Afstand : 9km
Duur : 3h00
De laatste morgend in de bergen. Het was mooi weer, volledig windstil, niet te koud en de zon scheen, later wanneer ze over de bergen was gerezen, met dikke stralen door het altocumulusdek heen. Wanneer ik mijn tent en alle andere spullen in mijn rugzak had gestopt begon ik aan de klim naar de top van de Hohe Burgstall met een lege maag. Ik wou zo vroeg mogelijk op de top staan om de cumulusontwikkeling in het dal voor te zijn. De top kan vanuit drie richtingen beklommen worden. Ik nam de weg die start vanaf de col. De weg liep eerst kronkelend omhoog over een enorme puinwaaier langs de oostkant van de berg tot aan de steile rotsformatie van de bergtop. Onderweg zag ik dat de schapenfamilie uiteindelijk een vijftig meter verder was gaan overnachten. Ze staarden me constant aan tijdens de klim. Aan de voet van de rotsformatie liet ik mijn rugzak achter en klom zo via de kabels over een steil stuk naar de top (2611m). Het uitzicht was prachtig en een mooi slot voor deze tocht.
Beneden zag je op de Starkenburger Hütte. Je had een mooi overzicht op enkele bergen die ik dagen eerder van veel dichterbij had gezien en natuurlijk op de hoogste toppen van de Stubaier Alpen. Voor de allereerste keer zag ik uiteindelijk de top van de Habicht (3277m). In het westen kon je de Olperer (3476m) zien, die in de Zillertaler Alpen ligt, en zelfs de Hochffeiler (3510m), die net in Italië ligt. In het zuiden waren nu de raar gevormde toppen van het Geschnitztal over de Serleskamm te zien, die tijdens de mistige verregende tweede dag volledig onzichtbaar waren gebleven. In het noordoosten zag je op de Patscherkofel (2246m) en het brede dal van de Inn, met Innsbruck net naast de Kalkkögel.
Meer dan een half uur heb ik hier in de eerste zonnestralen van de dag op deze top van het uitzicht blijven genieten. Wanneer ik zag dat de trekkers, die de nacht in de Starkenburger Hütte hadden doorgebracht, vanaf de hut vertrokken, begon ik weer aan de afdaling. Onderweg raapte ik mijn rugzak terug op en liep terug naar de zitbank aan de col, waar ik mijn laatste portie hardkeks op at. Via de Sennjoch (2190m) liep de weg dan gestaag dalend naar het eindstation van de kabelbaan op de Kreuzjoch (2108m).
Toen ik hier aankwam was het al 9h00 gepasseerd en kwamen de eerste dagtoeristen massaal via de kabelbaan naar boven. Vanaf hier begon de vermoeiende afdaling naar Fulpmes, dat 1171m lager ligt in het Stubaital. Ik nam de weg die zigzaggend onder de kabelbaan heen loopt naar het dal. De weg liep steil naar beneden en na de eerste honderd meter gedaald te hebben kwam ik aan de eerste bomen. Het was een raar zicht, om na een week boven de boomgrens doorgebracht te hebben, terug een boom van dichtbij te zien. Al snel wandelde ik door het bos van bergdennen. Het werd ook opmerkelijk warmer. Na een heel tijdje dalen buigde de weg af van de kabelbaan en ging het via enkele kleine open plekken in het bos, waar enkele koeien graasden naar de Galt Alm (1634m). Vanaf de Alm liep de weg nu over een brede kiezelweg door bos en kleine weiden verder naar Froneben waar de kiezelweg overging in een smalle asfaltweg. Daar nam ik dan een klein paadje door het bos om de asfaltweg te vermeiden. Dit paadje kwam weer uit op een onaangename kiezelweg waarop het laatste stuk werd afgedaald naar Fulpmes (937m).
In het dal was het erg warm. Ik zocht zo vlug mogelijk een telefooncel in het dorp en belde naar huis. Daarna kocht ik in een bakker enkele koffiekoeken die ik op een pleintje opat. Omdat het nog vroeg in de middag was en mijn trein te Innsbruck pas ‘s avonds vertrok heb ik dan nog een wandeling door het dal gemaakt langs de verschillende kleine dorpjes: Telfes, Gagers en Plöven. Op de bus naar Innsbruck keek ik nog eens naar de Kalkkögel. Zeven dagen eerder vond ik dit uitzicht vanuit het dal mooi. Nu was het niets in vergelijking met wat ik in die week gezien heb. Wanneer ik dan in Innsbrück de trein opstap kondigt een stevig onweer het einde van deze warme nazomerdag aan en meteen ook van mijn avontuur.










Recent Comments