Afstand : 17,5km
Duur: 8h00
Klimmen : 1570m
Dalen : 790m
Het was 10,5°c toen ik gewekt werd omstreeks 7h15. Ik at snel een hardkek als ontbijt en ging me dan toch wassen aan één van de vuile lavabo’s. Daarna pakte ik mijn boeltje bij elkaar en vertrok ik omstreeks 8h45 op weg naar de Cirque de Gavarnie. Het was zwaar bewolkt net als de vorige avond.
Gelukkig scheen de zon snel doorheen het wolkendek en maakten de wolken snel plaats voor een volledig blauwe hemel. Ik nam niet de drukke toeristenweg, maar het brede grindpad aan de andere kant van de Gave de Gavarnie dat al snel over ging in een wandelpad. Er was niemand te bespeuren. Gisteren avond was dat wel even anders. Ik kwam vlug op een brede grasvlakte terecht met hier en daar een naaldboompje of een berk. Door de vlakte stroomde verschillende armen van de Gave de Gavarnie. Het deed me denken aan het Parque Nacional d’Aïguestortes y Estany de Sant Maurici in Spanje.
Al gauw liep het pad door loofbos langs verschillende kleine kabbelende beekjes verder tot aan een betonnen brug over de Gave de Gavarnie. Ik stak de brug over en liep nu over het paadje verder dat nu steeg door dicht begroeid loofbos met veel struiken tot ik op de brede toeristenweg uit kwam. Hierop liep ik nu licht stijgend verder. Voor me liep nu een groep trekkers en rechts van me stroomde de wilde Gave de Gavarnie een vijftigtal meter lager door een kloofachtig dal. Al snel kwam ik aan de Hôtellerie du Cirque (1570m) uit. Dit is een prachtig gelegen hotel aan de nauwe ingang van de cirque. Het leek eigenlijk meer op een grote berghut. Ik dronk er een cola en ging dan weer snel op pad. Zo was ik nu de groep voor die hier even langer op het terras bleef zitten. Het waren Duitsers aan de taal te horen. Ik nam het pad dat de Cirque de Gavarnie in liep en stak al snel de Gave de Gavarnie over via een bruggetje. Zo kwam ik nu midden in de cirque terecht. Het was net alsof je op de bodem in een ton zit. Voor me stond een ongeveer 1500m hoge verticale rotswand die me in een cirkel omringde. Enkel in het noorden is er een gat waar zich de Hôtellerie du Cirque bevindt en waar de Gave de Gavarnie weg stroomt uit de Cirque. Van de rotswand vielen vele honderden meters hoge watervallen, waarvan la Grande Cascade, de naam zegt het al, de grootste was. Dit is de hoogste waterval van Frankrijk. Een pad liep tot aan de voet van deze waterval, maar ik liep nu over het pad midden in de cirque dat naar de steile klim leidt die uit de cirque klimt naar de Refuge de Sarredets (2587m) onder de Brèche de Roland (2807m) waar ik gisteren ook al passeerde. Van hier uit leek het bijna onmogelijk om de cirque uit te geraken. Enkel aan de westkant was een plek te zien waar je mogelijk zou kunnen de cirque uit klimmen. Het was een schuin gelaagde rotsbank die uit de rotswand stak. Beneden in de cirque lagen enorme rotsblokken die ooit moeten naar beneden gedonderd zijn en achteraan in de cirque lag een dik sneeuwveld op een puinhelling.
Het pad steeg licht en was hier en daar gemarkeerd met een steenman. Ik passeerde enkele schapen en geleidelijk werd het pad steeds onduidelijker. Na een tijdje was er totaal geen pad meer te bekennen en had ik ook al eventjes geen steenmannetje meer gezien. Ik haalde de kaart erbij en zag dat de weg wat meer noordelijker door de cirque zou moeten lopen. Op de puinhelling aan de westkant van de cirque zag ik nu inderdaad een weg die naar boven slingerde tot aan de plek waar ik het mogelijk achtte om de cirque uit te klimmen. Ik liep dan maar door het gras en tussen de rotsblokken door naar de weg. Het laatste stuk liep steil de met gras begroeide puinhelling op. Toen ik op de weg was zag ik nu de groep Duitsers. Zij hadden ook de verkeerde weg genomen en liepen na een tijdje ook van het pad door de cirque naar het juiste pad. Zij hadden natuurlijk al sneller door dat ze ook verkeerd zaten omdat ze mij al naar boven zagen klimmen op de juiste weg.
Het pad steeg steil met verschillende haarspeldbochten tot aan de rotswand van de cirque. Hier moest ik inderdaad over een rotsbank noordwaarts naar boven klimmen. Ik rustte even uit, bevestigde de stokken op mijn rugzak en begon eraan. Op handen en voeten klom ik naar boven. Moeilijk was het niet, maar wel vermoeiend. Het was een lang stuk. Daarna liep er weer even een pad steil omhoog tot aan een volgende plek waar weer op handen en voeten over rotsen naar boven geklommen moest worden. Ik zat al snel heel hoog boven de bodem van de cirque. Na een tijdje liep het pad een dal in en daarmee verdween ook het zicht op de cirque. Eerst liep het pad nog steil kronkelend door bergweide, net onder een rotswand, om dan echt in het dalletje terecht te komen. Hier werd de weg plots onduidelijk. Ik liep het dalletje in over en tussen de grote rotsblokken. Even verscheen er weer een duidelijk pad dat al snel weer dood liep op een puinhoop van rotsblokken. Toch liep ik verder door het dalletje, maar na een tijdje, wanneer de Refuge des Sarredets in zicht kwam, zag ik dat ik door verder te lopen door het dalletje de hut onmogelijk kon bereiken. Ik nam de kaart er weer bij, maar daar kon ik niet uit af leiden waar de weg juist moest lopen. Toen besloot ik om maar een weg te zoeken die me tot boven de ongeveer tien meter hoge rotswand bracht, die het dalletje langs de zuidkant begrensde. Toen ik terugkeerde zag ik plots dat de Duitse groep verspreid boven de rotswand liep en zo was ik er nu zeker van dat de weg daar moest lopen. Ik keerde een eind terug door het dalletje tot op een plek waar de rotswand nog slechts een meter hoog was. Hier klom ik omhoog en wanneer ik boven kwam zag ik dat het pad nu slechts enkele meters voor me lag. Over het pad klom ik nu verder tot aan de refuge waar ik om 12h25 aan kwam.
Het was er zowaar nog drukker dan gisteren. Het was nu dan ook weekend. In de hut nam ik dit keer een sandwiche de jambon. Ik kreeg twee dikke sneden brood met ertussen een dikke plak hesp. Verder nam ik nog twee cola’s. Ik moest veel drinken, want het zal nog een heel eind duren tot ik weer water ging vinden en van het water dat uit het kraantje liep aan de hut ging ik mijn waterzak niet meer bijvullen. Buiten tegen de muur van de hut at ik dan mijn broodje op. Het was er een echte mierennest en op het pad omhoog naar de brèche was het aansluiten in de file. Hier hield ik niet van. Waarom al die mensen nu juist hier naar de Brèche de Roland komen begrijp ik nog steeds niet. Waarschijnlijk zal het wel aan de bekendheid van de brèche liggen en aan de gemakkelijke toegangsweg via de Port de Boucharo. Terwijl ik mijn broodje op at verloor net iemand een eind op de klim zijn veldfles. Ze rolde een twintigtal meter over de losse puinhelling naar beneden en kwam daar tot stilstand. Als een gek ging de eigenaar erachteraan. Dit kon alleen maar een domme Spanjaard zijn. Wie loopt er nu zijn veldfles achterna over een losse puinhelling van fijn gruis. Iedereen aan de hut stond hem gade te slaan. Bijna tot aan zijn knieën zakte hij in het gruis en terwijl hij verder ploeterde naar beneden deed hij een steenlawine ontstaan op de puinhelling. Hij geraakte uiteindelijk dan toch bij zijn fles. Toen wou hij als een lomperik terug naar boven kruipen, maar hij merkte toch al snel dat dat niet meer ging. Hij heeft nog rare manoeuvers moeten uithalen om af de puinhelling te geraken en om dan nog terug tot op de weg te geraken. Achteraf zal hij de steentjes in zijn schoenen wel kunnen tellen hebben. Raar genoeg bleef het daar niet bij. Niet veel later verschenen er twee zotten boven aan de grote sneeuwhelling dicht bij de hut. Op hun schoenen gleden ze naar beneden over de sneeuw, alsof ze aan het snowboarden waren, maar dan zonder plank. Ze hadden blijkbaar niet veel zin om in de file aan te schuiven tot aan de hut. De ene viel niet veel later op zijn achterwerk en bleef dan maar verder glijden op zijn rug. Hij kon niet stoppen. Uiteindelijk kwam hij toch tot stilstand en net toen viel de andere recht met zijn gezicht in de sneeuw. Wat heb ik daar toch
mee gelachen.
Toen eten en drinken op waren vertrok ik in de drukte op weg naar de Brèche de Roland (2807m). Dit stuk had ik gisteren al gelopen. Langzaam volgde ik in de rij op het pad naar boven, eerst weer over het pad tot ik op de rotsbanken kwam net voor de gletsjer. Hier kon ik enkele mensen voorbij steken. Dan ging het over de platgelopen sneeuw over de gletsjer, waar het minder druk was, om dan uiteindelijk de finale klim aan te vatten over rotsen en sneeuw tot in de Brèche. Op deze klim was het met momenten aanschuiven en wachten tot minder behendigen enkele van de steile klimpassages op hun tempo hadden overbrugt. In de Brèche de Roland (2807m) stonden natuurlijk veel mensen. De uitzichten Frankrijk en Spanje in kende ik al van gisteren. En daarom stopte ik er niet en vatte meteen de afdaling aan Spanje in. Ik nam niet dezelfde route als gisteren. Ik wou niet meer aanschuiven aan de Paso de los Sarrios, de kettingpassage even verder van de brèche, om dan mijn weg te zoeken door het slagveld van rotsblokken onder de brèche tot aan de Gruta Casteret. Net onder de Brèche liep een pad mooi langs die puinhoop van rotsblokken naar beneden. Dit pad stond ook op de kaart. Het liep wel niet naar de Gruta Casteret, maar naar de Llanos de Millaris, de tweede grote doline van gisteren. Ik had besloten om via dit pad af te dalen en dan in het wilde weg een weg te zoeken naar de Gruta Casteret. Dat zou veel gemakkelijker en sneller zijn. Ik daalde dus eerst steil af over rotsblokken tot ik op het pad kwam. Er was in de verste verte niemand te zien op het pad. Ik was dus eveneens snel verlost van de drukte. Een heel eind verder stopte ik en rustte uit in de schaduw onder een grote rotsblok naast het pad. Ik nam de tijd om weer één van mijn powerrepen op te eten. Na de ruime pauze daalde ik nog wat verder af op het pad om het dan te verlaten en over en tussen de rotsblokken een weg te zoeken naar de Gruta Casteret. Al gauw merkte ik steenmannen op en probeerde ze te volgen, maar na een tijdje verloor ik de met steenmannen gemarkeerde route. Ik bevond me midden in een karstrotslandschap. Tussen de rotsen gaapten diepe gleuven en voor me bevond er zich nu een kleine afgrond. Het zicht op de grot werd hier verhinderd door rotsblokken. Ik had al de hele tijd langzaam afgedaald, maar nu ging ik over een rotshelling naar omhoog tot ik onverwacht dicht bij het pad uit kwam dat tussen de Gruta Casteret en de Brèche de Roland loopt. Op het pad ging ik in de richting van de grot en bleef nu op het pad voor de grot verder lopen. Hier kwam ik weer even aan het gevaarlijke stuk, waar het pad over de steile en losse puinhelling loopt. In tegenstelling tot gisteren was er nu niemand nabij de grot. Al snel was ik hier gepasseerd en draaide het pad nu mee met de berghelling naar links zodat de hoogvlakte van Ordesa weer vrijwel helemaal zichtbaar werd. Na een korte passage over rotsblokken verscheen dan weer het pad dat me langs de Collado del Descargador naar de noordkant van de Plana de San Ferlus bracht.
Ondertussen had ik het laatste water uit mijn waterzak opgedronken. Plots stonden er zeven gemzen voor me wat hoger op de berghelling. Ze bleven onbeweeglijk staan en staarden me steeds aan. Ik kon zelfs verbazend dicht naderen voor ze langzaam de berghelling op vluchtten. Daarna merkte ik rechts van me beneden op de helling nog enkele gemzen op. Ik wandelde verder en kwam zo weer op de Llano y Cuello de Millaris (2457m) uit, het brede zadel waar ik gisteren het verdwaalde Spaanse koppel tegen ben gekomen. Hier zag ik net een kleine groep mensen van links de berghelling af komen gedaald. Zij moeten van de Col de la Cascade komen (2933m), het laagste dip in de Cirque de Gavarnie. Dan begon ik aan de afdaling naar de Faja Luenga die me uiteindelijk tot bij de Refugio Goriz (2160m) zou brengen. Weer liep de weg door een doods karstlandschap. Ik kon me moeilijk inbeelden dat ik hier gisteren ook gewandeld had. Beneden kwam ik weer naast een eerste moerassige vlakte uit. Ik merkte nu dat de beek die uit de vlakte stroomt nu diep rechts van me door een nauwe rotsgleuf stroomde. Gisteren had ik dit niet opgemerkt. Aan de zuidoostpunt van de moerassige vlakte stroomt de beek rustig de vlakte uit en hier moest ik de beek oversteken. Hier stopte ik nu even om mijn waterzak weer helemaal vol te vullen. Dit was het eerste water dat ik tegenkwam sinds ik deze morgen de Gave de Gavarnie in de cirque overstak iets voorbij de Hôtellerie du Cirque. Ik vulde nu ook mijn twee plastieken colaflessen, want morgen zou ik eveneens zeer weinig water gaan tegenkomen. Terwijl ik daarmee bezig was passeerden enkele mensen die eveneens op weg waren naar de Refugio Goriz. Mijn rugzak woog duidelijk weer veel zwaarder toen ik vertrok. Met drie liter water kon ik nu toch al een lange tijd verder. Wat verder volgde snel de korte afdaling tot op de tweede moerassige vlakte. Wanneer deze doorkruist was kwam ik weer aan die korte passage langs de rotswand waar ik op handen en voeten naar beneden af daalde. Vervolgens daalde het pad nog een hele tijd verder terwijl de Refugio Goriz (2160m) snel in zicht kwam. Na het vervelend stukje door de kleine kloof van de beek nabij de berghut, was ik er uiteindelijk.
Het was 16h40 en ik besloot om deze nacht maar in de drukte bij de hut door te brengen. Het was er weer een mierennest net als gisteren en net als aan de Refuge des Sarredets deze middag. Ik zette mijn rugzak tegen de muur aan de hut op een plek waar er nog geen stond en ging dan de hut in. Aan de deur die de ingang vormt van de eetzaal hing een papier met daarop een bergschoen getekend met een schuine rode streep erover en de woorden ‘no botas’. Ik deed net als iedereen mijn bergschoenen dan maar uit en zette ze in één van de schoenkastjes in de inkomhal dat nog vrij was. Binnen vroeg ik dan een cola en ging dan weer naar buiten nadat ik mijn schoenen weer had aangetrokken. Daar dronk ik het blikje leeg in de schaduw van de hut. Daarna ben ik het lege blikje weer gaan afgeven in de hut. Maar dit keer deed ik mijn schoenen niet uit voor het belachelijk korte stukje dat je in de eetzaal van de hut komt.
Daarna nam ik mijn rugzak weer en zocht ik naar een kampeerplek. Er stonden nog veel tenten opgesteld van mensen die hun tent gedurende de dag niet af braken. Eigenlijk mag dit niet volgens de regels van het Parque Nacional de Ordesa y Monte Perdido. Volgens de regels mag er geen tent opgesteld zijn tussen 9h00 ’s morgens en 19h00 ’s avonds. Men is in Spanje duidelijk minder streng dan in Frankrijk. Andere mensen hielden een kampeerplek bezet en stonden te wachten tot het 19h00 was om hun tent recht te zetten. Ik vond snel een vrije plek, met een muurtje stenen omringd zo’n vijftig meter van de hut vandaan. Ik zette er mijn rugzak neer en moest nu nog ongeveer een uur wachten tot ik mijn tent kon beginnen op te stellen. Er kwamen steeds meer groepen mensen aan bij de hut en allen zochten ze een kampeerplek. Ondertussen ging ik snel even naar de hut om een fles water te kopen. Voor de tweede keer overtrad ik de schoenregel. Terug bij mijn rugzak besloot ik om mijn tent toch nu al op te stellen, hoewel het nog geen zeven uur was. Er waren immers andere mensen reeds begonnen met het opstellen van hun tent. Ik nu dus ook. Toen ik ermee klaar was begon ik snel te koken en te eten. Het was halfacht toen ik al ging slapen. Buiten was het nog licht en warm. Snel kon ik niet in slaap vallen want van alle kanten bleven de Spanjaarden maar door tetteren tot diep in de nacht.










No comments
Comments feed for this article