Afstand : 24,5km
Duur : 6h55
Klimmen : 1240m
Dalen : 130m
In Luz (710m) volgde ik de altijd de licht stijgende autoweg verder door het dal. Na het gehuchtje Sia bereikte ik het dorpje Pragnères (910m), waar een waterkrachtcentrale gevestigd is. Toen ik er passeerde landde net de berghelikopter er even op het grasveld naast de rivier en steeg daarna weer snel terug op om weer tussen de bergen te verdwijnen. Om twintig over elf kwam ik uiteindelijk in het dorp Gèdre (1025m) aan.
Op het dorpspleintje at ik weer enkele sandwiches en dronk ik mijn flesje water leeg dat ik op de trein naar Lourdes had gekregen. Na twintig minuten vertok ik weer. Vanaf nu was het gedaan met de asfaltweg en begon een stevige klim over een pad de bergen in. Ik volgde de bordjes die Lac des Gloriettes en Vallée d’Estaubé aanduiden. De klim was steil en kronkelde door het loofbos. Het was warm en de wolkenvelden waren niet zo talrijk meer zodat de zon vrij fel scheen. Mijn benen voelden niet al te best aan en na slechts een korte tijd klimmen stopte ik al om even uit te rusten. Ik zweette erg, ritste daarom de onderpijpen van mijn broek en deed mijn trui uit. Daarna vertrok ik weer. Toen ik op een open plek kwam uit het bos, werd ik enorm geplaagd door vliegen. Na een tijdje stopte ik weer om uit te rusten. Ik had dorst, maar had nog geen water omdat ik nog geen beekje was tegengekomen. Nog steeds waren er vervelende vliegen die voortdurend op je lijf kwamen zitten. Ik mepte er zoveel mogelijk dood.
Ik vertok weer en na een poosje werd de klim minder steil en volgde nu de berghelling naar het zuidoosten. Het bos werd opener en maakte snel plaats voor bergweide en struikgewas. Ik kwam een eerste klein beekje tegen waar ik probeerde water te verzamelen, maar het lukte niet. Het beekje was te klein en daarom liep ik weer verder. Vanaf nu was de weg vlak en liep over een soort vlak terras op de berghelling waarop verspreid enkele cabanes stonden. Bij één van die cabanes was een herder bezig zijn schapen bijeen te drijven. Plots zag ik een enorm grote vogel vrij dichtbij langs de berghelling voorbij vliegen en ik stopte even om hem te bewonderen. Het was een lammergier, één van de drie giersoorten die in de Pyreneeën voorkomen. De spanwijdte van zijn vleugels was enorm groot en je hoorde een suizend geluid van de lucht die langs zijn vleugels stroomde als hij voorbij vloog. Wanneer hij in de verte uit het zicht verdween liep ik weer verder.
Achteraan in het dal zag je op het oostelijk deel van de Cirque de Troumouse met drie herkenbare toppen : de geïsoleerde Pic de Gerbats (2904m), de vlakke Pic de Troumouse (3085m) en vlak daarnaast de Pic de la Munia (3133m), de hoogste top van de cirque. Op de flanken van deze berg lagen nog enkele sneeuwvelden. Later zal ik deze top nog vanuit Spanje zien, maar dan bedekt met het eerste verse pak herfstsneeuw. Na een korte tijd kwam ik een klaterend beekje tegen. Hier stopte ik om mijn drinkzak helemaal te vullen. Onder een watervalletje ging het gemakkelijk. De weg liep nog steeds verder over het terras, maar het einde kwam snel in zicht. Rechts kwam het Vallée d’Estaubé in zicht, een zijdal van het dal van de Gave de Héas, waardoor ik sinds Gèdre wandelde. Net voor de korte afdaling tot in het Vallée d’Estaubé rustte ik nog even uit. Ik dronk wat en at mijn enige pakje powergel op. Het dalhoofd van het Vallée d’Estaubé wordt gevormd door de kleine Cirque d’Estaubé die van hieruit bijna volledig te zien was. Hierin was duidelijk de Brèche de Tuquerouye te zien, de steile bergpas waardoor ik voor het eerst Spanje zal binnensluipen. Achter in dit dal was het zwaar bewolkt en de top van de Grand Astazou (3071m), de hoogste berg van de cirque reikte net tot in de wolken. Door de Brèche de Tuquerouye was even een stuk van een gletsjer te zien. Dit was natuurlijk de gletsjer op de noordwand van de in Spanje gelegen Monte Perdido (3355m), de derde hoogste berg van de Pyreneeën. De Monte Perdido zelf lag volledig in de wolken en was dus helemaal niet te zien.
Ik vertrok weer en volgde de korte afdaling naar het Lac des Gloriettes (1668m) aan het eindpunt van het Vallée d’Estaubé, waar ik aankwam om tien over twee. Dit meer is ingedamd door een kleine stuwdam waar zich een kleine parking bevindt. Hierop stonden enkele auto’s van dagjesmensen die een wandeling maakten door het Vallée d’Estaubé. De wandelweg liep langs de westkant van het meer het dal in en volgde dan de rivier. De weg verliep meestal vlak met soms een stukje waar wat gestegen moest worden. Ik kwam veel dagjesmensen tegen die terug op weg waren naar het Lac des Gloriettes. Ongeveer midden in het dal trad ik het Parque National des Pyrénées in dat aangekondigd werd met een bord waarop de regels van het park stonden vermeld. Niet veel verder begon rechts de klim naar de Hourquette d’Alans (2430m), de bergpas tussen het Vallée d’Estaubé en het Vallée de Gavarnie. Ik nam niet deze weg, maar liep verder over een vaag paadje door het dal, passeerde de Cabane d’Estaubé (1760m) en kwam dan in een brede vlakte terecht waar een enorme kudde witte en bruine koeien graasden. Ondertussen was het twintig over drie en begon het licht te regenen. Ik stopte om mijn regenjas aan te trekken en de regenhoes over mijn rugzak te bevestigen. Terwijl het harder begon te regenen liep ik verder tot helemaal achter in het dal onder de steile wanden van de cirque. Ik kwam op een tweede vlakte terecht, die eigenlijk een enorme puinwaaier is. Het was tien na vier en het stopte met regenen. Ik zocht een geschikte plek op de vlakte voor mijn tent, maar stelde ze nog niet op, want volgens de regels van het Parque National mag dit pas na 19h00. Ik maakte eten klaar en at het op. Ondertussen gleed er een wolkensliert vanuit Spanje via de Port Neuf de Pinède (2466m), een bergpas in de cirque, langs de bergwand naar beneden en loste op.
Om twintig voor zes begon ik dan maar tegen de regels in mijn tent op te stellen, terwijl het weer eventjes regende. Nog een uur later ging ik slapen. Het was betrokken, er stond een vlagerige wind, alle bergtoppen verdwenen in de wolken en al snel begon het te regenen. Ik viel snel in slaap. ’s Nachts werd ik een eerste keer wakker van een luidde donderslag die lang bleef narommelen tussen de bergen. Later in de nacht werd ik nog eens wakker. De wind was gaan liggen, maar het regende hard en het bliksemde. Na de donderslag viel ik weer in slaap.











No comments
Comments feed for this article