Afstand : 17km
Duur : 8h00
De volgende morgen werd ik wakker van het alarm van mijn horloge, maar viel daarna direct terug in slaap. Ongeveer een uur later werd ik terug wakker. Het gevolg was dat het uiteindelijk pas 9h00 was wanneer ik kon beginnen met wandelen. Het weer was goed. Het ging een mooie dag worden. Omdat ik tijd over had kon ik het Alpeiner Tal, met achteraan in het dal de Alpeiner Ferner verkennen. In de namiddag zou ik dan vanaf de Franz Senn Hütte naar de Rinnensee klimmen om daar ergens mijn tent op te stellen.
De weg naar de Franz Senn Hütte bleef ongeveer altijd op dezelfde hoogte. Je had een mooi zicht in het Oberbergtal met op het einde van het dal in de diepte de parkeerplaats, vanwaar dagjesmensen vertrekken naar het Alpeiner Tal. Het duurde langer dan ik verwacht had vooraleer ik de Franz Senn Hütte (2149m) bereikte. Ik ging niet de hut in, maar vervolgde direct mijn weg in het Alpeiner tal. Het dal heeft een heel vlakke bodem waarin de verwilderde Alpeiner Bach stroomt. De weg was dan ook voor een lange tijd heel vlak. Op het einde van het dal liep de weg de rechter morenewand van de Alpeiner Ferner op. Vanaf nu begon de weg soms steil te stijgen en was er één passage over een rotsblok waarin voethaken waren aangebracht. Opnieuw voelde ik het slappe gevoel in mijn benen, maar nu was het minder erg dan gisteren. Uiteindelijk bereikte ik de eindtong van de gletsjer. De weg liep nog een heel eind verder over de morene, maar de bewolking hing zo laag over de gletsjer dat ik besloot om hier al terug te keren over dezelfde weg naar de Franz Senn Hütte. Op mijn terugweg naar de hut liepen er al heel wat dagjesmensen in het dal.
Het terras aan de hut zat ondertussen al bomvol en ook in de hut was er veel volk. Ik dronk er limonade, want de cola was op. Ik had geen zin om in de hut eten te bestellen en daarom at ik buiten eventjes van de hut vandaan in het gras een pakje hardkeks met confituur. Dan begon ik de klim naar de Rinnensee. Dit meer ligt hoog tussen de bergen verscholen aan de noordflank van het Alpeiner Tal. Tijdens de klim heb je een prachtig zicht op het dal, de rivier die er doorheen stroomt en de gletsjer.
Na een tijd bereikte ik net onder de Rinnensee een kom waar een bank stond, die een mooi uitzicht bood op de gletsjer. Ik rustte even uit op de bank. In deze kom stroomde het beekje dat van de Rinnensee kwam en mondde hier uit in een klein ondiep meertje. Ik zag dat ik hier best straks mijn tent kon opstellen. Ik ging eerst nog verder naar de Rinnensee. De weg slingerde nu steil omhoog tot aan een splitsing waar je de keuze had om links naar de Rinnensee te gaan of rechts de Rinnenspitze (3000m) te beklimmen. Ik nam natuurlijk de linkse weg zodat de mensen die ik al zag afdalen van de Rinnenspitze me niet passeerden. De weg naar het meer bleef lichtjes stijgen en liep steeds meer over grotere rotsblokken. Aan de Rinnensee (2646m) verliet ik de markering en liep over de grote rotsblokken het hele meer rond. De weg liep nog verder over de Obere Rinnengrube naar de Rinnennieder (2899m), maar zover ging ik niet.
Ik nam de weg terug naar de kom, waar ik aan de oever van het meertje mijn tent opstelde. Het was rustig weer en er was geen wind. Toch zag ik dat er zich een bui was aan het vormen boven de bergrug. Wanneer mijn tent nog maar net opgesteld was begon het zo’n tien minuten lang te hagelen. Voor de rest van de avond, wanneer ik mijn eten klaarmaakte en op at, begon het nog enkele keren voor korte tijd te hagelen, afgewisseld met droge tussenpozen. Wanneer ik mijn maaltijd op had was het al donker beginnen te worden en ging ik meteen slapen.










Recent Comments