Maandag 30 & Dinsdag 31 juli: Terug naar huis

’s Morgens stond ik om zeven uur op om rond acht uur naar Gjendesheim te trekken. Nog geen twintig passen had ik afgelegd of het begon al meteen stevig te regenen en zo kwam ik weer bijna zeiknat aan de hut aan. De bus vertrok pas rond negen. Ik wachtte maar buiten onder het overhangende dak. In de hut geraakte ik niet binnen. De gasten stonden allen opéén gepropt in de hal zich klaar te maken. Velen bleven wachten in de hoop dat de regen ophield. Goede moed en veel geduld, dacht ik bij mezelf.

Toen de bus aankwam nam ik meteen plaats en bekeek doorheen de neerglijdende druppels op het raam de toestroom van mensen die allen goed ingepakt en met ogen dichtgeknepen door regen en wind de boot opzochten of het pad naar de Beseggengraat. Onderweg verrasten de uitzichten me toch weer op de flanken van de Gjende Alpen met de lage wolkenflarden die voorbij zoefden. Pas net voor Fågernes reden we de regenzone uit. In dit dorpje was het even wachten op de overstap op een andere bus. En deze bus zat propvol. Naast een oud Noors vrouwtje dat niets anders deed dan eten, eten en nog eens eten… en ook haar nagels knippen reden we zo constant in de rij achter een veel te trage Hollander met caravan tot Oslo.

In de hoofdstad was een supermarktje opzoeken het eerste waar ik me mee bezig hield. Ik kocht er veel te veel eten dat ik naar binnen schrokte op een parkje in het park… tijdens een lange regenbui. Ik at tot ik niet meer kon. Toen ik dan weer wilde op staan kon ik niet meer fatsoendelijk verder lopen. Mijn buik leek precies elk moment open te kunnen scheuren.

Tot de avond liep ik het ene straatje na het andere in, maar ik had het eigenlijk al lang gezien. Oslo heeft niets bijzonders te bieden. Het is maar een stadje niet veel groter dan Leuven. Rond elf uur liepen de straten in het centrum plots leeg en werd de stad helemaal dood. Het was een raar gevoel. Rond middernacht begon ik dan met mijn mars op zoek naar weiland. Op een kaartje had ik al lang gezien waar ik moest zijn. Een goede twintig minuten lopen van het centrum kwam ik aan de jachthaven aan zonder nog een rijdend voertuig of, op uitzondering van een das die downtown Oslo de straat over liep, een levend wezen tegen te komen. Achter de haven liep ik een aarden wegje in tussen de velden en de bossen. Na een half uur lopen legde ik me tot slot neer op mijn matje aan de rand van een weide. Het was half één ’s nachts en het leek me droog te gaan blijven voor de rest van de nacht.

’s Ochtends weer naar de stad en daar hield ik me bezig met wat winkeltjes te bezoeken, een zeldzame maar veel te dure cd op de kop te tikken en vooral het DNT-hoofdkwartier te plunderen met foldertjes. Daarna nog geruime tijd de outdoor afdeling van de XXL doorgesnuffeld met vooral grote ogen bij de Hellsport tenten. Tot slot op de trein naar de luchthaven en met de vlieger naar huis waar mijn thermostaat toch even opnieuw moest afgesteld worden… en het was hier volgens de zeurende Belgen niet eens zomer.

De eerste geweldige Noorwegen-ervaring zat erop en ik had al best honger naar meer. Rondane in de herfst… dit moet om van te smullen zijn. Droom maar verder Joery.

About

U leest het trekking- en fotografie weblog van Joery Truyen.

Flickr

Kempisch kanaal Dessel-Schoten Netekanaal Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 

Archives