Terugreis

Om kwart over vijf loopt mijn wekker af. Ik kleed me aan en pak mijn rugzak in. Uiteindelijk moet ik me nog haasten. De bus is aangekomen, draait zich en stopt aan de bushalte. De zeven trekkers van de camping en de STF-hut wachten om in te stappen tot de chauffeur de postbus heeft geledigd. Ik verschijn gehaast uit de bosjes. Rare blikken naar mijn richting. Ja sorry, ik ben van de echte marginale klasse. Stipt om 5u40 vertrekt de bus.

Op de bus kijk ik mijn ogen weer uit doorheen het raam. Er hangt overal lage stratus met hier en daar mist. Rookmist stijgt op van over het mijlenlange meer waar we uren lang langs rijden. Onderweg verschijnt een prachtige kleurrijke zonsopgang van tussen de stratusflarden. Na ongeveer 120km rijden slaat de bus af naar Randijaur, een gehuchtje op een boogscheut van de weg vandaan. Er staan slechts een paar huizen. Een vijftal kinderen stappen op met hun schoolboekentas. Zij lopen school in Jokkmokk centrum, nog 40km verder. Ik begin me af te vragen waar die twee kereltjes in Kvikkjokk naar school gaan. Nabij Jokkmokk slaan we een grotere verkeersweg op. De verkeersborden duiden weer afstanden aan in de drie cijfers. Weer verbaasd van al die afstanden hier in het noorden. De gemeente Jokkmokk is de tweede grootste gemeente van Zweden. Haar oppervlakte bedraagt om precies te zijn 19 474km². Om even de vergelijking te maken, België is 30 528km² groot.

In Jokkmokk aangekomen is het rond acht uur. De kinderen worden aan school afgezet en dan eindigt het in het busstation. Het vriest en er hangt een kille aanvriezende mist. Ik loop wat rond in het dorp, maar er is niks te zien. Volk loopt er ook nauwelijks rond op straat, op uitzondering van twee zatlappen die me uitnodigen om weer mee de kroeg in te gaan. Om half tien gaat de supermarkt open. Ik heb nog niet ontbeten dus ga ik het nodige voedsel vergaren. Ik neem meteen genoeg voor de avond.

Ik ontbijt in de warme wachthal van het busstation. Om elf uur neem ik de volgende bus die me naar Murkjek brengt, een klein dorpje binnen de gemeente Jokkmokk, in vogelvlucht nog eens precies 57km oostelijker gelegen. Onderweg passeren we weer de noordpoolcirkel. Een uur later komen we in het kleine dorpje aan waar intussen de zon schijnt en het nog een anderhalf uur wachten is op de trein naar Kiruna. Opvallend weinig berken die hier al in de herfstkleuren staan. Ik koop nog een bus fruitsap in het winkeltje. De trein komt niet veel later aan. Het is weer een trein die helemaal vanuit Stockholm komt. Hij blijft een goed half uur stil staan. Maar dan stap ik op. Mijn rit betaal ik op de trein en probeer dan wat te slapen.

Na een half uurtje dutten kijk ik weer volop naar buiten. Het landschap op weg naar Kiruna wordt steeds natter. De overheerdende kleuren in het landschap veranderen van groen, over geel en oranje in bruin. In Kiruna aangekomen omstreeks half vier vallen de laatste verdorde blaadjes al van de berken. Ik sta er versteld van hoe smal die herfstband maar is. Tenslotte ligt Kiruna “maar” een 150km noordelijker van Murjek.

In het station vraag ik aan het loket hoe ik op de luchthaven kan geraken. Dan blijkt dat ik een taxi zal mogen bellen. De busverbinding tussen de luchthaven en de stad stopt er jaarlijks mee in het begin van september. Ik loop de stad in. De industriestad is gebouwd op een heuvel rondom al de moerassen. In de verte in het westen zie ik de bergen van Kebnekaise aanlokkelijk liggen. Van op meerdere punten in de stad kan je Kebnekaise zien liggen. Ik loop wat rond in het toeristisch centrum dat maar enkele straten groot is en maak een bezoekje aan de plaatselijke buitensportwinkel en het toeristenbureau. Geen zin om nog lang in de stad te blijven bel ik niet veel later al een taxi aan het station. Blijkt dat ik verdomme 250 Zweedse kronen mag neertellen, een vaste prijs voor de verbinding stad-luchthaven. Ze hebben dat hier slim gezien. Ik zal hier ook eens een taxibedrijfje moeten beginnen. De volgende keer loop ik te voet naar de luchthaven. Het blijkt maar 9km te zijn. Wat een afzetterij. Had ik dit maar beter uitgedokterd thuis.

Op de kleine luchthaven is het doods. Binnen in de kleine vertrekhal is er niemand. Ik maak er handig gebruik van om me te wassen in de WC’s. Dan is het buiten eten op een bankje tot de zon onder gaat. Binnen zet ik me aan een tafeltje en lees alle toeristische foldertjes en boekjes door die ik in het toeristenbureau heb meegejat. Deze avond rond elf uur komen er twee vluchten toe vanuit Stockholm, één van SAS en één van Norwegian, de maatschappij waar ik morgen mee zal vliegen. Stockholm is ook de enige bestemming waarop hier wordt gevlogen vanuit Kiruna. Slechts vier vluchten zijn er per dag. Twee die vertrekken ’s ochtends en twee aankomende vluchten ’s avonds. Ocharme al dat personeel dat hier voor die vier onnozele vluchtjes telkens even naar de luchthaven moet komen.

Ik heb het al gezien. Wachten tot iedereen van de aankomende vlucht weg is en dan slaap ik op de bankjes in de luchthaven. Maar dan verschijnt er een jonge marginale Duits binnen. Nadat hij naar het WC is gegaan loop ik hem tegemoet wanneer hij weer naar buiten wil gaan. Hij ziet meteen dat ik ook een trekker ben en van plan ben in de luchthaven te overnachten. “Are you going to spend the night here? It is not allowed. Me and my friend also wanted to sleep here, but there was a guy which send us away. He said he will inform the police if we stay here inside. But you can come with us. We sleep in a cabin next to the airport. There was a women outside that told us to sleep overthere in the cabin. It is especially made for people like us.” Ik loop met hem mee naar het hutje. Hij heeft met zijn makker twee weken doorheen Kebnekaise gelopen en een stuk over de Nordkalotleden.

In het hutje is het nog warm ook. Er is verwarming en twee aparte kamers. We slapen apart. Blijkt dat men hier dit hutje speciaal gebouwd heeft voor al die marginale trekkers die het in hun kop halen om op de luchthaven te overnachten. Toch een meevaller want dit slaapt aangenamer dan in het luchthavengebouw. Ik ga meteen slapen net als de twee kameraden.

’s Ochtends ben ik voor de Duitsers weg. Er hangt weer een dichte aanvriezende mist buiten. In het luchthavengebouw checkt net de laatse persoon in voor de SAS-vlucht. Er stappen maar een twintigtal personen op de dure vlucht. Eens benieuwd hoeveel volk er voor de vlucht van low-cost Norwegian gaat verschijnen. De twee Duitsers dagen niet veel later op, kort gevolgd door een heuse toestroom aan volk. Ik check in en dan is het met een hele troep mensen nog even wachten in de vertrekhal. De vlucht zit voor drie kwart vol, maar toch zit ik alleen op een stoelenrij van drie. We stijgen de mist uit en vliegen naar Stockholm alwaar het nog wat wachten is alvorens de vlucht naar Brussel vertrekt. In de late namiddag land ik in Zaventem en ben ik weer thuis. De mooiste toch uit mijn level ligt achter me, een tocht waar ik toch met een gevoel van heimwee naar terug kijk. Naar Sarek keer ik beslist nog terug.

About

U leest het trekking- en fotografie weblog van Joery Truyen.

Flickr

Kempisch kanaal Dessel-Schoten Netekanaal Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 

Archives