In het zuidoostelijke hoekje van de provincie Namen zijn er mooie dingen te ontdekken. GR-wandelaars kennen de GR126 die geruime tijd de Houille volgt. Inderdaad, de Houille vormt een belangrijke maar minder bekende Ardennenrivier. Ontspringend op de weilanden op de hoogten van de gemeente Gedinne, vloeit ze meestal rustig kabbelend verder doorheen een brede vallei tot aan de Franse grens waar een vrijwel onbekend maar prachtig kraakzuiver beekje, de Hulle zich bij voegt. Verder weg vloeit de Houille in de Maas bij het Franse Givet. En dan heb je nog zo’n homp van 503m hoog waar dat zijbeekje zijn glashelder bronwater vindt. Ik heb het over de Croix-Scaille. Dit vormt het hoogste punt van de provincie Namen. Een hoge uitzichttoren en een klein maar mooi veengebied stelen hier de show. Een gebied dat ver weg van de GR126 nog veel moois laat zien.
- Kaartmateriaal:
- NGI 1:50 000 blad 63
- IGN TOP25 3008 O Fumay (optioneel)
- IGN TOP25 3007 O Givet (optioneel)
- Bekijk alle foto’s.
- Deze tocht vind je ook terug op hiking-info.
Maandag 05 mei: Gedinne station - Bois St-Jean
Afstand: 25,0km
Duur: 5u10
Na de gebruikelijke 5 uur durende treinenmarteling van midden naar Zuid-België, stap ik iets voor vieren uit aan het station van Gedinne. Twee GR-fanaten hebben het op de GR126 gemunt. Ik heb me zelf een toertje uitgestippeld, me niets aantrekkende van het roodwit. Een stevige pas zet ik er meteen in naast de verkeersweg, weg van het station en al snel zie ik achterop geen spoor meer van de twee. Gedinne dorp wordt gemeden. Ik daal af naar het valleitje van de Houillette, een zijriviertje van de Houille en loop niet veel verder door de bebloemde weiden naast het beekje tot aan de oude watermolen nabij het dorpje Louette-St-Denis. Het dorpje door trek ik via lokale paden met afwisselende zichten verder en bereik op zijn beurt het dorpje Houdremont. Dit dorpje is meteen de laatste echte vorm van beschaving voor vandaag en morgen want wat volgt wordt een route puur natuur.
Door dichte bossen trek ik de waterscheiding over en kom zo in het stroomgebied van de Semois terecht. Niet veel verder wordt de Ruisseau de Fayé mijn metgezel voor ettelijke kilometers. Op sommige plekken stroomt het beekje erg schilderachtig in mooie kronkels doorheen het bos. Nabij Orchimont voegt de Nafraiture zich bij de Ruisseau de Fayé. GR-kenners zullen dit beekje misschien wel kennen want het vormt een hoogtepunt op de GR126. Maar om op het GR-pad te geraken moet ik de Ruisseau de Fayé nog over zien te geraken. Er is geen brug en dus waad ik door het riviertje bij een nauwe plek in de bedding.
Stroomopwaarts langs de Nafraiture is het inderdaad volop genieten. De zon staat al laag en reikt niet meer tot beneden in het nauwe dal. Het smalle pad slingert omhoog en omlaag en steekt meermaals het beekje over waar dotterbloemen en pinksterbloemen weelderig bloeien naast de oever. Spijtig genoeg komt dit schone intermezzo vrij snel ten einde wanneer de GR het valleitje uitklimt. Ik volg nog een tijdje de roodwit markeringen doorheen dicht woud tot nabij de Franse grens en zet dan mijn eigen weg weer verder. Al even is doorheen de bomen heen de Croix-Scaille (503m) te zien in de verte naast de laagstaande zon. Het is een zicht dat erg ongewoon aandoet voor de Ardennen. De megaheuvel steekt overal bovenuit. Het zicht heeft zelfs iets weg van een mini-Brocken, die uit het Duitse Harzgebergte.
Uiteindelijk is het stipt negen uur wanneer ik er de brui aan geef. Het Bois St-Jean op de zuidoostflank van de Croix-Scaille wordt mijn thuis voor deze nacht. Zo goed als op de grens met Frankrijk leg ik me naast het pad neer op mijn matje in de bivakzak.
Dinsdag 06 mei: Bois St-Jean - Houille bij Vencimont
Afstand: 27,5km
Duur: 11u45
Stipt zes uur wanneer ik uit het dons kruip. Het is een verschrikkelijk warme nacht geweest. Een tijdje al zwetende naar de sterren zitten staren. Bij het ontbijt kruipt een rode zon boven de horizon uit.
Om 6h40 ben ik op weg en volg een bijna dichtgegroeid paadje door het woud verder pal op de Franse grens. Reeën schieten van tussen de bomen voor me weg. Niet veel verder maakt het bos plaats voor een veengebiedje en zie ik de Tour du Millénaire schuin voor me een stuk boven de bomen uit priemen. Bij de toren krijg ik een wrange verassing. Dikke sloten op de deur verhinderen toegang tot de toren. Naar het mooie panorama van op het hoogste punt van de provincie Namen kan ik fluiten. Ik ben er niet bepaald blij mee. Nochtans moet het hier geweldig bivakkeren zijn. Dicht berkenbos naast de toren waar geen kat je ziet. ’s Avonds en ’s morgens de toren op voor de zon-raak-horizon. Ik kan er voorlopig maar van dromen.
Na nog alle infopanelen te lezen trek ik verder en kom zo op de Fagne de l’Abime terecht, een verassend mooi veengebied. Over de plankjes daal ik verder af, later weer door bos langs de Ruisseau des Roussenes, één van de riviertjes die op het veenplateau van de Croix-Scaille ontspringt en later de Hulle gaat vormen. Zo dadelijk meer over die Hulle.
Beneden kom ik bij Marotelle uit aan een doodlopend verlaten asfaltbaantje. Het lijkt een onbewoond huis, maar niets is minder waar. Ik loop rechtdoor een pad weer op tot ik 50m verder voor een omheining sta met een bord “Acces interdit”. Mooi, wanneer ik terug loop word ik verwelkomd door twee grommende honden. Ik negeer ze en loop gewoon zonder aarzeling weer terug. De beesten blijven op een meter afstand, maar dan verschijnt aan het huis de huisbewoner door het geblaf van de honden. Hij merkt dat ik zijn grond ben betreden en begint van op afstand tegen mij in het Frans van zijn oren te maken. Voor één van de honden is dit het teken om de aanval in te zetten. Voor enkele seconden hangt hij aan mijn broek en weet zijn tanden nog diep in mijn kuit te boren ook. Gelukkig roept de eigenaar zijn mormel tot orde. Het beest gaat lopen en ik kan hem net geen shot meer onder zijn radijzen geven. De man komt me tegemoet. Hij blijkt toch een beetje hardhorig. Reeds vijf keer roept hij streng bonjour tegen me. Telkens antwoord ik een bonjour terug, maar hij blijkt het niet te horen. Dan zet ik mijn keel ook maar open en roep hard een bonjour terug. Eindelijk hoort hij het, maar hij pakt het blijkbaar verkeerd op en begint me met strenge vervelende vragen te bombarderen. Ik heb geen zin in zijn gelul en begin terug verder te lopen en roep hem nog na dat ik de Hulle ga afdalen om toch maar op één van de vragen te antwoorden.
Ik geraak er toch vanaf. Op het asfaltbaantje kijk ik nog eens goed naar het pad. Het is fout van hem om hier al niet aan te geven dat het paadje privé terrein is… en dan zijn honden laten los lopen. Ik had goesting om weer terug te keren en dat grootste blafferke zijn tanden uit te shotten, echter geen zin in een discussie.
Maar goed, als alternatief volg ik het asfaltbaantje een stukje om een eindje verder af te slaan op een paadje dat me naar de jonge Hulle leidt. Panelen duiden al de jachtdata aan voor het najaar, maar ik merk ook dat er deze maand geschoten wordt, meerbepaald dagelijks tussen 6 en 9u ’s ochtends en 18 en 21u ’s avonds mag je het bos niet in. Het dringt tot me door dat ons manneke met zijn twee honden wel eens een goed vriendje is van de burgemeester en hij hier ongestoord de bossen mag afjagen wanneer hij maar goesting heeft, met zijn blafferkes aan zijn zijde. De wonde begint goed te pieken. De tanden staan er diep in, maar het bloed niet. Ik stap maar snel door, de beste manier om erdoor te komen.
Niet veel verder kom ik aan de jonge Hulle, het voornaamste zijriviertje van de Houille. Blijkbaar beginnen de namen van de mooiste beekjes in de Ardennen vaak met een hoofdletter H. Helle, Hoegne, Houille, Hourthe, Hamblève,… en ook Hulle. Door afwisselend woud volg ik het riviertje stroomafwaarts op Belgische bodem. Het riviertje markeert namelijk de grens met Frankrijk. Kraakhelder is het water. Is dit het zuiverste beekje van België? Ik durf er op wedden.
Uren verstrijken in de vallei van de Hulle, vervelen doet het nooit. Dan weer loopt het over een breder pad hoger door de vallei, dan weer langs een smal paadje vlak langs de rivier. Watervalletjes, stroomversnellingen,
kronkelende zijarmpjes, dammetjes door omgevallen bomen, dammetjes gebouwd door de bever (want jawel, hij leeft hier echt), een wegglijdende adder op het paadje, wegschietende reeën achter de bomen. Prachtig is het hier. Hier en daar heeft men wel recent stukken bos gekapt, maar het geeft een betere indruk van de vallei. Nabij de ruïnes van de Moulin Page blijf ik verder lopen op Belgische bodem. Een bewegwijzerde wandeling steekt hier het wandelbrugje over op weg naar het verlaten Franse dorpje Hargnies. Een eind verderop klimt het paadje hoog de rand van de vallei op. Het wordt laveren door de struiken. Het pad is aan het dicht groeien. Nog geen mens tegengekomen vandaag met uitzondering van mijnheer de jager. Er komt hier gewoon geen mens. Onbegrijpelijk.
Na uren kom ik aan de monding van de Hulle in de Houille terecht. Het kristalheldere water voegt zich bij het grijsachtige water van de driedubbel zo grote Houille.
Over asfalt loop ik een tijdje doorheen de Houillevallei weer omhoog om een eind verder een verharde bosweg in te slaan. Al snel daalt het weer naar de Houille en krijg ik weer een kabbelende metgezel. Een stukje verder is er iets merkwaardigs te zien. Naast de rivier in de valleibodem ligt een grote afgedamde plas water. Ik ga eens van dicht bij een kijkje nemen. Op verschillende plekken zijn bomen op 20 tot 40cm van de grond afgeknaagd. Zelfs een grote kanjer van een boom is aangezet geweest maar (nog) niet geveld. Een inspectie van de dam doet me besluiten dat hier een wel erg werklustige bever aan het werk is geweest. Zeer vernuftig hoe hij zijn speelplas ineen geknutseld heeft. Het beestje zelf krijg ik natuurlijk niet te zien.
De beverspeeltuin volgt vlak achter een forellenkwekerij, slim gezien. Hier gepasseerd krijg ik weer een smal paadje onder de voeten. Via een brugje gaat het naar de andere oever. Niet veel verder voegt de GR126 zich bij vanuit het noorden, maar loopt steeds een eind van de beek doorheen het dichte bos. Ik kies echter voor het kleine onduidelijke paadje vlak langs de beek,… tussen en doorheen de brandnetels. De rivier is nu eenmaal zo mooi. Zo mooi dat ik stop, mijn kleren uit trek en in het water spring. De rivier is gemiddeld een halve meter diep, maar bereikt toch 1m20 in de bochten.
De stroming is niet al te snel, het water verassend warm, het weer schitterend, gewoon ideaal voor een zwempartijtje. Wat wil een mens nog meer?
Na zwemmen en drogen in de brandende zon zet ik mijn weg verder, steeds door zo dicht mogelijk langs de beek te blijven. Erg snel vordert het niet door de netels en struiken, maar het is tenminste veel meer de moeite dan de GR waarop je hier vrijwel niks ziet. Het is rond zessen wanneer de kerk van Vencimont in de verte in zicht komt. Ik zoek me een plek vlak langs de rivier op de bolle oever van een weidse meander, kook rustig mijn potje, eet en ga slapen. Wat was dit een mooie dag geweest. De twee tegenslagen van deze voormiddag zijn al helemaal vergeten.
Woensdag 07 mei: Houille bij Vencimont - Gedinne station
Afstand: 18,5km
Duur: 6u30
Op het elan van gisteren loopt de laatste dag verder. Mijn slaapzak is helemaal kletsnat van de dauw. Ik laat hem maar eerst helemaal opdrogen in de ochtendzon. Ondertussen ontbijt ik, begroet de groene kikkers aan de oever, klim nog een boom in boven het water… en omstreeks 8u40 ben ik dit keer op weg. Vencimont wordt al even snel weer verlaten dan ik er binnen wandelde. Nu volg
ik nauwgezet de GR126. Wat verder wordt de Houille wilder, de vallei vernauwt zich en er verschijnen stroomversnellingen en watervallen in de stroom. Nog een tijdje loopt het door het bos verder, later verbreedt de vallei weer en kabbelt de Houille weer rustig kronkelend door de weiden. Op de plek waar de Ruisseau d’Hujon zich in de Houille gooit houd ik weer halt. Dit is weer een pracht van een zwemplek. Na wat foto’s trekken lig ik niet veel later alweer te spartelen tussen de slierten waterranonkel. Plots schiet er uit de waterplanten een dikke forel van een 60cm vlak langs me weg. Wie zou er het hardst zijn verschoten? Nog enkele foto’tjes schieten van mijn zotte kuren op de zelfontspanner en dan op het slaapmatje languit opdrogen en middagmalen op de oever. De kleine bedelende visjes krijgen ook wat.
Niet veel goesting om verder te trekken, maar aan alles moet een einde komen. Een eindje verder loop ik Gedinne binnen. Ik maak nog een ommetje door de GR nog een stuk te volgen tot in Louette-St-Pierre. Dan pas keer ik over lokale paden weer terug naar het station. Onderweg in het bos loop ik nog een jonge vos tegen het lijf. Hij blijft me een tijdje nieuwsgierig aanstaren naast zijn hol.
Op de trein is het weer een urenlange rit naar het centrum van het landje. In Leuven rijdt de trein niet meer verder.
Men roept af dat een brand langs de spoorweg de schuldige is. Stressende werkweekmensen staan in paniek van hun tak te maken tegen de conducteur, anderen doen alsof het dagelijkse kost is. Gelukkig vertrekt de trein uiteindelijk toch weer een lange tijd later. Thuis geraak ik niet meer door de vertragingen. Het wordt een nachtje autoslapen en een marginale avondmaaltijd bereiden langs de E40. Maar waarom blijf ik hier eigenlijk toch verder zeveren? De schitterende tocht is al lang afgelopen.










No comments
Comments feed for this article