Donderdag 11 september : Balcon de Pineta (2580m) - westflank Punta Custodia (2240m)

Afstand : 20,0km
Duur: 9h10

Klimmen : 1140m
Dalen : 1460m

Ik werd gewekt om kwart voor zes, maar begon me pas tien minuten later aan te kleden. Het begon net licht te worden en enkel in het oosten hingen wat kleine lenticulariswolken, die later mooi paars kleurden wanneer de zon net boven de horizon verscheen. In tegenstelling tot gisteren konden alle bergen nu bewonderd worden. De fel besneeuwde noordwand van de Monte Perdido (3355m), met naast hem El Cilindro (3328m) en in het westen de Grand Astazou (3071m) en Petit Astazou (3015m) zijn de opvallendste toppen. De top van de Pico de Marboré (3252m), de hoogste top van de Cirque de Gavarnie, leek van hier uit maar een kleine onopvallende top naast El Cilindro.

Grand AstazouHet waterpijl van de plas was flink gedaald en de brede stroom naast mijn tent was droog gevallen. De plas waterde nog enkel af via de rotsgleuf, waar ik merkte, wanneer ik me aan de plas ging wassen, dat er nu ook duidelijk minder water doorheen ontsnapte. Dit kwam natuurlijk omdat er door de koude nacht niet zo veel sneeuw meer weg smolt.

Monte PerdidoNadat ik gegeten, me gewassen en mijn rugzak ingepakt had begon ik uiteindelijk om kwart over negen met wandelen. Ik volgde verder, nog steeds door heel wat sneeuw, de steenmannen tot aan de steile oostkant van het Balcon de Pineta. Toen ik hier aan kwam zag ik enkele gemzen links van me. Er lag hier plots niet zo veel sneeuw meer en overal waar de bodem wat vlak was vond je hier bivakplekken, afgezet met muurtjes stenen. Recht voor je gaapte nu de steile afgrond naar het Valle de Pineta, een mooie vallei zo te zien, maar van hieruit kon je de bodem van de vallei nog niet goed zien. Er was nog steeds nergens een El Cilindrowandelpad te bekennen en ik merkte nu ook geen steenmannen meer op. Toen ik wat verder ging naar de afgrond van het Balcon de Pineta, merkte ik plots op dat de route net voorbij de gemzen liep. Ik liep vervolgens wat terug en ging naar de groep gemzen toe. Ze vluchtten wat omlaag en keken me aan, terwijl één van hen eens fel blies door zijn neusgaten, om me te vertellen dat ik niet welkom was. Plots verscheen er een wandelpad dat een scherpe bocht naar links maakte. Ik kwam nu in een steil hangend dal terecht waardoor het wandelpad fel omlaag slingerde. Vanaf hier verdween de Monte Perdido uit het zicht en lag er ook geen sneeuw meer. Na een tijdje afdalen werd nu het volledige Valle de Pineta zichtbaar. Het was een typisch Spaans dal voor de Pyreneeën. Eén dat je in Frankrijk nooit zal zien. De vlakke bodem van het dal was gevuld met loofbos, waartussen de Rio Cinca in verschillende armen doorstroomt. De noordelijke dalwand bestaat uit enkele grijze puinhellingen die beneden tot diep in het loofwoud dringen. De zuidelijke dalwand is dan weer helemaal anders. Deze lijkt meer op die van een canyon : verticale bruine rotswanden onderbroken door schuin liggende wandterrassen, waarop beneden wat naaldbomen groeien. De vallei is ongeveer 15 km lang en is volledig onbewoond, maar er loopt wel een brede grindweg door de bodem van het dal tot helemaal achter in het dal naar de Parador, een Spaans staatshotel, en de enkele kleine campings.

Valle de PinetaDe bergen rondom het dal zijn opvallend minder hoog en waren dan ook niet bedekt met sneeuw. Enkel op enige afstand ten noorden van het dal waren nog enkele bergen te zien die een sneeuwdek hadden. Het waren de toppen rond de Circo de la Munia en die van de Cirque de Troumouse, met opvallendste toppen de Pico de Robiñera (3005m) en de Pico de la Munia (3134m). Deze laatste berg zag ik op de eerste dag al vanuit Frankrijk. Vanuit Spanje ziet hij er helemaal anders uit. De afdaling duurde lang. Af en toe moest er een klaterende beek overgestoken worden en na een hele tijd zag je uiteindelijk rechts van je de Rio Cinca zich via verschillende watervallen van op het Balcon de Pineta het Valle de Pineta instorten. Ik kwam een eerste Spanjaard tegen die in zijn eentje de klim naar boven begonnen was. Hij vroeg me wat in het Spaans, maar ik maakte hem duidelijk dat ik geen Spaans begrijp. Dan probeerde hij het maar met wat woorden Engels. Hij wou weten hoe lang ik al onderweg was vanaf het Balcon de Pineta. Twee uren antwoordde ik hem en ging dan verder.

Niet veel later stopte ik even om wat uit te rusten. Ik bevond me op ongeveer 1900m en niet veel lager zou er zich een afslag moeten bevinden die naar de Faja de la Tormosa leidt. De Faja is een wandelpad dat over één van de terrassen loopt op de zuidwand van het Valle de Pineta hoog boven de vallei. Ik zag beneden geen duidelijk pad, maar in de verte zag ik er wel één dat slingerend naar de Faja leidt en verder niet meer kon vervolgd worden tussen de naaldbomen. Er liepen zelfs al enkele mensen op. Ik at nog een klein stukje van mijn bananenbrood en vertrok weer.

Cascada del CincaNaarmate ik verder afdaalde kwam ik meer en meer groepen Spanjaarden tegen in de tegenovergestelde richting. Wanneer ik bijna tot de bodem van het dal was afgedaald stak ik een riviertje over om een vaag paadje te nemen. Ik verliet nu het drukke pad waar ik lang over afgedaald had. Dit kleine paadje leidde snel tot de monding van een soort kleine kloof waardoor de Rio Cinca via een hoge waterval, de Cascada del Cinca, de bodem van het Valle de Pineta bereikt. Het paadje kwam nu uit op een duidelijker pad dat vanuit de bodem van het dal kwam gestegen. Ik betrad het stalen brugje over de rivier en moest dan nog een stuk over stenen naar de overkant. Hier begon het pad weer fel te stijgen en na de eerste haarspeldbocht stopte ik om de onderpijpen van mijn broek te ritsen en mijn trui uit te doen. Je had nu een mooi zicht op de hoge klaterende waterval. Ik trok een foto en ging verder.

Het pad bleef al slingerend sterk stijgen tussen enkele kleine naaldbomen en een enkele keer moest er met handen en voeten een rots opgeklommen worden. Na een tijdje kwam ik opnieuw aan een beekje waar ik stopte om mijn waterzak bij te vullen. Niet veel verder kwam ik dan op een plek waar je een drie meter hoge rotswand moest opklimmen met behulp van een ketting. Met een zware rugzak ging het toch wel niet zo vlot.

Vanaf nu was ik op de faja. Het pad kende nooit lange vlakke stukken. Het liep afwisselend een stuk langzaam omhoog of omlaag net rond de boomgrens slingerend rond zo’n 1900m. Telkens werd er een nieuw zijdal ingedraaid waar een klaterend beekje naar beneden stroomde. Achter me zag ik nu het steile dalhoofd van het Valle de Pineta. Daar ergens moest ik over een pad zijn afgedaald. De Port Neuf de Pinède (2466m), of in het Spaans de Puerto Nuevo de Pineta, was nu ook goed te zien.

Na een hele tijd op de faja stopte ik en at onder een rots in de schaduw een pakje hardkeks op. Het was ondertussen al tien over één. Wanneer ik weer vertrok kwam ik niet veel verder rond halftwee aan een splitsing. Hier stopte de Faja de la Tormosa en begint de afdaling naar de bodem van het Valle de Pineta. Maar ik draaide rechts het pad op dat fel kronkelend omhoog steeg, naar de Collado de Añisclo (2453m). Het pad was gemarkeerd met de rood–wit markering van het GR11 en ook met steenmannen. Al snel kwam ik aan een bronnetje waar ik opnieuw mijn bijna lege waterzak vulde. Ik had vandaag al veel gedronken.

De klim werd steeds ruiger. Na een tijd werd het pad vager en moest er steil over rotsen en losliggende stenen geklommen worden. Dan plots kwam de route uit bij een enkele meters hoge verticale rotswand. Die moest even aan de voet naar het oosten vervolgd worden tot op de plaats waar hij ophield. Hier merkte ik geen verfstrepen of steenmannen meer op. Maar er leek toch een vaag pad naar omhoog te lopen. Wat hoger kwam ik toch opnieuw enkele steenmannen tegen. Het finale stuk van de klim was onduidelijk. Er was geen pad en op ruime afstand waren steenmannen gestapeld. Ik klom over losliggende steentjes naar boven, tot ik op de brede Collado de Añisclo (2453m) uitkwam om tien over drie.

Cañon de AñiscloEr stond veel wind en het uitzicht achter de col was weer helemaal anders. De col ligt in het dalhoofd van een dal dat zich verder ontwikkeld tot een echte canyon. Het is de Cañon de Añisclo, één van de drie canyons van het Ordesa Nationaal Park. De canyon was van hier uit nog niet volledig te zien, want een deel lag nog verscholen achter de hellingen van La Suca (2802m), de berg ten zuiden van de col, waarop nog wat sneeuw lag. Rond de Cañon de Añisclo lag een grote dorre hoogvlakte, waarop niks groeit, en in de verte zag je op het verder uitlopende glooiende Aragon. Keek je terug van waar je kwam, dan kon je nog steeds het gehele Valle de Pineta zien. De Pico de la Munia (3134m) viel nu fel op. Het was de enige fel besneeuwde top in het noorden. Naar het oosten toe kon je in de verste verte de hoogste toppen van de Pyreneeën waarnemen. Door goed te kijken zag je de Pico de Aneto (3404m) en de Posets (3375m). In het noordwesten zag je nu op de besneeuwde noordwand van Las Tres Sorores. Zo noemen de Spanjaarden het Monte Perdidomassief. De Monte Perdido zelf was onzichtbaar. Ook zag je nog het Balcon de Pineta waar ik overnacht had met achter aan de Picos de Astazou (3015m en 3071m) en de Brecha de Tucarroya (2666m). Ik nam enkele foto’s van op de col en ging dan even beschut achter de rotsen zitten aan de rand van de col om een powerreep te eten. Op een rots stond hier een pijl geschilderd met het woord Goriz eronder. Dit was de weg die ik ging nemen naar de Refugio de Goriz (2160m), de enige berghut in het Spaanse nationaal park. Je kon van hieruit ook afdalen in de Cañon de Añisclo.

Circo de PinetaHet was al veel later dan ik verwacht had en ik twijfelde eraan of ik vandaag nog de hut kon bereiken. Ik probeerde de weg met het oog te vervolgen. Hij liep naar de steile wanden onder Punta de las Olas (3022m), de meest oostelijke top van Las Tres Sorores, vanaf waar ik niet meer kon achterhalen hoe de weg verder liep. Volgens de kaart moet de weg daar beveiligd zijn met enkele kabels. Ik vertrok weer en volgde het pad dat nu naar het westen liep net onder de bergflank, zodat het Valle de Pineta niet meer zichtbaar was. Al snel kwam ik op een tweede col uit op de bergflank waar het enorm hard waaide vanuit het Valle de Pineta. Er vielen plots druppels uit de hemel, terwijl het onbewolkt was. Toen merkte ik dat de wind het water uit een bron, die het ontstaan gaf aan een waterval op de steile rotswand langs de kant van het Valle de Pineta, gewoon omhoog blies over de bergwand. Wat verder waaide het zelfs zo hard dat je tijdens een rukwind moest blijven staan met benen gespreid en met je armen op je wandelstokken steunend om niet omver geblazen te worden. Ik passeerde twee trekkers die vanuit de tegenovergestelde richting kwamen. Traag ging ik verder, soms tegengehouden door een felle rukwind. Wat later liep de weg van de bergflank weg en steeg geleidelijk in de richting van de donker bruine rotsen van Las Tres Sorores. De wind waaide nu minder hard. Ik kwam opnieuw plekken sneeuw tegen en stak verschillende beekjes over die nog steeds smeltwater wegvoerden.

Voor me doemde nu een waterval op, waarvan het water door de wind naar alle kanten werd geblazen. Toen ik op zo’n tweehonderd meter van de waterval was genaderd stopte ik om mijn regenjas aan te doen. De wind blies het water zelfs tot hier. Ik kwam dichter en plots verscheen er nog een tweede kleinere waterval voor de waterval die ik al even in het vizier had. Bij momenten blies de wind heel wat waterdruppels van beide watervallen in je gezicht. Toen ik uiteindelijk tot net voor de grote waterval was genaderd zag ik dat de weg over de rotsen verder liep net voor de waterval. Nat ging ik altijd worden. Ik wachtte tot er weer een hevige wind het water in de hoogte blies en ging dan snel onder de waterval onderdoor, zodat ik toch niet al te nat werd.

Achter de waterval kwam de weg nu uit de zon op de puinhelling terecht, onder de hoge rotswand van Punta de las Olas (3022m) en maakte nu een bocht naar links. Nog steeds gemarkeerd met enkele steenmannen steeg het nu verder, af en toe over een sneeuwveld tot aan een schuine natte rotshelling, waar ik me met behulp van de ketting naar boven trok. Af en toe vielen er druppels op mijn pet die van de overhellende rotwand vielen boven me. Dan volgde weer een kort stukje afdaling en kwam ik op een plek waar de puinhelling onderbroken was. De weg liep met behulp van kettingen via de verticale rotswand een stuk naar beneden tot op een nieuwe puinhelling. De rotswand was nat. Ik bevestigde mijn wandelstokken op mijn rugzak en begon eraan. De ketting was ook nat en daarom ijskoud. Traag daalde ik af. Het was uiteindelijk niet zo moeilijk als het eruit zag. Weer op de puinhelling nam ik terug mijn wandelstokken en ging het duidelijke pad licht stijgend verder. Ik bevond me nu op zo’n 2700m hoogte.Cañon de Añisclo Naarmate de rotswand langzaam naar het zuiden draaide kwam ik terug in de zon terecht. De dorre hoogvlakte verscheen weer voor me met de Cañon de Anisclo er diep in ingesneden. Het pad verliep geleidelijk vrijwel vlak op een soort terras hoog boven de vlakte en nog steeds lag er geregeld een sneeuwveld over het pad. Na een tijdje was de weg helemaal naar het westen gedraaid en wandelde ik dus nu langs de zuidflank van Las Tres Sorores. In de verte zag ik nu ook een stuk van de Ordesacanyon. De rotswand rechts van me was nu overgegaan in een steile concave helling, zodat de bergtoppen niet te zien waren.

Opeens kwam een groep mensen achter me afgedaald van rechts. Waarschijnlijk zullen ze de Soum de Ramond (3259m) beklommen hebben en dan verder gelopen zijn tot de top van Punta de las Olas (3022m). Van daar zijn ze dan afgedaald tot op de weg die ik volgde. Twee mensen volgden vlak achter me. Achter een bocht doemde dan plots de Soum de Ramond (3259m) voor me op. Soum de RamondSnel nam ik een foto van dit fraaie zicht. Het pad begon nu langzaam te dalen en kwam na een tijdje op een kleine kalkstenen vlakte terecht waar enkele beekjes via watervalletjes vanuit het Monte Perdidomassief naar toe stroomden. De twee Spanjaarden staken me voorbij, wanneer ik stopte om mijn regenjas terug uit te trekken. Het pad was nu onduidelijk geworden en hier en daar was nog een steenman te vinden. Maar ik hoefde niet te zoeken. Het enige wat ik moest doen was de twee Spanjaarden volgen, terwijl zij de juiste route zochten. Ik volgde op enige afstand maar moest ze laten gaan wanneer er een steile afdaling volgde over los gruis. Zij hadden geen zware rugzak en waren dus veel sneller. Het pad werd opnieuw duidelijker en daalde geleidelijk af over verschillende terrassen tot op de Collado Superior de Goriz (2343m). Het was net zes uur toen ik hier aankwam. Eigenlijk is dit geen echte col maar een breed zadel tussen de Sierra Custodia, de bergkam die de Circo de Soaso begrensd in het oosten, en Las Tres Sorores.

Circo de GorizOp het zadel had ik nog een laatste blik op de Cañon de Anisclo. Toen daalde ik kort af in de richting van Refugio Goriz tot op een terras boven de oostflank van de Circo de Soaso, waar ik een plek zocht om uit te rusten. De Circo de Soaso zelf werd nu mooi zichtbaar. Dit is eigenlijk het dalhoofd van de Ordesacanyon. De Canyon zelf lag nog verscholen, want het dal maakt een brede bocht. Aan de overkant van de Circo de Soaso zie je op Punta Tobacor (2779m), een wat rare berg, waarop nog wat restjes sneeuw lagen. De nog sterk met sneeuw bedekte grenstoppen van de Cirque de Gavarnie waren van hier uit mooi te zien, met helemaal achter aan de Taillon (3144m). De windcirculatie kwam vanuit het noorden en je zag mooi hoe er steeds wolken ontstonden in de uit de Cirque de Gavarnie reizende lucht. Vertragend zweefden ze verder over de hoogvlakte van Ordesa en loste dan weer op.

Er kwamen hier verschillende onduidelijke paden samen op het terras. Ik ruste uit op het gras ergens beschut tussen uitstekende rotsen. Een tweehonderd meter voor me kabbelde wat lager de Barranco de Arrablo rustig over het terras, om zich wat verder in de Circo de Soaso te storten. De weg naar de Refugio Goriz was niet ver meer, maar ik wou liever ergens op dit terras overnachten dan tussen al de drukte rond de berghut, want de Refugio de Goriz is ongetwijfeld de drukst bezochte berghut in de Spaanse Pyreneeën. Er kwamen nog veel mensen vanaf de Collado Superior de Goriz gewandeld en zochten hun weg verder naar Refugio Goriz. Vanuit de Circo de Soaso kwam ook een variant van het GR11 geklommen en vervoegde zich dan met de weg tussen de hut en het zadel. Deze weg stond niet op mijn kaart. Op een gegeven moment kwam er een trekker over dit pad omhoog. Een goed half uur later nog één. Ik had nu lang uitgerust en ging op zoek naar een kampeerplek die ik niet veel verder vond net onder Punta Custodia (2519m) zowat aan de zuidrand van het terras. Ik maakte eten klaar en nadat ik het op had gegeten stelde ik mijn tent op. Het was dan al acht uur en de zon was in het westen al onder Punta Tobacor gedaald. In de schaduw van deze berg werd het snel fris. Het was rustig weer en er stond weinig wind. Al gauw werd het donker en om 20h35 lag ik in mijn slaapzak klaar om in slaap te vallen.

About

U leest het reis- en fotografie weblog van Joery Truyen. Contacteer me via joerytruyen [at] hotmail.com

Flickr

Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 

Recent Comments

    Archives