhof een maagdelijke schuilhut binnentreden. Gore textiele spullen worden bovengehaald en aangetrokken want boven ons zijn ze slecht gezind geworden. De kaart wordt nog even bestudeerd en opgeluchte zuchten weerklinken bij de ontdekking dat we nog slechts een kleine 6 kilometer marcheren voor de boeg hebben tot we op het bed van Keizer Karel kunnen gaan liggen.

Wanneer we in druilende omstandigheden de venen van Kutenhart opnieuw doorkruisen acht de oudere wijze man in het gezelschap zijn tijd gekomen om de jeugd eens voor even op de plankjes te laten zien wat hij nog in zijn botten heeft. Het peloton wordt uiteen gereten. Enkel Tim kan met zijn lange halen nog volgen. Langs het Allgemeines Venn wordt het voor ons allen met de kop in de grond afzien. Het hemelwater gonst zonder medelijden naar beneden.

En dan staan we aan de noordrand van het Brackvenn. We verkiezen weer de plankjes, maar erg wordt er niet meer Schuilhutomgekeken. Een eind verder kruipen we weer uit het veen en lopen nog een stukje door tot we aan de Charel zijn stenen bed de meest perfecte plek vinden die we ons maar kunnen toewensen. Meteen bezetten we de schuilhut en proppen het tafeltje vol met zowat alle types aan branders die er maar bestaan. Voor mezelf gaat het allemaal niet zo snel. Als een sukkelaar brand ik nog mijn merkteken in het hout van de tafel.

Na het avondmaal poten we nog net voor het donker onze bivakhuizen neer aan de andere kant van den draad en keren dan terug naar het schuilhuthoofdkwartier waar we in de ingetreden nachtelijke duisternis onze straffe verhalen boven halen. Op de achtergrond klinkt nog steeds gedruppel en gewaai, af en toe in de verte eens doorbroken door een vreemd aanhorend gebrul. Wat kan dat zijn? We zijn echter absoluut niet in paniek want krijger Nico heeft beslist om deze nacht voor den draad te blijven en de schuilhut met onze spullen te bewaken. Na de avondwas kruipen we achter den draad naar onze Hillebergs, Vaude en Helsport bastionnen en een enkeling naar zijn afdak. Nee, Mütze nich, die hebben we niet bij. Nico legt zich neer in de hut, met de tafel neergelegd als barricade tegen het onheil.

’s Nachts worden we meermaals wakker van het monsterlijk gebrul dat constant weerklinkt aan de andere kant van den draad. Zouden ze Nico gaan verkrachten? Ik werp eens even een blik naar buiten maar kan niks ontwaren in de mist. We proberen maar verder te slapen en hopen dat Nico ze kan afhouden tot zonsopgang.

’s Ochtends keren we terug naar het hoofdkwartier en treffen er Nico schijnbaar morsdood aan. Maar gelukkig, kunnen we hem nog wekken uit zijn diepe slaap.
- “Wat was dat toch allemaal deze nacht jongen? Zijt ge aangevallen geweest?”
- “Euh, aangevallen? Ik heb altijd liggen maffen.”
Weer staan we verbaasd hoe cool en bescheiden hij weer niet blijft na zijn succesvolle nachtelijke verdedigingsstrijd tegen die brullende monsters om te verhinderen dat ze den draad over zouden zijn gestoken. We waren er misschien geweest zonder onze Nico.

BrackvennOpgelucht ontbijten we aan de hut nadat we onze tenten al hebben afgebroken in de optrekkende mist. De zon begint te schijnen, de laatste mooie dag breekt aan. In de ochtendgloed trekken we weer door het Brackvenn, maar dit keer naar het zuiden. Pamfletten vertellen ons dat volgende week de jacht begint. ‘t Zal tijd worden, er zitten al veel te veel monsters. Het zuidelijke deel van het Brackvenn wordt door velen van ons als hoogtepunt gebombardeerd. We wanen ons in een ongeschonden polair veenlandschap ergens hoog boven de poolcirkel. De laag over razende wolken maken de sfeer compleet.

SpoorbachMaar een eind verder moeten we vaarwel zeggen tegen het Brackvenn. Het duurt echter niet lang of we vinden een doorgang naar het verborgen zompige spoor langsheen de Spoorbach. Is het daarom dat deze veenbeek zo noemt? Al snel komen we te Herzogenhügel uit waar we iets voorbij de radioactieve waterbron ons neerploffen aan de overbekende doorwaadplek van de Helle. Hier houden we een lange middagpauze en inspecteren het bier in de Helle.

Middagpauze HelleTijdens de namiddag trekken we weer langzaamaan doorheen het Hertogenwoud verder noordwestwaarts langsheen de Helle. Nu wordt het ons duidelijk dat Nico toch een zware nacht heeft doorstaan. Hij moet vaak lossen. De monsters hebben blijkbaar nog net zijn voeten kunnen verwonden. In elk geval, zonder noemenswaardige kleerscheuren geraken we weer in Eupen waar ons fantasierijk wandelavontuur plaats maakt voor bier op een zonnig terrasje. De spannende clubhike doorheen de Hoge Venen zit er weeral op.

Helle

De gevolgde route

Zaterdag 29 september:
Eupen, over GR15 langs Eupen stuwmeer, Getzbach en Nazsief, GR15 verlatend aan Nazsief, verder doorheen Kutenhart over de westelijke plankjes, langs de Eschbach naar de Steinbach, Steinbach stroomopwaarts volgend, langs de Ruïnes van het Reinatzhof weer Kutenhart door over de oostelijke plankjes, GR15 weer volgend langsheen de rand van het Allgemeines Venn, over de noordelijke plankjes in het Brackvenn naar Kaiser Karls Bettstatt. “Legale” bivakmogelijkheden net op Duits grondgebied.
Afstand: 25.5km

Zondag 30 september:
Van de Kaiser Karls Bettstatt weer het Brackvenn in over de oostelijke plankjes, over het verborgen pad langs de Spoorbach naar Herzogenhügel en van hieruit GR573 stroomafwaarts langs de Helle tot weer in Eupen.
Afstand: 23.5km

De clubhikers

De deelnemers waren: Tim, Jonas, Willem, Nico, Ivo en mezelf.

De foto’s

Mijn foto’s van het gebeuren kan je hier bekijken.

Vrijdag 24 augustus 2007 : Gouvy – Troisvierges

15,5km – 3h15
Aantal tegengekomen wandelaars: 0

Omstreeks vijf uur in de namiddag kom ik aan in Gouvy. Nog even de resterende inhoud van mijn fles water naar binnen kappen en ik begin eraan. Eerst over asfalt de dorpskern uit om dan vervolgens een harde steentjesweg te nemen die me verder doorheen glooiende weiden en kleine bossen brengt waar ik ondermeer de Oostelijke Ourthe nog oversteek. Niet veel verder beland ik weer op het asfalt en loop een tijdje over de Belgisch-Luxemburgse grens verder met een behoorlijk uitzicht op Gouvy. Dan daalt het kort af naar Wathermael. Dit piepkleine dorpje met zijn mooie vijver aan de kerk is het laatste Belgische dorpje op de GR57. Buiten een boer met tractor zie ik geen mens. Na het dorpje trek ik de Navelberg over doorheen een klein bos en beland zo voorgoed in het Groothertogdom Luxemburg. Burrigplatz bij HuldangeOver smalle landelijke asfaltwegen kom ik al snel weer in het eerste dorpje uit, Huldange. Het contrast met de Waalse dorpjes is erg opvallend. Chique huizen, moderne boerderijtjes… en bijna iedereen rijdt hier met een luxueuze jeep, BMW of een sportkar zonder dak. In het dorpje verlaat ik even de GR om naar de Burrigplatz te klimmen. Met exact 558,35m is dit het hoogste punt in Luxemburg. De plek met de toren heeft niet veel bijzonders, maar het uitzicht naar het westen weet me wel te bekoren.

Terug op de GR loopt het weer door een bos verder met links en rechts behoorlijk wat paddestoelen. Daarna kom ik weer in de velden terecht en loop over de heuvelkam van de Gaalgebierg verder met weidse uitzichten om me heen. De Woltz wordt overgestoken na een korte afdaling en dan klim ik weer tussen bossen en weiland. Uiteindelijk houd ik halt aan een bankje aan de rand van het bos een goede kilometer voor het binnenlopen van Troisvierges. Wanneer ik me neerleg op mijn schuimmatje in de bivakzak loert de heldere sterrenhemel al boven me.

Zaterdag 25 augustus 2007 : Troisvierges – Hockslay

36,6km – 10h30
Aantal tegengekomen wandelaars: 6 (allen nabij Clervaux, elders geen)

Vallei van de WoltzRond zonsopgang kruip ik langzaam uit de veren. Er hangt een dikke mist, maar de zon weet er al doorheen te branden en wanneer ik omstreeks half negen op weg vertrek is al de ochtendklammigheid al zo goed als verdwenen. Niet veel verder trek ik Troisvierges in. Ik vind geen GR-markeringen meer en het duurt even voor ik door heb dat er nu naar de markeringen van de Sentier du Nord moet gezocht worden. Met behulp van het kaartje uit de topogids loop ik verder en vind pas aan de rand van het dorp de eerste gele ruiten markering terug. Een eindje verder wordt de omgeving dan voor het eerst echt mooi om dan in de vallei van de Woltz nabij Cinqfontaines tot een hoogtepunt te komen. De mooie gezwollen rivier slingert zich doorheen het dal met nevelslierten die opdampen onder de zon en de koeien die hierin hun magen zijn aan het vullen met het sappige gras. Langs de rand van de vallei loopt de GR vervolgens verder. Na Maulusmillen neem ik dan de korte steile klim doorheen het Dentzerboesch, passeer de brokstukken van een Engels vliegtuig uit WOII en loop dan lange tijd door bos op hoogte verder tot de afdaling naar Clervaux.

Uitzicht van op HockslayIn Clervaux doe ik eerst enkele aankopen. Mijn rugzak wordt ondermeer met 4,5l water aangevuld. Na de middagpauze trek ik weer verder. Het stuk tussen Clervaux en Lellingen kent niet bijzonder te vermelden stukken. Tussen Lellingen en Kautenbach volgen dan wel weer enkele stukjes die de moeite waard zijn. Doorheen dichte bossen in de vallei van de Clerve loopt het verder met net voor Kautenbach een weids uitzicht over het beboste dal en het kasteel van Schuttburg. Na het doorlopen van Kautenbach neem ik nog de klim naar het Belvedère van Hockslay waar ik een schamele bivakplek vind. Meer heb ik niet nodig.

Zondag 26 augustus 2007 : Hockslay – Diekirch

29,3km – 7h00
Aantal tegengekomen wandelaars: 9

Tijdens de nacht trekt de hemel dicht door een dikke mist. Even voor zonsopgang wordt ik nog gewekt door een everzwijn dat vijf meter van mijn bivakzak in de grond ligt te boren op zoek naar eetbare wormen. Ik hoef maar even recht te komen of het bange diertje schiet al op de vlucht. Tijdens de voormiddag slaap ik nog even door. Met die mist heb ik niet veel goesting om vroeg op weg te vertrekken. Pas omstreeks half twaalf start ik ermee. De mist is opgetrokken, de zon schijnt en de laatste stapelwolkjes lossen op. Doorheen de dichte bossen loop ik verder met soms weer verrassende uitzichten door het dal of eens een mooi zijdalletje met een klaterend beekje. Nabij Goebelsmuhle voegt de Clerve zich dan bij de Sûre en verandert de aanblik van de vallei enigszins. Na het station van Goebelsmuhle volgt een onaangename klim in de blakende zon. Zweetdruppels vloeien van mijn voorhoofd. Sûremeander van bij GringlayDe bredere en diepere Sûrevallei kent enkele mooie uitzichten, vooral het uitzicht bij Gringlay en Predigstuhl op één van de brede meanders mag er best zijn. Ze zijn wel niet zo ongerept als deze aan de Semois, de verkeerswegen, campings en elektriciteitslijnen moet je er nu éénmaal maar bij nemen. Tot slot bolt het uit naar Diekirch over asfalt. Wanneer de verkeersgeluiden en de elektriciteitspalen verdwijnen kan ik me voor even toch vinden in de woorden in de topogids (mooie uitzichten). Het laatste stuk naar Diekirch is maar om in Diekirch te geraken. Net op tijd kan ik nog de laatste trein nemen terug naar Gouvy. De treinrit doorheen de valleien terug is best de moeite. In Gouvy eet ik nog een dikke Belgische friet en keer weer verder naar huis.

Uiteindelijk heeft het finale deel van de GR57 tussen Gouvy en Diekirch me minder geschonken dan wat ik ervan verwacht had. Mooie uitzichtpunten zijn er iets te weinig en asfalt is er te veel om het de hemel in te prijzen. Dat is mijn mening. Het stuk tussen Houffalize en La Roche blijft voor mij voorlopig het mooiste stuk.

Jawaddedadde,

DoorsteekHet begon al meteen goed. Sommigen hadden kunnen genieten van de gewoonlijkse vertragingen op de spoorwegafdaling naar Luik-Guillemins. In een haast op zoek naar het juiste perron voor de trein naar Nessonvaux. Die kreeg dan nog eens een onaangekondigde spoorwisseling net twee minuten voor vertrek. Al chance dat we nog een oplettende Willem zagen staan op het juiste perron. Verenigd bolden we verder naar de afgesproken startplek voor het weekendje GR5-en.

Bois de MambayeNa heel wat beginhectometers over asfalt merkten we plots op dat we al even geen rood-wit markeringen meer passeerden. Ja lap, dat heb je wel eens als een geoloog de kaart in handen heeft. We besloten om een gewaagde doorsteek te maken over modderpaden en weiland. Terug op de GR volgden we een afwisseling van asfaltstukjes, dan weer eens brede grindwegen of modderige bospaden. Nabij La Reid hielden we een middagpauze terwijl we werden getrakteerd op één van de eerste regenbuien.

Rustpauze nabij CreppeDe namiddag werd gekenmerkt door veel asfalt, maar gelukkig ook enkele mooie vergezichten. Onderweg kreeg Wim nog bijna een boom op zijnen appel, al zullen sommigen misschien beweren dat het eerder andersom was.  Net voor Spa volgden we dan een schoon beekje doorheen het bos, maar we kregen wel een stevige vlaag over onze goretex gegoten. Wanneer dan plots de zon doorbrak en alle druppels begonnen te glinsteren konden we niets anders dan even halt houden en genieten van dit korte spektakel.

In Spa zochten we de kroeg op en hielden we onze eerste straffe verhalen boven. Meerdere deciliters cola moesten weer voor een verhoogd energiepijl zorgen. Net voor valavond trokken we weer de bossen in ten zuiden van Spa en vonden al snel een goeie bivakplek.  Iedereen prepareerde zijn rijk gevarieerde avondmaaltijd, gaande van soepen, over pasta’s (met een beetje zand voor de minder handigen onder ons) tot dikke kleffers van heerlijk ruikende biefsteak. We babbelden nog geruime tijd door onder een halve maan en natuurlijk kwamen de Pyreneeën hierbij ook rijkelijk aan bod.

’s Ochtends regende het stevig door maar gelukkig hield het op net wanneer we onze tenten wilden gaan afbreken. Maar dan helaas moesten we afscheid nemen van Wim. Hij voelde zich niet meer erg gezond en besloot dat het beter was om af te haken en terug te keren naar Spa. Met z’n drieën trokken we verder langsheen de mooie Picherotte. Hogerop stuitte we zo op een waterbron. Even hielden we hier halt om onze watervoorraad aan te vullen tot Ben tot de ontdekking kwam dat er wel een geurtje aan hing. Dat geurtje had meer weg van rotte eieren. Geen water dus.

Fagne de MalchampsVerder kwamen we geleidelijk op de Fagne de Malchamps terecht. Lage wolken, regenvlagen en wind zorgden voor de juiste sfeer op de venen. Nabij de uitzichtstoren kwam dan een oude man opdagen. Spontaan begon hij ons te onderwijzen over de venen, de spabronnen en de slechte plannen van enkele Hollanders. Kort later dalen we langzaam de venen weer af over erg avontuurlijke modderpaden. In het kleine dorpje Ruy in het valleitje van de Roanai hielden we weer een pauze. De plaatselijke verkeersopzichter, zo vriendelijk dat hij was, beschermde ons even voor roekeloze chauffeurs door midden op de weg het verkeer te regelen.

Fagne de BellaireDaarna begon weer een klim tot we doorheen het volgende natte veengebied trokken op weg naar Stavelot. Daar aangekomen in de regen vervolgden we na weer een pauze de GR571 doorheen de Amblèvevallei tot we later boven aan Trois-Ponts aankwamen. Hier zorgde een plaatselijke love-parade beneden in het dorp nog voor een kleine wrangsmaak. We volgden nog een doorsteek recht naar beneden en kwamen dan aan in Trois-Ponts alwaar we, dit keer al stinkende en vol modder aan de broek, de trein opstapten op weg naar huis. En zo kwam er een einde aan dit prachtige weekend. Tot het volgende weekendje club-hiking.be-en.

« Older entries