Afstand: 13.5km
Duur: 9h00
Klimmen: 1600m
Dalen: 1480m
Bergpassen: Col de la Masse (2923m)
Bergtoppen: Grand Roc (3316m), Pointe de l’Echelle (3422m), Le Rateau d’Aussois (3131m)
Geen wekker gezet die ochtend. Omdat ik me gisteren zo slecht voelde zou ik deze ochtend afwachten. Pas rond negen uur, de zon schijnt al fel, word ik wakker en kom recht. Ik voel me weer goed, alsof er niks is gebeurd gisteren. Gelukkig gisteren avond me nog opgepept om zo veel mogelijk te drinken. Het is me nu de tweede keer dat dit liedje me overkomen is. Dat is voor mij één keer te veel.
Wanneer ik me klaar maak komen de lage wolken, die zich voorbije nacht in het dal hebben gevormd, de oostelijke hellingen opgerezen. Een enkeling geraakt tot op mijn hoogte, maar de lucht hierboven is duidelijk te droog om de waaghalzen een langer leven te beschoren. Wanneer ik bijna ingepakt ben verschijnt de eerste dagjesmens op de col. Hij komt na een tijdje naar me toe. ’s Ochtends vroeg was hij in de mist vertrokken van aan de parking aan de Refuge de l’Orgère. Voor mij althans ontstaat er een grappige conversatie over het weer. Verwonderd dat hij was dat ik zonder tent heb liggen slapen. « Vous n’avez pas peur que t’il pleuvrai pendant la nuit ? » Maar nee, meestal zie ik wel wanneer ik iets over mijn hoofd moet trekken, antwoord ik hem in het Frans. Hij geeft toe dat hij niet zou kunnen zien aan de wolken of het zou gaan regenen of niet. Vandaag en heel de rest van de week zou het slecht weer worden, vertelt hij me. Dat had hij gevonden op het internet. Wat je op het internet vindt, daar moet je nooit op vertrouwen, antwoord ik hem resoluut. Tot vrijdag wordt het alvast goed weer verduidelijk ik hem, zonder te vertellen vanwaar ik dat zou hebben gehaald. Hij lijkt me meteen te geloven en vertrekt weer voor de afdaling. Ik ga nog Pointe de l’Echelle (3422m) op en Le Rateau d’Aussois (3131m) verduidelijk ik hem al wijzend naar de toppen. Zijn reactie van ongeloof vertelt boekdelen als hij Pointe de l’Echelle bekijkt.
En gelijk heeft hij. Een messcherpe graat valt zuidwaarts tot op het kleine stulpje dat Roc Noir is genoemd. Deze berg is geen platte koek, maar ik ga het proberen. Over de bergkam die de brede col vormt loop ik merendeels over sneeuwvelden in de richting van Roc Noir die Pointe de l’Echelle nu achter zich verborgen houdt. Op het laatste rotseilandje op het sneeuwveld laat ik de rugzak achter. Het topvak rits ik af en gebruik ik als dagrugzakje, stijgijzers worden aangebonden en pickel in de hand. Het sneeuwveld wordt steiler. Bovenaan tegen de graat is de sneeuw door de wind geboetseerd tot een helling van een 55°. Met de doorn in de harde sneeuw borend klim ik op de voorste punten van de stijgijzers de graat op. Een koppel alpinisten staat hier in corde tendu uit te rusten. Zij hebben de nog moeilijkere noordgraat bedwongen en dalen wat later af. Ik loop er maar als amateurtje bij, zo zonder gordel of helm. De top van Pointe de l’Echelle is nu weer te zien. Ik zie dat dit alvast geen eenvoudige klim wordt. Ik doe mijn stijgijzers uit en klim over rotsblokken en een enkel sneeuwveld verder tot op Roc Noir (3316m). Tot hier zou een ervaren bergwandelaar het nog kunnen redden. Verder naar Pointe de l’Echelle heb ik mijn twijfels.
Het uitzicht is hier fenomenaal. De graat naar Pointe de l’Echelle is ferm ruig en steil langs alle kanten. Vooraan ligt nog een sneeuwcorniche. Ik betreed de smalle graat. Slechts een halve meter rots heb ik in de breedte en de wind blaast
redelijk hard tegen mijn linker flank aan. Elke mistap kan nu fataal zijn. Le Fond d’Aussois, de bodem van het dal, ligt rechts diep beneden. Dan betreed ik de sneeuw, goed langs de andere kant blijvend van de corniche. Een vijftig meter verder stap ik af de sneeuw en laat mijn pickel tussen de rotsblokken liggen. Het laatste stuk tot op de top klauter ik op handen en voeten over rotsblokken, doorheen schouwen en een enkele keer nog over een steil en moeilijk sneeuwveld verder net oostelijk onder de graat blijvend. Onderweg stoot ik nog mijn knie. Even kermen van de pijn, maar het gaat snel voorbij. Dan kom ik op de graat terecht. Op de westelijke flank lopen rotsplaten naar beneden, net niet steil genoeg om er op te lopen. Zo loop ik verder noordelijk over de graat voort, verscheidene malen enkele rotsformaties opklimmend en een enkele keer een bres over springend. Tot slot daal ik nog een schoorsteen in op de oostelijke flank om een onoverbrugbare rotspilaar op de graat voorbij te geraken. Uiteindelijk klim ik een volgende schouw weer in en kom bij de echte top uit. Het hoogste punt wordt weer gevormd door een rotspilaar.
Een geweldig gevoel overvalt me op de top. Overal fantastische zichten om me heen. De Ecrins met de zo opvallende Barre des Ecrins (4102m), in het oosten La Dent Parrachée (3697m) en Gran Paradiso (4061m) en in het noorden kan je niet naast Mont Blanc (4807m). Overal diepe afgronden om me heen en een blik op de noordgraat vertelt me dat ik toch beslist nog eens met een klimpartner moet terug keren.
De afdaling verloopt redelijk vlot, toch voor het soort terrein waar ik me op bevind. Moeiteloos bereik ik weer mijn rugzak. Terug op Col de la Masse loop ik meteen door naar Le Rateau d’Aussois (3131m). Over rotsblokken loopt het even steil tot op het topplateau van deze berg, net niet steil genoeg om wandelstokken te moeten opbergen. Boven lopen enkele dagjesmensen rond. Deze berg biedt vooral een mooi overzicht op de vallei van de Maurienne en een geweldig zicht op de zuidelijke graat van Pointe de l’Echelle. Bivakkeren is trouwens ruim mogelijk op de top, maar een tentje stabiel recht krijgen zou wel niet fantastisch gaan op de harde stenen ondergrond.
Ik daal weer af tot op de Col de la Masse en loop meteen verder de oostelijke afdaling af waarbij weer een lang sneeuwveld dient worden afgedaald. Na een lange poos kom ik beneden in het dal boven het stuwmeer Plan d’Amont (2078m) uit,
steek de Pont de la Sétéria (2206m) over en begin dan weer met een klim naar de Refuge de la Fournache. Hier aan de privéhut loop ik naar de brede grindweg die me verder het Vallon de la Fournache in brengt met de steile gevorkte pieken van Pointe de la Fournache (3639m) en nog voor even het topje van La Dent Parrachée (3697m) steil uit pronkend aan het dalhoofd. La Dent Parrachée gaat mijn volgend slachtoffer worden. Het plan tot topbivak of ten minste daar ergens boven dicht bij de top laat ik vallen. Het is al te laat en bovendien vrees ik dat het boven toch net te koud is voor een nachtje in mijn zomerslaapzak.
Niet veel verder buigt de grindweg af naar het skigebied dat hier net tot tegen de grens van het Nationaal park is neergeplant en welke gelukkig uit mijn zicht blijft. In de plaats volg ik een vaag spoor steil verder doorheen het gras, tot ik hogerop aan een plek uitkom waar verscheidene bronnen aan redelijk debiet uit de grond komen geborreld en de stroompjes zich meteen samenvoegen tot een uit de kluiten gewassen Ruisseau de la Fournache. Hier vul ik mijn watervoorraad weer helemaal bij want ja hoor, ik heb vandaag al 2 liter water gedronken.
Door de kale dalbodem loop ik verder tot ik weer een vaag paadje op loop. Wandelpaden zijn er hier niet meer. Het Vallon de Fournache wordt immers vrijwel enkel ingelopen door alpinisten die La Dent Parrachée (3697m) willen bedwingen.
Hogerop klimt het over harde sneeuwvelden en morenen verder tot ik aan de voet van Pointe de la Fournache (3639m) sta op een uitgestrekte gletsjerrestant met links Col de la Dent Parrachée (3338m) en rechts in de zuidelijke kam een sneeuwcouloir die tot op de Brèche de la Loza (3480m) loopt. De normaalroute naar de top van La Dent Parrachée loopt via de col. Indien de couloir onder de Brèche de la Loza (3480m) nog gevuld is met sneeuw en het gruispuin nog niet bloot ligt, wordt deze aangeraden als afdaalroute. De sneeuw bovenaan de gletsjerrestant loopt niet helemaal tot op de Col de la Dent Parrachée. Het laatste stuk loopt over een steile en blijkbaar enerverende gruishelling. Ik beslis daarom om de berg op te gaan via de Brèche de la Loza en om ook langs hier weer te gaan afdalen.
Op de vlakke morenerug op een hoogte van 3050m vind ik een geschikte plek om me neer te leggen. Tenminste die plek creëer ik voor mezelf door een hard bed te maken van platte rotsplaatjes. De nacht is net ingezet wanneer ik mijn avondmaal op heb en ga slapen. De wekker zet ik op 4u30. Omstreeks tien voor zes komt de zon op, wist ik. Zou ik naar schatting toch op tijd op de top moeten geraken na nog een vlug ontbijt en klaargemaak. De sneeuw zal immers op het einde van de nacht beenhard zijn, ideaal om snel te vorderen.









