Omdat de Nietsnutten Maatschappij der Belgische Spoorwegen ons verhinderde om deftig aan de rand van de Hoge Venen te geraken, poelden we op de kar. En vermits dit toch véél sneller gaat pikten sommigen nog even een bezoekje aan het Atomium mee om vervolgens de lange mannen uit het verre noorden op te pikken. Verenigd in de hoofdstad van het oostelijke kanton scheurt de horde zich doorheen de straten op zoek naar de Vesderbeek.
De intrede in het Hertogenwoud speelt zich tijdelijk af langsheen het bruin schuimende bierwater. We hebben echter nog geen grote dorst, maar eens een stuk langs de donkerleffe Getzbach wordt de verleiding toch te groot. We gooien onze zakken af en zuipen en eten onze magen vol. Vervolgens klimmen we de vallei uit en doorkruisen de venen van Kutenhart waar stoere krijger Nico voor het eerst de problemen ondervindt van zijn lichtgewicht warriorboots. Een pas geboren zijbeekje van de Eschbach noopt ons tot waterploeteren. We hadden de krijger er nog zo nadrukkelijk op gewezen om op sletsen te komen.
Over een door everzwijnen opengereten brandgang naderen we de echte Eschbach. Allemaal tonen we onze evenwichts-
en springkunsten om aan de andere oever te geraken. Langzaamaan dalen we doorheen het zachte valleitje langsheen de beek verder en ruilen de venen weer in voor het Hertogenwoud. Niet veel verder staan we weer frontaal voor de brugloze Eschbach. Krijger Nico laat ons nu voor de eerste maal zien wat voor een harde gast hij wel niet is en Willem, specialist in gebergteoversteken, toont dat hij met bekenoversteken evenmin de minste moeite heeft. Het duurt niet lang meer of we komen weer bij het schuimende bier in de Steinbach. Dit moet natuurlijk weer gevierd worden met een ruime pauze zodat we nog eens genoeg vocht doorheen onze slokdarm kunnen kappen.
Een eind hogerop zeggen we de Steinbach vaarwel en stomen nog even voort langsheen onbekende
veenlantaarns tot we nabij de Ruïnes van het Reinartzhof een maagdelijke schuilhut binnentreden. Gore textiele spullen worden bovengehaald en aangetrokken want boven ons zijn ze slecht gezind geworden. De kaart wordt nog even bestudeerd en opgeluchte zuchten weerklinken bij de ontdekking dat we nog slechts een kleine 6 kilometer marcheren voor de boeg hebben tot we op het bed van Keizer Karel kunnen gaan liggen.
Wanneer we in druilende omstandigheden de venen van Kutenhart opnieuw doorkruisen acht de oudere wijze man in het gezelschap zijn tijd gekomen om de jeugd eens voor even op de plankjes te laten zien wat hij nog in zijn botten heeft. Het peloton wordt uiteen gereten. Enkel Tim kan met zijn lange halen nog volgen. Langs het Allgemeines Venn wordt het voor ons allen met de kop in de grond afzien. Het hemelwater gonst zonder medelijden naar beneden.
En dan staan we aan de noordrand van het Brackvenn. We verkiezen weer de plankjes, maar erg wordt er niet meer
omgekeken. Een eind verder kruipen we weer uit het veen en lopen nog een stukje door tot we aan de Charel zijn stenen bed de meest perfecte plek vinden die we ons maar kunnen toewensen. Meteen bezetten we de schuilhut en proppen het tafeltje vol met zowat alle types aan branders die er maar bestaan. Voor mezelf gaat het allemaal niet zo snel. Als een sukkelaar brand ik nog mijn merkteken in het hout van de tafel.
Na het avondmaal poten we nog net voor het donker onze bivakhuizen neer aan de andere kant van den draad en keren dan terug naar het schuilhuthoofdkwartier waar we in de ingetreden nachtelijke duisternis onze straffe verhalen boven halen. Op de achtergrond klinkt nog steeds gedruppel en gewaai, af en toe in de verte eens doorbroken door een vreemd aanhorend gebrul. Wat kan dat zijn? We zijn echter absoluut niet in paniek want krijger Nico heeft beslist om deze nacht voor den draad te blijven en de schuilhut met onze spullen te bewaken. Na de avondwas kruipen we achter den draad naar onze Hillebergs, Vaude en Helsport bastionnen en een enkeling naar zijn afdak. Nee, Mütze nich, die hebben we niet bij. Nico legt zich neer in de hut, met de tafel neergelegd als barricade tegen het onheil.
’s Nachts worden we meermaals wakker van het monsterlijk gebrul dat constant weerklinkt aan de andere kant van den draad. Zouden ze Nico gaan verkrachten? Ik werp eens even een blik naar buiten maar kan niks ontwaren in de mist. We proberen maar verder te slapen en hopen dat Nico ze kan afhouden tot zonsopgang.
’s Ochtends keren we terug naar het hoofdkwartier en treffen er Nico schijnbaar morsdood aan. Maar gelukkig, kunnen we hem nog wekken uit zijn diepe slaap.
- “Wat was dat toch allemaal deze nacht jongen? Zijt ge aangevallen geweest?”
- “Euh, aangevallen? Ik heb altijd liggen maffen.”
Weer staan we verbaasd hoe cool en bescheiden hij weer niet blijft na zijn succesvolle nachtelijke verdedigingsstrijd tegen die brullende monsters om te verhinderen dat ze den draad over zouden zijn gestoken. We waren er misschien geweest zonder onze Nico.
Opgelucht ontbijten we aan de hut nadat we onze tenten al hebben afgebroken in de optrekkende mist. De zon begint te schijnen, de laatste mooie dag breekt aan. In de ochtendgloed trekken we weer door het Brackvenn, maar dit keer naar het zuiden. Pamfletten vertellen ons dat volgende week de jacht begint. ‘t Zal tijd worden, er zitten al veel te veel monsters. Het zuidelijke deel van het Brackvenn wordt door velen van ons als hoogtepunt gebombardeerd. We wanen ons in een ongeschonden polair veenlandschap ergens hoog boven de poolcirkel. De laag over razende wolken maken de sfeer compleet.
Maar een eind verder moeten we vaarwel zeggen tegen het Brackvenn. Het duurt echter niet lang of we vinden een doorgang naar het verborgen zompige spoor langsheen de Spoorbach. Is het daarom dat deze veenbeek zo noemt? Al snel komen we te Herzogenhügel uit waar we iets voorbij de radioactieve waterbron ons neerploffen aan de overbekende doorwaadplek van de Helle. Hier houden we een lange middagpauze en inspecteren het bier in de Helle.
Tijdens de namiddag trekken we weer langzaamaan doorheen het Hertogenwoud verder noordwestwaarts langsheen de Helle. Nu wordt het ons duidelijk dat Nico toch een zware nacht heeft doorstaan. Hij moet vaak lossen. De monsters hebben blijkbaar nog net zijn voeten kunnen verwonden. In elk geval, zonder noemenswaardige kleerscheuren geraken we weer in Eupen waar ons fantasierijk wandelavontuur plaats maakt voor bier op een zonnig terrasje. De spannende clubhike doorheen de Hoge Venen zit er weeral op.
De gevolgde route
Zaterdag 29 september:
Eupen, over GR15 langs Eupen stuwmeer, Getzbach en Nazsief, GR15 verlatend aan Nazsief, verder doorheen Kutenhart over de westelijke plankjes, langs de Eschbach naar de Steinbach, Steinbach stroomopwaarts volgend, langs de Ruïnes van het Reinatzhof weer Kutenhart door over de oostelijke plankjes, GR15 weer volgend langsheen de rand van het Allgemeines Venn, over de noordelijke plankjes in het Brackvenn naar Kaiser Karls Bettstatt. “Legale” bivakmogelijkheden net op Duits grondgebied.
Afstand: 25.5km
Zondag 30 september:
Van de Kaiser Karls Bettstatt weer het Brackvenn in over de oostelijke plankjes, over het verborgen pad langs de Spoorbach naar Herzogenhügel en van hieruit GR573 stroomafwaarts langs de Helle tot weer in Eupen.
Afstand: 23.5km
De clubhikers
De deelnemers waren: Tim, Jonas, Willem, Nico, Ivo en mezelf.
De foto’s
Mijn foto’s van het gebeuren kan je hier bekijken.











No comments
Comments feed for this article