Ma 07 juli: Lacs du Mont Coua (2810m) - Col de la Masse (2923m)

Afstand: 22.5km
Duur: 11h30
Klimmen: 2020m
Dalen: 1910m
Bergpassen: Col des Fonds (2907m), Col du Soufre (2819m), Col du Charrière (2796m), Col de la Masse (2923m)
Bergtoppen: Pointe des Fonds (3024m)

Het is zonsopgang, half zes wanneer ik op sta. Brede opklaringen boven het hoofd. Na het ontbijt en de bivakopruiming stijg ik verder het dal door over de sneeuw tot op Col des Fonds (2907m). Een prachtig uitzicht is het naar de andere kant. Pointe de l’Echelle (3422m), één van de mooiste bergen van de Vanoise staat daar frontaal voor me te pronken. Het Lac Blanc (2429m), niet wit maar blauwgroenig van kleur, gaapt diep beneden en rechts Aguille de Polset (3501m) met de Pointe de l'EchelleGlacier de Gébroulaz. Eén van de langste gletsjers van de Vanoise, die langgerekt de noordelijke hellingen van de berg afrolt. Ik laat mijn rugzak even rusten op de col en beklim Pointe des Fonds (3024m). Af en toe met de handen over rotsblokken net onder de graat blijvend bereik ik de top met een gelijkaardig uitzicht als op de col. Maar al snel dien ik weer af te dalen. Donkere wolken komen alweer over gedreven in de nog steeds krachtige zuidwestelijke stroming. Ik zie Aguille de Péclet al in de wolken verdwijnen. Weer op de col aangekomen begint het te sneeuwen en hard te waaien. Ik neem mijn rugzak op en daal weer af richting Lacs du Mont Cua. Wat lager gaan de sneeuwvlokken over in regen, maar het regent redelijk door. Mijn kletsnatte dunne zomerbroek plakt volledig koud aan de benen. Een regenbroek behoort al lang niet meer tot mijn hikinggear.

Een echte route vind ik niet, slechts een paar steenmannetjes kom ik tegen langs de bergmeren. Het grootste bergmeer (2672m) is redelijk uitgestrekt. Over rotsig terrein vorder ik gestaag langsheen de oever naar de noordwestpunt van het meer waar de rivier die uit het meer vloeit zich via enkele watervallen de dieperik in stort om lager tijdelijk onder een groot sneeuwveld te verdwijnen. Ik kijk nog eens om. Het is een mooi zicht. De regen die over het meer naar beneden dwarrelt, de bergtoppen in de grijze massa verscholen. Sinds de gebeurtenissen in Jotunheimen kan me tegenwoordig zoiets smaken. Vroeger zou ik nog niet hebben omgekeken.

Lac du Mont CouaHet is even uitkijken aan de afgrond hoe ik verder kan afdalen. Ik blijk de rivier over te moeten en stoot dan verrassend op een pad. De route blijkt langs de andere oever van het meer te lopen. Ik daal steil af. Het pad is veranderd in een rivier met de regen. Lager dien ik voorzichtig het steile sneeuwveld over te steken met de bergrivier die er ergens onderdoor loopt. Nog een eind lager kronkelt het pad zich doorheen een fraaie omgeving van frisgroen alpengras en langsheen watervalletjes richting de eindmorenes van de Glacier de Gébroulaz. Geleidelijk houdt het op met regenen.

Op het morenemateriaal van de gletsjer sla ik linksaf op een steenmannetjesroute die me hogerop langsheen de uitgestrekte gletsjer verder omhoog brengt. De wolken trekken langzaam op en de hoogste bergen blijken een vers wit kapje te hebben verkregen. Een groep alpinisten daalt af op de gletsjer. Ze stoppen voor een pauze waarop een dame van het gezelschap achter een ijsbult haar boodschap gaat doen. Met haar bloot gat naar mij gericht loop ik er voorbij… met wat later een kreet. En de groep maar lachen.

Het loopt niet soepel over het losse puinmateriaal op de zijmorene en ik ben blij wanneer de route links afbuigt en klimt naar Col du Soufre (2819m). Een echt maanlandschap is het naar de col toe, fel roodbruine kleiige hellingen bekleed met sneeuwvelden. Op de col weer Pointe de l’Echelle die de show steelt, zijn top kietelend tegen de wolken. Al is het zicht er niet voor lang want wanneer ik bij het Lac Blanc (2429m) uit kom zweven mystieke lage wolken over. In dichte mist kom ik bij de Refuge de Péclet Polset (2474m) aan. Ik houd er de middagpauze op een bank buiten. Dagjesmensen arriveren van lager uit het dal.

Door koude mist loopt het verder naar de Col du Charrière (2796m). Onderweg duikt het silhouet van een verstijfde steenbok op. Hij staat daar stokstijf te staan op een uitstekende rots totdat hij plots verdwenen is bij een volgende blik. Net onder de Col du Charrière wandel ik de mistmuur uit. Er is weer zicht en ik zie de col rechts voor me uit liggen. Over sneeuw loopt het licht klimmend tot aan de finale puinhelling. Een hele troep fransen daalt af en ik dien even te wachten. Op de col blijkt het weer duidelijk aan de betere hand in het zuiden. Wolken trekken langzaam op en de mist verdwijnt uit de dalen. In de plaats verschijnt de zon.

De afdaling loopt een tijdje over steilere sneeuwvelden. Later loop ik langzaam afdalend over een duidelijk pad verder. Voorbij het Lac de la Partie (2458m) stop ik even voor een kleine pauze. Komen er net twee kleine vlegels de berghelling Slapende steenbokaf gerold en gehuppeld. Twee marmotten zijn het. De ene zit de andere achterna. De vluchter duikt in een holte onder een rotsblok. Zijn dikke vette belager geraakt er schijnbaar niet bij. En maar fluiten en piepen tegen mekaar. Ze zijn zo druk met elkaar bezig dat ze me blijkbaar niet hebben opgemerkt. Toch mislukt mijn poging om stilletjes proberen te naderen meteen. Een eindje verderop staat een troep steenbokken op het pad. Al blazend zetten ze op het allerlaatste moment enkele stappen opzij wanneer ik passeer. Ik loop een tiental meter door en sla de troep gade. Allemaal gaan ze erbij liggen in de middagzon. Enkele minuten later vallen ze ondanks mijn aanwezigheid één voor één in slaap.

Nog een tijdje loopt het pad verder zuidwaarts over een hoog balkon vooraleer de zigzaggende afdaling aanvat naar de Refuge de l’Orgère. Aan de berghut aangekomen sla ik meteen linksaf en loop het keteldal dieper in. Niet veel verder in het dalhoofd passeer ik heel wat dagjesmensen die hier naar de waterval komen kijken. Twee steenbokken wat hogerop krijgen echter meer aandacht van het volk. Ik klim nu steil het hangend dal in dat me naar de Col de la Masse (2923m) zal brengen, een kleine 1000m hoger. Het wordt een lange zweetklim in de brandende zon. Vanaf een 2300m hoogte verschijnen alweer de eerste sneeuwvelden. Nog hoger loopt het regelmatig over vrij steile sneeuwvelden verder, maar gelukkig is er overal een goed spoor. Hogerop komt de col in zicht en wanneer ik dan van achter een rotshelling Pointe de l’Echelle (3422m) en Roc Noir (3316m) zie verschijnen wordt het volop uitzichtgenieten.

La Dent ParrachéeMaar toch, de laatste stukken tot op de brede col lopen niet vlot meer. Ik voel me niet meer fantastisch en bedenk dat ik vandaag zoals zo vaak erg weinig heb gedronken. Hoe is het toch weer mogelijk. Het laatste stuk tot op de col loopt over vaste rots en rotsplaten, voor mij moeizaam. Boven blaast een ijskoude wind maar het uitzicht op La Dent Parrachée (3697m) is er één waar ik mijn ogen niet dadelijk van weg krijg geslagen. Toch, snel doe ik al mijn kledij aan die ik maar bij me heb, inclusief handschoenen en muts. Koude rillingen blijven. Het plan om op de top van Le Rateau d’Aussois (3131m) te gaan liggen laat ik maar varen. Ik voel me te ziek.

Beschut tegen de wind achter een rotsrichel bereid ik het avondmaal dat ik maar bij mondjesmaat naar binnen krijg gepropt. Daarna zoek ik me een windbeschutte en bivakbare plek op de col. Het duurt even voor ik die vind. Tegelijkertijd zakt de zon weg achter de bergen. Een klein half uur voor zonsondergang ga ik slapen terwijl La Dent Parrachée (3697m) er in mooie gloed bij staat te pronken. Snel val ik in slaap maar rond middernacht word ik even wakker. Het is onbewolkt boven mijn hoofd maar toch staat de hemel regelmatig te flitsen. Verder in het noorden is een nachtelijk onweer amok aan het maken. Ik weet dat dit niet voor mij is en ik gerust kan verder slapen. En zo geschiedde.

About

U leest het trekking- en fotografie weblog van Joery Truyen.

Flickr

Kempisch kanaal Dessel-Schoten Netekanaal Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 

Archives