Afstand: 11.0km (+7.0km)
Duur: 6h20 (+3h30)
Klimmen: 1390m (+940m)
Dalen: 260m (+940m)
Bergtoppen: Pic de l’Homme (2464m), Pic d’Etang Faury (2702m)
Met een biljet tot Ax-les-Thermes stapte ik uit in het stille Mérens-les-Vals. Sinds Parijs in geen verte meer een conducteur te bespeuren op de trein, even zwart gereden dus. Het was zeven uur en nog donker. Over de bergtoppen gleden wat lage wolken, maar de sterren domineerden. Weg van het station, aan een dorpswaterbron zette ik mijn rugzak neer en nam een stevig sandwichesontbijt. Ondertussen maakte de nachtelijke duisternis geleidelijk plaats voor het eerste daglicht en zo werden ook de sneeuwresten op de hogere bergen zichtbaar, sneeuw die vorige week woensdag nog gevallen was. Ondertussen vertrokken de eerste bewoners nog half slapend in hun wagen naar het werk.
De GR10 ging ik nu volgen naar het oosten, het Vallée du Nabre in. Hogerop passeerde ik zo nog het Romaanse kerkje en kwam dan in de bergnatuur terecht. Blijkbaar had ik wel een zijpad ingeslagen dat voor een tijd rechts van de beek doorheen het loofbos gestaag omhoog steeg, want wanneer wat later dit pad op het hoofdpad weer aansloot drong tot me door dat ik zo de warmwaterbronnen onderaan in het dal was voorbij gelopen. Geen zin om terug te keren. Hogerop geen loofbos meer, hier en daar nog wat berkjes in herfsttinten en zo werd het Vallée du Nabre meteen erg aantrekkelijk om door te wandelen. Nog langs een waterval in de rivier en dan vernauwde de vallei. Na deze vernauwing kwam ik weer in een verbreding van de vallei terecht met een kleine vlakte. Hier wezen bordjes het vervolg van de GR10 naar de Porteille des Besines (2333m) aan. Het pad steeg steiler een hangend zijvalleitje in. Maar de GR10 ging ik nu voor vandaag niet meer volgen. Het plan was om ergens helemaal achteraan in het dal bij de Etangs de Madides te gaan slapen. Het was nu tien uur, nog redelijk vroeg dus en zo tuurde ik op de kaart naar enkele tussendoortjes. De Pic de l’Homme werd het eerste.
Over een onduidelijke route liep ik voort doorheen de bodem van het Vallée du Nabre tot ik na een stukje klimmen na de vlakte aan een kleine afdamming kwam van de rivier. Hier sloeg ik linksaf en klom zo van de bodem van de vallei weg naar de Jasse de la Parade (2092m), een soort hoogvlakte met enkele meertjes. Bij wonder kwam ik enkele steenmannetjes tegen hogerop met een vaag pad, maar voor het overgrote deel was het toch op eigen rekening lopen.
Op de vlakte aangekomen liet ik mijn rugzak achter, trok eerst enkele foto’s van de mooie visrijke meertjes waarvan sommigen begroeid waren met een verdorde rietkraag en trok dan in de richting van de Col de la Parade (2241m) ten zuidwesten van de Pic de l’Homme. De route naar de col bleef onduidelijk met slechts af en toe een vaag pad. Op de col sloeg ik rechtsaf en vervolgde nu over een duidelijk pad over de bergkam. Niet veel hoger kwam ik op de eerste sneeuwresten en dat noopte tot voorzichtigheid. De sneeuw lag hier en daar omgedoopt tot ijs. Ook al was ik voorzichtig, toch maakte ik op een gegeven moment een schuiver en stootte zo mijn rechter scheenbeen op een rotspunt. Een bloedende wonde was het onaangename gevolg, een schone inwijding van de tocht. Maar toch, zonder verdere moeilijkheden bereikte ik al snel de eerste top van de tocht en genoot van de eerste blik over de oostelijke Pyreneeëntoppen.
Terug beneden op de Jasse de la Parade zette ik me even neer in het gras naast mijn rugzak om wat uit te blazen. Nog geen minuut later begon ik te knikken. Ik viel verscheidene malen al zittende in slaap. Nog te veel gewerkt net voor vertrek en dan heel de nacht op een zitplaats in de nachttrein zonder echte slaap hadden het niet beter gemaakt. Ik besloot om maar meteen weer recht te staan en op pad te gaan. Er bestaat geen betere remedie tegen dringende slaap.
Een tijdje later kwam ik zo weer beneden aan de kleine afdamming van de rivier aan. Een vage route zou hier verder door het struikgewas lopen naar de Etangs de Madides hogerop. Een klein half uur heb ik liggen zoeken en toen ik dan de route nog niet had gevonden geraakte mijn geduld op. Over en doorheen het struikgewas wrong ik me à l’improviste een weg naar boven tot ik niet veel hoger toch op het pad stuitte. Bleek dat het pad dan toch net achter de kleine stuw vertrok. Daar had ik liggen zoeken, maar toch niet opgemerkt tussen het struikgewas.
Goed, de klim steeg matig steil verder met later wanneer het eerste meertje van de Etangs de Madides links verscheen, de eerste sneeuwrestjes onder de voeten. Lang duurde het dan niet meer tot ik op het tweede meertje stootte. Aan dit meertje liet ik mijn rugzak achter want hier leek de laatste plek te liggen om nog redelijk aangenaam te kunnen bivakkeren.
Zonder rugzak klom ik dus verder, de rest van de meertjes gaan verkennen en als het mogelijk was Pic d’Etang Faury (2702m) en Pic d’Esquine d’Ase (2706m) gaan beklimmen. Aan het voorlaatste meertje hielden de steenmannetjes op en verkoos ik om naar een rechtse col te klimmen. De Porteille de Madides lag nog verder naar links maar leek moeilijker bereikbaar. Alhoewel, want al niet veel verder kwam ik in de sneeuw terecht. Doorheen een ruime couloir klom ik van rotsblok naar rotsblok verder, erg voorzichtig zijnde want er lag hier overal een laagje van 5cm sneeuw. Hogerop in de couloir klom ik een stukje links over het gras verder om van de blokken af te zijn.
Boven op de col werd ik verrast door een mooi maar vreemd landschap. Een uitgestrekte hoogvlakte tuurde achter de Portella d’Orlu (2403m) met aan de horizon besneeuwde bergen waarvan Puig Carlit (2921m) de hoogste was. Die aanblik van de massieven in de Oostelijke Pyreneeën verschilt toch duidelijk met elders in de Pyreneeën.
Ik sloeg nu linksaf en zocht me een weg over de steile helling in de richting van Pic d’Etang Faury. Dat was nog een heel eind. Heel de flank overgestoken klom ik tot slot al zigzaggende over de steile zuidflank van de berg over gras en los gruis naar de top. Boven zag ik niet veel meer in het westen. Stapelwolken kwamen als stoom uit het Vallée du Nabre omhoog gevlogen. En dan blokkeerde mijn fototoestel ook nog eens. Maar het uitzicht over de grote vlakte met het Estany de Lanos (2213m) en Puig Carlit (2921m) en het woeste Val de l’Oriège beloofden al mooie vooruitzichten.
Pic d’Esquine d’Ase (2706m) lag nu verstopt in de wolken en mede door het tegenwerken van mijn fototoestel besloot ik om snel weer richting rugzak te keren. Weer de zuidflank van de berg af, liep ik naar de Porteille de Madides (2577m). Op de col wachtte me een steile afgrond naar het Vallée du Nabre met beneden het laatste en hoogst gelegen meertje (2402m) van de Etangs de Madides. Op het eerste zicht leek de col niet overbrugbaar, maar aan de noordkant ontdekte ik een steile couloir alwaar doorheen kon afgedaald worden. De couloir door daalde ik steil verder af over rotsblokken om lager weer een volgende couloir in te duiken die me tot op het blokkenveld bracht aan de noordoostpunt van het meertje.
Elk exemplaar van de Etangs de Madides is gevuld met donker water dat toch niet al te zuiver lijkt. Dit hoogste meertje was koptrekker. Je kon geen meter diep doorheen het water kijken. De noordelijke oever voorbij passeerde ik nog enkele verrassende bivakbare plekken en daalde dan van het meertje weg tot ik weer op bekend terrein kwam bij het volgende lager gelegen meertje.
Weer bij de rugzak stelde ik mijn tarp op. Het was ondertussen weer opgeklaard maar mijn weerstudie thuis vertelde me dat het deze nacht toch mogelijk niet droog zou blijven. En terwijl ik bezig was met het installeren van de tarp liet ik al water aan de kook brengen voor het avondmaal. Ik had mijn tarp nog maar even vast of ik mocht al onderbreken. Dat nieuwe windscherm deed wonderen. Nog nooit eerder zo snel water aan de kook gekregen op terrein.
Toen ik mijn maaltijd naar binnen werkte werd het donker om uiteindelijk onder mijn tarp te kruipen onder een blote sterrenhemel. In slaap vallen ging natuurlijk als een fluitje van een cent.










