Afstand: 14.0km (+1.0km)
Duur: 9h00 (+1h00)
Klimmen: 1190m (+230m)
Dalen: 1340m (+230m)
Bergpassen: Portella d’Orlu (2280m)
Bergtoppen: Dent d’Orlu (2222m)
Die ochtend had ik geen zin om meteen uit de veren te springen bij het aflopen van mijn wekker. Ik wachtte eerst tot de zonnestralen me konden verwarmen. Het was weer mooi weer, wolkeloos en windstil. Het laatste stuk tot op de Portella d’Orlu (2280m) liep heel wat vlotter dan gisterenavond. De helling hogerop kon wel geruime tijd beschenen worden door de zon. De harde korst sneeuw kon me hier nu meestal wel net dragen, tot de laatste meters onder de col waar ik weer diep wegzakte. De col zelf had een indrukwekkende aanblik door al de sneeuw die er doorheen lag geblazen en de beijsde rotsen rondom. De blik naar de andere kant leek het niet gemakkelijk te gaan maken. In de verte zag ik nu trouwens mooi voor de eerste keer goed de Dent d’Orlu (2222m) liggen.
Ik daalde af door eerst zo goed mogelijk rechts te blijven. Links lag immers een puinhoop van grote blokken. Dat ging behoorlijk vlot. Lager waren de blokken onvermijdelijk. Langzaam daalde ik verder af, wat uiteraard over de besneeuwde rotsen niet vlot meer verliep. Snel willen zijn is goed om hier op je gezicht te gaan. Na een hele tijd kwam ik dan eindelijk
aan de fossiele eindmorenewand uit waar ik enkele steenmannetjes tegen kwam. Hier zag ik nu het verdere verloop naar beneden en geen steenmannetjes meer. Al snel ontdekte ik dat afdalen over de struiken die tussen de rotsen groeiden, heel wat gemakkelijker was (sorry, struikjes maar zoveel woog ik nu ook weer niet hé). Het duurde een zee van tijd voor ik beneden was waar het Vallée de Baxouillade bijkwam. Hier zocht ik de route dit dal in en deze vond ik maar niet. Het pad was onder de sneeuw helemaal niet te vinden. Via een puinhelling kon ik naar boven klimmen, maar als ik de kaart nauwlettend bekeek moest de route voor de puinhelling tussen de boompjes naar boven gaan. Na wat zoeken zag ik dan plots toch de GR-markeringen van de GR7 op een boom staan en was ik weer vertrokken. Er lagen al voetsporen afgedrukt in de sneeuw op de route. Toch niet meteen goed gezocht.
Het Vallée de Baxouillade werd een aangenaam avontuur om doorheen te klimmen. Slechts stap na stap geeft het dal een deel van zich prijs. Voorbij het Etang de Baxouillade werd de sneeuw weer erg diep en verkoos ik meermaals een andere route dan de sporen. Bij het Etang de Baxouillade d’en Haut (2088m) verscheen dan eindelijk Roc Blanc (2542m). Ik klom nog verder tot op de bergkam waar ik de tot op de Col de Barbouillère liep. Hier probeerde ik Roc Blanc te beklimmen. Erg steil zigzagde ik over de flank naar boven, maar eens in de couloir op de noordflank werd het onmogelijk om zonder materiaal nog hoger te geraken. De flank lag verijsd en ik had nu eenmaal geen pickel of stijgijzers mee.
Weer beneden nam ik mijn rugzak weer op en probeerde mijn weg te vervolgen naar het westen, steeds ten noorden van de bergkam blijvend. Een route vond ik hier niet. Het was constant ploeteren door bijna een halve meter sneeuw. Toen ik dan de kam overstak ten zuiden van de Pic de Balbonne (2305m) had ik nog een mooie terugblik op Roc Blanc en de Pic de Baxouillade. Voorbij het Etang des Llauses (1995m) was het dan gedaan met ploeteren. Hier lagen enkel nog sneeuwresten en het pad verscheen zo terug onder mijn voeten. Nabij de Col de l’Egue (2121m) verkoos ik dan om weg van alle routes de kam richting Dent d’Orlu (2222m) te volgen. Het doel voor deze avond was immers deze berg en als het mogelijk was had ik er graag op geslapen. Maar op de Sarrat de Coste Braseil (2029m) kon ik plots niet meer verder. De kam werd een rotsgraat en ook rechts of links op de helling was traverseren onmogelijk.
Over en doorheen struikgewas en later tussen de bomen heb ik me dan naar beneden gewrongen op de noordoostkant van de berg tot ik op de Jasse d’Esprays arriveerde. De cabane op deze kleine vlakte was afgesloten. Nu diende ik weer een ferme klim te maken doorheen het struikgewas om op de noordkam van de Dent d’Orlu te geraken. Het was al laat ondertussen en het leek me niet meer mogelijk om op de bergtop te geraken voor zonsondergang.
Toch op de noordkam aangekomen trof ik een verijsd pad aan. De zon stond laag met een mooi zicht over het voorgebergte in het noorden, maar veel tijd voor bewondering nam ik niet. Ik raapte weer een tikkeltje hoop bijeen om toch de zonsondergang van op de top te kunnen meemaken. Dus snel liep ik over het pad verder en liet niet veel hoger mijn rugzak achter. De laatste honderd hoogtemeters liepen steil naar boven over een pad waar de
sneeuw helemaal was platgelopen tot één ijsbaan. Het werd een te gevaarlijke bedoening en ik kon niets anders dan voorzichtig zijn en dus temporiseren. Wanneer ik dan de top bereikte was de zon net achter de horizon verdwenen. Spijtig, maar de roze avondgloed over de bergen was nog wel te bewonderen. Het was erg koud boven met een matige wind die was opgestoken. In het noorden ook veel cirrusbewolking. Het was duidelijk dat het weer morgen ging omslaan.
Weer voorzichtig daalde ik af over het zelfmoordpad. Bij mijn rugzak aangekomen legde ik mijn bivakzak met matje op de bergflank ergens tussen de struiken, bereidde nog het avondmaal in de vrieskou en kroop dan de slaapzak in.










Recent Comments