Afstand: 16.5km
Duur: 6h10
Klimmen: 1780m
Dalen: 700m
Bergpassen: Col du Mône (2533m), Col de Chanrouge (2531m)
Bergtoppen: Petit Mont Blanc (2677m)
Half zes is het wanneer ik mijn slaapogen open trek en me klaar maak. Iets na zessen komen een hele horde berglopers de kleine parking in het Vallée de Chavière op gelopen. Allen met een wedstrijdnummer op hun lijf geplakt, drankbussenriem om de heup, lopen ze naar boven. Het duurt meer dan een half uur vooraleer de allerlaatsten in een relatief slakkengangetje naar boven komen. Vandaag wordt net een bergloopwedstrijd gelopen door de Vanoise. Op een onmenselijk vroeg uur zijn ze deze ochtend in Pralognan-la-Vanoise (1418m) vertrokken voor hun 80km door de bergen waarbij ze een 2800m col over moeten. ‘t Is nog wat anders dan een dodentochtje als je ‘t mij vraagt.
Ik loop hen achterna, op een wandeltempo wel te verstaan. Een eindje hogerop sla ik rechts af richting Col du Mône. Het pad loopt gestaag bergop met per uitzondering eens een haarspeldje. De dalbodem komt steeds lager te liggen beneden, het uitzicht wordt magnifieker. Nog vrijwel volledig met sneeuw beklede gletsjers aan de overkant van de vallei, de Glaciers de Vanoise, en een pracht van een piek in het zuiden, Pointe de l’Echelle (3422m). Het weer is voorlopig nog goed. De zon schijnt uitbundig tussen de enkele wolkenvelden die snel over vliegen in een strakke zuidwestelijke bovenstroming. Er gaat vandaag nog veel veranderen weet ik.
Op Col du Mône (2533m) aangekomen is het al van dat. In de nabije verte in het westen komt toch al wat verrassend voor me een donkere muur van onweerswolken aangeraasd. Het eerste dondergerommel weerklinkt al. Het is nog maar net negen uur in de ochtend. Ondanks alles gooi ik snel mijn rugzak af en loop in snelle pas nog verder omhoog naar de top van Petit Mont Blanc (2677m), een klassieke uitzichtsberg die een mooie intro had moeten geven aan de tocht. Halfweg tussen de col en de top kom ik twee volwassen mannen tegen met vier kinderen. Het dondert intussen regelmatig, de zon schijnt al even niet meer en de eerste druppels beginnen te vallen. Ze snellen zich naar beneden, de kinderen duidelijk in paniek en opgefokt door de volwassenen met het gevaarlijke weer dat eraan zit te komen. Eén van de kinderen roept me toe “Vous êtes fou! Bon Courage!” Ik zie de volwassenen hetzelfde denken.
Boven op de top wordt het maar een blitz bezoekje van een paar seconden. Ook Grande Casse (3855m), de hoogste Vanoisetop in het oosten verdwijnt in de wolken. Bliksemschichten komen naderbij vanuit het westen. Ik trek nog snel een paar foto’s en haspel de afdaling af in looppas. Op de col kom ik zo net terug bij de groep die meteen de afdaling verder inzet. Het regent nu fel met stevige rukwinden. Het wordt voor mij geen snelle afdaling verder de col af. Mijn klak waait
weg en wanneer ik ze terug ben gaan halen een paar tientallen meter lager gebeurt hetzelfde met mijn regenhoes van de rugzak. Ze waait gewoon van mijn rugzak af. Ik ben duidelijk nog niet goed op dreef deze eerste uren. Ondertussen bedraagt de tijd tussen bliksem en donder slechts enkele seconden maar ik blijf er zoals altijd rustig bij. De afdaling verloopt vlotter maar ik krijg het ijskoud. Geen tijd gehad om naast mijn regenjas nog extra warme kledij aan te doen. Tijdens het afdalen trekt het onweer weg, maar de regen stopt pas wanneer ik aan de Chalets de la Grande Val (2180m) aankom, een gesloten ruime herdershut. Ik pauzeer hier even en laat al wat dingen drogen. De zon komt intussen weer tevoorschijn.
Even later ben ik alweer op weg naar het Plan du Pêtre met het mooie gelijknamige bergmeer (2282m) op de grens met het Nationaal Park van de Vanoise. Aguille du Fruit (3051m) en Aiguille de Chanrossa (3045m) zijn de voornaamste kalkstenen toppen die de omgeving van dit hoge dal versieren. De eerste marmottenkreten weerklinken. Ik stap het Parc National binnen.
Steeds meer wolken die snel over razen. De zon werpt nog maar af en toe een smalle bundel zonlicht door de wolken op het berglandschap waarop het lichteilandje op zijn beurt dan een snelle oversteek maakt door de vallei. Dat is het voornaamste schouwspel dat ik te zien krijg op weg naar Col de Chanrouge (2531m). Al redelijke sneeuwvelden die worden overgestoken tijdens het klimmen. Op de winderige col steek ik meteen door en daal het korte Vallée de Chanrouge in waar ik beneden op de dalbodem de middagpauze houd. Intussen komen ook nog eens lage wolken vanuit de vallei in het westen naar boven gestoomd. Ik maak de pauze niet te lang om toch de wolkenmassa voor te blijven en niet in de mist terecht te komen.
Op de kaart turend beslis ik om in de nabijheid van de Lacs du Mont Coua een bivakplek te zoeken. Deze hoog gelegen bergmeren liggen erg verscholen in de westelijke uithoek van het nationaal park. Volgens mij worden ze slechts zelden bezocht. De route naar de meertjes loopt van de dalbodem vandaan over een steile klim. Al snel loop ik over sneeuw omhoog een brede couloir in. De sneeuw is net niet steil genoeg om het stijgijzerloos te redden. Op een 2800m hoogte kom ik op een soort valse col uit. Hier ontmoet ik het hoge dal waar wat lager de bergmeren verborgen liggen. Hierboven ligt alleen nog maar sneeuw met enkele rotsblokken die eruit priemen. Hoog verder in het zuiden loopt het smalle dal dood op de Col des Fonds (2907m). Graag had ik op de col gaan liggen maar omdat het beslist nog zal gaan onweren verkies ik de bergmeren. Uiteindelijk vind ik een bivakplek op de rotsen op 2810m hoogte aan het hoogst gelegen meertje dat nog volledig met ijs bedekt is en waarvan ik tevens ontdek dat het niet op de kaart staat ingetekend. Wanneer ik de tarp recht zet begint het weer te onweren. Nat kruip ik onder het zeil. Het is nog vroeg in de namiddag maar ik houd het al voor bekeken voor vandaag en kruip in de slaapzak. Meermaals in de namiddag onweert het met fijne hagel, gevolgd door dikke mist waarna de zon weer even doorbreekt en het volgende onweer zich aankondigt. ’s Avonds begint het onophoudelijk te regenen wanneer het koufront de Alpen bereikt met nog wat weerlicht van onweer in de nabijheid. Pas rond 2 uur ’s nachts wordt het droog, maar goed slapen doe ik ook daarna niet.









