Vrijdag 12 september : westflank Punta Custodia (2240m) - camping Gavarnie (1380m)

Afstand : 25,5km
Duur: 9h30

Klimmen : 1000m
Dalen : 1920m

In de nacht werd ik een paar keer wakker door de wind. Af en toe hoorde je een fluitend geluid naderen van de valwind in de vallei. Mijn tent stond redelijk beschut achter enkele rotsen, maar toch werd ik een aantal keer wakker van een rukwind die ook mijn tent had gevonden. Telkens er na werd het weer snel helemaal stil en ging de wind weer helemaal liggen, alvorens enkele minuten later weer een fluitend geluid de volgende windvlaag aankondigde.

Om 6h45 werd ik gewekt, waarna ik snel opstond en at. Het was zo’n 7°c en het begon net licht te worden. Snel waste ik me aan het kleine beekje even verder en brak dan mijn tent af en stopte alles in mijn rugzak. Om 8h15 begon ik te wandelen op weg naar Refugio Goriz (2160m). Toen ik aan de Barranco de Arrablo kwam stopte ik hier even om mijn waterzak te vullen en ging dan weer verder. Het paadje liep tussen het gras hoog boven de Circo de Soaso. Plots kwam de hut in zicht. Het was hier een drukte. Er stonden veel tenten verspreid rond de hut en voor de ingang stond er een hele groep mensen te niksen. Het pad kwam bij de hut uit en toen ik bij de hut was, was het stipt negen uur. De eerste mensen begonnen nu massaal aan hun tocht. Velen kozen voor de beklimming van de Monte Perdido. Het was bijna een file op het paadje op weg naar de berg. Veel minder mensen kozen de weg in de richting van de Brèche de Roland, de bekende grensovergang in de Cirque de Gavarnie. Het was deze laatste weg die ik nam.

Mijn plan was normaal om de Monte Perdido (3355m) te beklimmen na een overnachting aan het Lago Helado (2980m), het kleine bergmeertje dat ligt ingesloten tussen de Monte Perdido en El Cilindro, om dan via de weg hoog boven de Cirque de Gavarnie naar de Brèche de Roland te gaan. Maar deze weg flirt lang met de 3000m en met de vele sneeuw, had ik al besloten om dit niet te doen. Bovendien zou me dat ook nog in tijdsnood brengen dankzij de noodgedwogen rustdag. Ik nam dus de weg in de richting van de Brèche de Roland. Nabij de Refugio de Goriz probeerde ik de tenten te tellen. Het waren er 22 als ik goed had geteld. Velen waren zelfs nog aan het slapen. Vlak achter de hut moest er een beek worden overgestoken die zich diep had ingesneden in de rotsen. Even moest er op handen en voeten geklommen worden om de kleine kloof terug uit te geraken. Het pad klom nu omhoog en voor enkele minuten wandelde ik nu net achter een groep van een tiental Spanjaarden, waarvan enkelen constant moesten tetteren.

Monte PerdidoNiet veel verder werd het pad vlak en stak ik ze allemaal voorbij. Het ging nu verder tussen afgevlakte rotsen en voor me was het volgende groepje van vier slenterende Spanjaarden al in zicht, die hun mond blijkbaar ook niet voor enkele seconden konden dicht houden. Ik stak ze voorbij en kwam dan aan een rotswand waar blijkbaar moest op geklommen worden want er stonden steenmannen op gestapeld. Op handen en voeten klom ik omhoog en boven liep de weg verder over vlakke kalkstenen rotsen, met hier en daar diep verweerde gleuven in. Al snel kwam ik terug op het gras terecht waar opnieuw een vlak paadje door liep. Het was eigenlijk een moerassige vlakte waar een meanderend beekje door stroomde en enkele plasjes op lagen. Nadat heel de vlakte doorkruist werd liep het pad weer omhoog tot aan een tweede moerassige vlakte. Dit keer liep het pad niet door de vlakte maar liep het, nadat de beek werd overgestoken, verder over de kalksteenbank die de vlakte eigenlijk afdamt. Hier stonden op regelmatige afstand weer steenmannen en na een tijd moest er weer geklommen worden, afwisselend over vlakke kalkstenen rotsen of door kalksteengruis tot ik op een breed zadel kwam. Dit was de Llano y Cuello de Millaris (2457m).

Keek je nu terug, dan had je een mooi zicht op de moerassen beneden, de Circo de Goriz ernaast en de besneeuwde westelijke flank van de Monte Perdido op de achtergrond. Het zicht voor me bestond nu uit kale grijze en bruine kalksteenbergen. Dit was de droge hoogvlakte van Ordesa. Op het zadel stond een Spaans koppel. Hij was de kaart aan het bestuderen en wanneer ik ze passeerde begon hij een hele uitleg te doen in het Spaans. Ik zei weer dat ik geen Spaans verstond. Engels of Frans zij ik, maar hij verstond enkel wat Engels. Hij vroeg dan in het Engels waar ik naartoe ging. Ik antwoordde dat ik naar de Brèche de Roland ging, maar dat kende hij niet. Toen ik het op de kaart aanwees begreep hij het toch. Gruta Casteret zei hij en maakte me duidelijk dat hij de weg niet vond. De Gruta Casteret is een ijsgrot die op de weg ligt naar de Brèche de Roland. Op het zadel liep het pad eigenlijk zoek, want het zadel bestond uit losliggende kalksteengruis. Een steenman was er ook niet, maar ik wist dat als ik wat verder liep het pad wel opnieuw zou opdagen. De Spanjaard was blijkbaar nog niet zo’n ervaren bergwandelaar, want anders stop je niet als het pad eventjes op houd om op de kaart te gaan zoeken hoe je nu verder moet. Ik wees hem de richting die hij moest uitgaan en liep verder, maar hij betrouwde me blijkbaar toch niet. En inderdaad, wat verder net van het zadel vandaan verscheen het pad weer. Wanneer ik wat later om keek zag ik dat ze me toch volgden.

Het pad steeg lichtjes langs de bergflank en links van me gaapte nu een diepe vlakte. Eigenlijk is dit een enorme doline, die op de kaart staat aangeduid als Plana de San Ferlus. De bodem was vlak en er stroomden enkele kleine riviertjes door, die uitmonden in een plas aan de zuidkant van de vlakte. Hier moest het water weer in de bodem verdwijnen, want het kon niet verder weg stromen doordat de vlakte in een kom lag. Wat verder kwam het pad nu uit op een klein terras op de berghelling net boven een col, de Collado del Descargador (2498m), die lag tussen de Plana de San Ferlus en een tweede kleinere doline, waarvan de bodem weer bestond uit een vlakte die Llanos de Millaris heet. Hier stonden veel steenmannen gestapeld en het pad werd er weer onduidelijk. Brecha de RolandoEr kwamen paadjes uit op de Collado del Descargador, maar daar moest ik niet zijn. Plots merkte ik op dat het pad wat hoger tegen de berghelling naar omhoog liep. Ik klom er naartoe en volgde het verder naar omhoog. Na een tijdje kwam het koppel ook op het terras uit. Ze wisten blijkbaar weer niet waar ze naartoe moesten. Wat verder kwam plots de Brèche de Roland in zicht (2807m), met links ervan de Fausse Brèche en de Taillon (3144m), waarop heel wat sneeuwvelden lagen. Onder de Brèche ligt een puinhoop van rotsblokken.

Het pad liep nu ook dood. Vanaf nu moest ik de steenmannen volgen over rotsen tot ik dicht bij de Gruta Casteret kwam, waar veel volk was. Hier was het even gevaarlijk. De weg liep over een puinhelling van losliggend gruis tot aan de grot. In de grot was niet veel te zien. Je kan enkel tot in de eerste holte komen. De gang die je tot in de eigenlijke grot leidt was afgezet met een metalen hek. Ik ging over de rotsblokken terug de grot uit en kwam dan een grote groep Hollanders tegen die met groot lawaai naar de grot klommen. Wanneer ik het korte stukje was afgedaald over de steile puinhelling, liep er terug een pad omhoog in de richting van de Brèche de Roland. Wat verder ging het opnieuw, de steenmannen volgend, over kalsteenrotsen verder. Stilaan lag er meer en meer sneeuw tussen de rotsen.

Ik kwam bij een grote groep Spanjaarden uit die even hadden uitgerust en weer vertrokken wanneer ik bij hen kwam. Ik kon hen niet voorbij en moest hun tempo volgen. Er was geen duidelijk pad meer en veel steenmannen lagen er ook niet. Het ging over sneeuw en door een chaos van rotsen traag verder tot ik na een hele tijd uitkwam bij de rotwand onder Le Casque (3006m), ten oosten van de brèche. Hier bevindt zich de Paso de los Sarrios, een bekende passage langs de rotswand met kettingen. Het was helemaal niet moeilijk of gevaarlijk, maar enkelen van de groep Spanjaarden voor me hadden duidelijk schrik. PiménéHet ging dan ook zeer langzaam vooruit. Na de passage steeg het pad verder net onder de rotswand naar de Brèche de Roland (2807m). Ik passeerde veel mensen en in de Brèche waren veel dagjesmensen aan het uit rusten langs de Spaanse kant beschut achter een rots voor de wind, want er blies een koude strakke wind door de brèche. Ik keek even Frankrijk in en zag de Piméné (2801m) en het nog steeds met veel sneeuw bedekte Massif de Néouvielle. De sneeuw op de Piméné was nu al volledig weg gesmolten. Pico del DescargadorOnder de Brèche lag een kleine gletsjer waarop het pad liep naar de Refuge des Sarradets (2587m), welke niet zichtbaar was. Er kwamen nog veel mensen hier naar boven. Langs de Spaanse kant zag je over een groot deel van de grijze kalksteenmassa van de Ordesa hoogvlakte en achteraan zag je een deel van de bovenste wand van de Ordesacanyon. Ik ging even zitten achter een rots en at de rest van mijn bananenbrood helemaal op.

Dan vertrok ik voor de beklimming van de Taillon (3144m). Ik nam het vage pad dat tussen de rotsblokken net onder de rotswand langs de Spaanse kant verder liep naar het westen. Ook hier zaten vele groepen mensen onder de overhellende rotswand. Al snel kwam ik op een plek waar weer water naar beneden viel van op de rotswand. Ik kon er net langs wandelen. Na een heel stuk langs de rotswand gelopen te hebben en verschillende mensen gepasseerd te hebben, kwam ik nu aan het bruuske einde van de rotswand met voor me de Le Doigt, die de Fausse Brèche vormt. Af en toe over sneeuw ging het nu licht stijgend tot aan de Franse kant van Le Doigt. Hier volgde een korte gevaarlijke passage. Er lag een bevroren sneeuwveld langs de noordkant in de schaduw van Le Doigt. Voldoende op mijn stokken steunend om niet weg te glijden, ging ik erover. Twee Spanjaarden staken me dan voorbij. Het pad liep nu voor een eind redelijk steil verder omhoog over kleine stenen en kalksteengruis en maakte af en toe een haarspeldbocht. Er stond weer veel wind. Wanneer ik bijna boven was kwam ik aan een steil sneeuwveld. Ik ging naar boven, mijn voeten in de aanwezige voetsporen zettend en dan was ik vrijwel op de top. Het was dan iets over één.

Cirque de GavarnieDe top van de Taillon (3144m) is een vlakke top. Er waren wat mensen boven en ik trok enkele foto’s. Het uitzicht was heel mooi en wat je duidelijk ervaarde was dat de Pyreneeën een smal gebergte is. In het noorden zag je al snel op de vlakte voor de Pyreneeën, waar wel wat wolken hingen, en in het zuiden zag je tot ver in het glooiende Aragon. Je zag de Cirque de Gavarnie, Circo de Cotatuerode Monte Perdido (3355m) en op de Vignemale (3298m) lag nog steeds veel sneeuw. Opvallend in het westen was de Sierra de Tendenera in Spanje, die duidelijk bestaat uit een reeks hogbacks. De hele hoogvlakte van Ordesa kon nu overzien worden. Ik begon weer snel aan de afdaling en kwam weer veel mensen tegen die naar de top gingen. De wind blies hard en was zo kou dat ik de kap van mijn regenjas over mijn pet trok.

In de Brèche de Roland (2807m) begon ik vrijwel meteen voor de afdaling naar de Refuge des Sarredets (2587m). Eerst ging het over rotsblokken steil naar beneden tot op de gletsjer die vol sneeuw lag. Hier volgde ik het spoor door de smeltende sneeuw tot ik op vaste rotsen kwam. Vanaf hier liep ik over het steile pad vol los gruis tot aan de refuge. Ik passeerde een hele boel mensen en aan de refuge was het eveneens druk. Ik zette mijn rugzak er tegen de muur en ging naar binnen. Hier was het rustig. Ik bestelde een cola en een omelette de lard. Na ongeveer een kwartier was mijn omelet klaar. Ik kreeg er veel brood bij en at alles op. Terug buiten aan de refuge vulde ik mijn waterzak vol met het water dat uit het kraantje liep bij de hut en vertrok nu op weg naar Gavarnie.

La Grande CascadeWanneer ik op de Col des Sarredets uitkwam nog dicht bij de hut, kreeg ik een mooi zicht op de noordwand van de Taillon en de kleine gletsjer die hier ligt. Het zicht op de Cirque de Gavarnie verdween nu en voor me lag nu de afdaling het Vallée des Pouey Aspé in. Van hieruit leek het geen aantrekkelijk dal. TaillonEerst daalde ik af via vele haarspeldbochten over een pad tussen de rotsblokken. Het was heel druk op de weg. Vele dagjesmensen komen met hun auto naar de parking op de Col de Tentes. Vanaf daar vertrekt een gemakkelijke wandelweg via de Port de Boucharo naar de Refuge des Sarredets. Nadat de beek werd overgestoken, die het smeltwater van de kleine gletsjer van de Taillon wegvoert, kwam ik aan een onduidelijke splitsing. Ik draaide nu rechts het veel minder duidelijke pad op dat geleidelijk weer steil de vallei in slingerde nadat de beek weer werd overgestoken. Vanaf nu was de drukte gedaan, want ik verliet het pad dat naar de Port de Boucharo liep.

Na een hele tijd onaangenaam afdalen over stenen en rotsen slingerde het pad plots tussen bergweide. Beneden was nu de bodem van het Vallée de Pouey Aspé te zien. Het was gevuld met een massa schapen, waarvan je de belletjes nu duidelijk kon horen. Ik stopte even om mijn trui uit te doen en dronk van het water dat afkomstig was van de Refuge des Sarredets. Ik spuwde het terug uit. Het water smaakte vies. Het zou nochtans drinkbaar water moeten zijn. Toen ik aan de hut was, had ik toch meerdere mensen hun veldflessen zien vullen met het water. Ik maakte mijn waterzak helemaal leeg, want dat water dronk ik niet op, en vertrok dan weer.

In de bodem van het dal passeerde ik vele schapen en stak dan de rivier over. Het pad liep nu langs de bergflank verder en daalde soms licht. Aan het eerstvolgende beekje dat uit de bergen kwam, vulde ik dan mijn waterzak weer. Ondertussen staken drie trekkers me voorbij. Het Vallée de Pouey Aspé was van beneden uit wel mooi. Recht voor je zie je de Petit Astazou (3012m) die de oostelijke punt van de Cirque de Gavarnie vormt. Naarmate ik verder wandelde werd de Cirque bijna volledig zichtbaar. In het midden hingen nu enkele cumuluswolken.

Op het Plateau de Bellevue werd de vallei verlaten en nam ik de afdaling naar Gavarnie. Hier stak ik de drie trekkers weer voorbij de me eerder hadden voorbijgestoken toen ik even gestopt was. Al snel kwam ik in het bos terecht en na een tijdje afdalen over stenen kwam het dorp in zicht. Wanneer ik bijna in Gavarnie was passeerde ik eerst nog een wei die vol met ezels stond. Dit zijn de ezels waarop men de luie toeristen naar de Cirque de Gavarnie brengt.

Ik liep door het dorpje tot aan de zuidpunt van het dorp waar de camping lag. Het was er heel druk. Gavarnie bestaat eigenlijk enkel maar uit hotelletjes en toeristenwinkeltjes. Op de camping betaalde ik eerst mijn verblijf en zocht dan een plek. Ondertussen was het 17h40. De camping bestond uit twee terreinen, beide op een helling gelegen. Enkel helemaal beneden was het vlak, maar die plaatsen waren dan ook allemaal al bezet. Bovenaan vond ik een kleine vlakke kampeerplaats die was gemaakt in de helling. Hier stelde ik mijn tent op. Toevallig was iemand beneden vlak voor me ook een Akto aan het opstellen. Wanneer mijn tent recht stond en ik juist naar huis wou sms’en, kwam hij naar me toe en sprak me aan. Het was een Engelsman en hij vertelde dat dit de eerste keer was dat hij nog iemand anders met een Akto zag. Verder vroeg hij nog van waar ik kwam. Hij kwam zelf van Bujaruelo in het Valle de Ara. Daar zal ik enkele dagen later ook passeren. Dit was zijn laatste nacht. Morgen reisde hij terug. Toen hij terugkeerde naar zijn tent ging ik eten en daarna wou ik me gaan wassen. Het sanitair van de camping was erg vies. Er was slechts één douche en ik denk dat niemand er zich in durfde douchen die avond. Ook de enkele lavabo’s waren erg vuil. Ik heb me er dan ook niet gewassen. Buiten was het nu zwaar bewolkt geworden. Het dal hing vol laaghangende wolken en de Cirque de Gavarnie was nu niet meer te zien. Om 20h00 ging ik slapen.

About

U leest het reis- en fotografie weblog van Joery Truyen. Contacteer me via joerytruyen [at] hotmail.com

Flickr

Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 

Recent Comments

    Archives