Zondag 14 september : Refugio Goriz (2160m) - Circo de Cotatuero (2120m)

Afstand : 28,5km
Duur: 10h20

Klimmen : 1630m
Dalen : 1670m

Vandaag ging de zwaarste dag aanbreken. Ik zou over de Faja de Pelay hoog in de Canyon van Ordesa de vallei vrijwel volledig doorkruisen om dan na Punta Acuta (2242m) beklommen te hebben af te dalen tot op de bodem van de canyon op 1310m, om er dan weer helemaal terug uit te klimmen naar de Circo de Cotatuero. Die laatste klim moest wel, want je mag in het Parque Nacional de Ordesa y Monte Perdido niet kamperen onder 2200m hoogte.

Ik werd gewekt om kwart over zeven. Het was nog donker toen ik naar buiten keek. Het was volledig onbewolkt en mijn horloge vertelde me dat het 7,2°c was. Er brak weer een dag met perfect weer aan. Ik was de eerste die wakker was van de kampeerders aan de hut. Er stonden veel meer tenten rond de hut als gisteren. Een veertigtal schatte ik. Die morgen at ik voor de tweede keer één van mijn roereieren en het duurt heel wat voor deze klaar gebakken zijn. Daarom kon ik niet zo vlug vertrekken. Nadat ik ontbeten had pakte ik snel alles bijeen in mijn rugzak en vertrok. Er waren enkele groepen die sneller waren dan ik en reeds voor me op pad gingen. Toen ik vertrok was het enkele minuten voor negen uur. Ondertussen stond er weer een massa mensen voor de ingang van de berghut te niksen, net als eergisteren. Ik nam nu het pad dat van de Refugio Goriz (2160m) langzaam afdaalde in de Circo de Goriz. Het pad was hier diep ingesneden in de met gras begroeide helling. Na een stuk afgedaald te zijn kwam ik op een klein plateau terecht. Hier stak ik reeds enkele mensen voorbij die enkele minuten voor me vertrokken waren aan Refugio Goriz. Nadat het plateau doorkruist werd, volgde een steilere kronkelende afdaling. Circo de SoasoAl snel kwam ik tot bij een tweede groep Spanjaarden. Eén van hen schoof plots vlak voor me uit. Niet moeilijk, hij had versleten sportschoenen aan. Weer typisch voor een Spanjaard. Ik stak de groep langzaam voorbij en kwam dan dadelijk op een tweede plateau uit waarop het pad splitste. Ik bevond me nu boven aan de Circo de Soaso. Dat is de cirque aan het hoofd van de canyon van Ordesa. Ik nam even het rechtse pad om wat verder een foto te kunnen nemen van de Ordesavallei. Door de nog laagstaande zon was de vallei nog gevuld met een donkere schaduw.

De groep die ik net voorbij gestoken had nam nu ook het rechtse pad en stak me zo terug voorbij. Dit pad daalde al snel zeer steil naar beneden en volgens de kaart volgt er een zeer steil stuk met kabels. Ik keerde terug en nam het andere pad naar links. Dit pad moest ik hebben, want het komt uit bij het beginpunt van de Faja de Pelay. Het rechtse pad daalt helemaal af tot in de vallei en daar moest ik niet zijn. Ik wandelde eerst even vlak om dan met vele haarspeldbochten af te dalen tot aan het startpunt van de Faja de Pelay. Hier stond een bord met de vermelding in het Spaans, Frans en Engels om niet aan de Faja de Pelay te beginnen na 15h00. De Cascada Cola de Caballo of in het Nederlands de paardenstaartwaterval was nu zichtbaar geworden. Nu begreep ik waarom de waterval die naam had.

Ik liep verder over het nu licht stijgende pad van de Faja de Pelay. Achter me werd naast El Cilindro (3328m), de Monte Perdido (3355m) nu zichtbaar. Er verschenen meer en meer kleine dennenboompjes naarmate ik verder wandelde. De bodem van de vallei rechts van me zakte steeds dieper weg en de watervallen van de Gradas de Soaso in de Rio Arazas waren soms te zien. Las Tres SororesAls ik naar links keek zag ik boven me de steile kliffen die de bovenrand van de canyon vormen. De vallei maakte nu een brede bocht naar rechts zodat ik na een hele tijd uit de schaduw van de bergflank kwam in de zon en ook het einde van de canyon in zicht kwam. Ik was verbaasd hoe kort de vallei toonde. Ook de Monte Perdido (3355m) verdween na een tijdje achter Punta Tobacor (2779m). Later kwam de Taillon (3144m) en de Brèche de Roland (2807m) op hun beurt in zicht aan de overkant van de canyon. Het pad liep nu vrijwel volledig vlak om dan af en toe een stukje te dalen. Ik liep nu afwisselend door loofbos of dennenbos en dan weer eens door een open plek op de berghelling. Op zo een open plek kwam ik plots twee gemzen tegen. Ze stoorden zich weinig aan mij en graasden verder. Het was warm en geregeld kwam ik enkele dagjesmensen tegen vanuit de tegenovergestelde richting.

Om enkele minuten voor twaalf kwam ik uit aan het uitzichtpunt bij de Refugio y mirador de Calcillarruego (1930m). Dit is een klein schuilhutje aan het einde van de Faja de Pelay. Een dikke Spanjaard vroeg me hier hoe lang het was naar de Refugio Goriz. Weer vertikte hij om een andere taal te spreken wanneer ik hem duidelijk maakte dat ik geen Spaans sprak, maar ik begreep wat hij vroeg in het Spaans. Ik antwoordde “Three Hours”, waarop hij het nog eens herhaalde in het Spaans: “Trés Oras”.

Op het uitzichtpunt rustte ik even uit en keek rond. Beneden in de canyon zag ik de Rio Arazas zich een weg banen door het loofwoud. Ik zag nu ook frontaal op de Circo de Cotatuero met de waterval die hier naar beneden stort. Ik hoefde me dus geen zorgen te maken, want het water voor deze avond had ik al gevonden. Hoe ik de Circo de Cotatuero straks moest in klimmen was iets anders. Het leek van hieruit onmogelijk om de verticale rotswand te passeren. Volgens de kaart is er echter wel degelijk een weg naar boven via de Clavijas de Cotatuero, een reeks van 32 stalen pinnen die hier in 1881 door twee inwoners van Torla in de rotswand zijn aangebracht in opdracht van de Engelse steenbokkenjager Edward Buxton. Het is trouwens deze Engelsman samen met sir Victor Brooke en nog enkele andere Engelsen van adel, die voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor het uitsterven van de Pyreneese steenbok. Vele Engelsen kwamen in de negentiende eeuw elke zomer als hobby jagen op de Pyreneese steenbokken. Sindsdien was de Pyreneese steenbok met uitsterven bedreigd en in december 1999 is helaas de allerlaatste Pyreneese steenbok hier in het Parque Nacional de Ordesa y Monte Perdido gestorven. De Clavijas de Cotatuero staan ook beschreven in het wandelboek van Ton Joosten. Hoe moeilijk de passage ook mocht gaan zijn, ik zou hier straks naar boven klauteren voor de uitzichten op de Faja de las Flores.

Op het uitzichtpunt kwam plots een Spanjaard naar me toe en duwde me zijn digitaal fototoestel in mijn handen. Hij wou dat ik een foto van hem nam met de Circo de Cotatuero op de achtergrond. Nadat ik de foto had getrokken vertrok ik weer. Het pad daalde nu steil naar beneden tussen de naaldbomen en plots schoof ik uit over een gladde plek, zodat ik op mijn rugzak belandde. Het kostte me heel wat moeite om met mijn zware rugzak aan terug recht te staan. Al gauw kwam ik nu bij de afslag uit waar de klim naar Punta Acuta begint. Ik had me voorgenomen om niet meer aan de klim te beginnen indien ik hier na halféén zou aankomen omdat ik anders mogelijk niet meer de Circo de Cotatuero kon bereiken voor zonsondergang. Het was tien na twaalf. Ik nam dus de afslag en verliet zo de afdaling naar de bodem van de canyon. Eerst volgde nog een korte afdaling maar dan begon een steile kronkelende klim. Op het pad lagen heel wat losse stenen. Dat zou de afdaling straks niet gemakkelijk maken. Na een heel stuk klimmen kwam ik plots aan een ondiep couloir uit. Tegen mijn zin moest ik nu weer afdalen. Het pad liep nu over een losliggende puinhoop van stenen en kleine rotsblokken zeer steil naar beneden de couloir in. Dan klom het pad weer steil omhoog de couloir terug uit. Daarop volgde tot mijn frustratie weer even een korte afdaling. Ik wandelde nu langs steile afgronden hoog in de canyon. De klim begon al snel weer zeer steil te worden. Door een klein hangend dal en langs verschillende rotswanden klom het pad de canyon uit. Nadat ik twee mensen passeerde uit de tegenovergestelde richting, kwam ik op een met gras begroeide helling uit. Punta Acuta (2242m) was nu voor me te zien. Het pad maakte nog één haarspeldbocht naar rechts en kwam dan op de col uit ten westen van Punta Acuta.

Hier stond een bord met de regels van het Parque Nacional de Ordesa y Monte Perdido. Ik was nu aan de grens van het park. Ik zette mijn rugzak tegen de paal aan het bord en klom het laatste stuk door het gras verder naar de top van Punta Acuta. Circo de CotatueroEr is geen pad dat naar de top leidt. Opeens verscheen er een groep mensen van rechts die ook naar de top gingen. Ik was hen voor. Stipt om één uur bereikte ik de top. Pal in het noorden zag ik weer op de Circo de Cotatuero en met achter aan enkele toppen van de Cirque de Gavarnie. Ook de Brèche de Roland (2807m) was van hieruit te bewonderen. Het grootste deel van het Valle de Ordesa kon overzien worden, maar de bodem van de canyon was van hier uit onzichtbaar. In het westen zag je op de veelkleurige Sierra de Tendeñera en rechts ervan lag in de verte de Pico del Infierno (3082m). Keek je naar het oosten of het zuiden dan zag je de glooiende uitlopers van de Pyreneeën. Slechts enkele bergen bereiken hier nog de 2000m.

De mensen van de groep kwamen nu één voor één boven. Het waren weer Engelsen. Ze gingen op de top picknicken terwijl ze van het uitzicht genoten. Ik daalde terug af naar de col waar mijn rugzak nog stond. Hier aangekomen zette ik me ergens in het gras en at weer één van mijn hardkeks. Het was iets na halftwee toen ik weer vertrok dezelfde weg terug de canyon in. Het was een lastige afdaling over vele losse stenen. Ik passeerde weer de steile afgrond en kwam nu weer na het eerste stukje klim, terug via een korte afdaling in de couloir terecht. Hier volgde dan weer de zeer steile klim over de los liggende puinhoop van stenen tot ik weer op het pad kwam dat al snel terug verder afdaalde. Via vele haarspeldbochten kwam ik zo rond 14h15 terug aan de splitsing uit.

Aan de splitsing draaide ik nu naar links en daalde zo verder af naar de bodem van de canyon over een kronkelend pad. Het pad was gemakkelijk begaanbaar en daarom ging ik redelijk snel zodat ik verschillende mensen voorbij stak gedurende de afdaling. Naarmate ik verder afdaalde veranderde het naaldbos ook geleidelijk in een loofbos. Slechts een uur later was ik beneden in de canyon. Hier kwamen verschillende paden samen. Het was er redelijk druk. Vele Spaanse gezinnen kwamen er een zondags wandelingetje maken. Ik stak de Rio Arazas, met zijn zeer zuiver water over en kwam nu uit bij de Pradera de Ordesa (1310m). Hier is het dat de bus vanuit Torla de toeristen afzet. Je mag namelijk niet met je auto het park in. Er stond hier ook een souvenirwinkeltje en een restaurant. Ik dronk hier een cola en kocht dan toch nog een stuk cake en een soort suikerbrood als snelle hap. Dat at ik op het terras buiten op.

Nu moest ik aan de klim beginnen naar de Circo de Cotatuero, die bijna 1000m hoger ligt. Het was reeds iets over halfvier toen ik weer vertrok. Ik volgde nu de brede grindweg doorheen de canyon en nam dus niet het pad dat snel rechtstreeks in de richting van de Circo de Cotatuero klimt. De weg verliep eerst redelijk vlak, maar begon al snel licht te stijgen. Er liepen hier nog steeds veel mensen over de weg. Van de Canyon de Ordesa kon nu niet veel gezien worden want de weg liep steeds door het dichte loofbos in de bodem van het dal. Af en toe maakte de weg ook een haarspeldbocht. Je hoorde de Rio Arazas constant stromen, maar ook de rivier kwam nooit in zicht. Valle OrdesaIk passeerde enkele afslagen die tot bij de watervallen in de rivier leidde (Cascada de Arripas, Cascada de la Cueva en Cascada del Estrecho), maar ik negeerde ze en liep verder over de weg. Bij een haarspeldbocht kwam ik dan plots wel aan een uitzichtpunt. Hier zag ik de Rio Arazas en de Cascada de la Cueva. De weg liep al snel terug het dichte loofbos in en na langer dan verwacht kwam ik dan om 16h35 bij de afslag uit waar de Faja Petazals Los Canarellos begint. Hier nam ik het pad dat steiler het bos in klom. Na een tijdje wanneer ik aan de verticale rotswand uitkwam, liep het pad glooiend verder net onder de rotswand. Ik liep nu al hoog boven de bodem van de vallei. Af en toe had je een mooi uitzicht tussen de naald– en loofbomen door over een stuk van de canyon.

Na een hele tijd draaide het pad dan uiteindelijk het dal van de Cico de Cotatuero in. Hier werd het landschap plots ruwer. Hier groeiden enkel nog naaldbomen en onder aan de rotswand lagen onbegroeide puinhellingen. Ik kon van dichter bij analyseren hoe de klim naar de Circo de Cotatuero moest lopen. Ik merkte geen enkel pad op en de verticale rotswand naast de waterval, waar zich de befaamde Clavijas de Cotatuero moeten bevinden, leek totaal onoverbrugbaar. Ik nam een foto, terwijl er net een groep alpenkauwen voor me rond cirkelde en wandelde dan verder.

Circo de CotatueroHet pad liep stijgend, dan weer dalend verder over de puinhelling en langs naar beneden gevallen rotsblokken tot dicht bij de waterval, waar een kronkelende afdaling begon langs een steile rotswand naar de rivier. Hier stak ik de rivier over via een stalen brug en kwam dan in het bos uit bij een schuilhutje aan een kruispunt van paden. Ik rustte enkele minuten uit op een rotsblok en dronk nu de laatste druppels water op uit mijn waterzak. Dan volgde ik het pad dat volgens de wegwijzers naar de clavijas leidt. Dit pad klom weer kronkelend naar omhoog door het naaldbos. Na een tijdje kwam ik weer aan een splitsing uit waar ik rechts afsloeg, zodat ik het pad naar de Faja Racun negeerde. Het pad klom nu nog steiler en liep over enkele passages waar op handen en voeten over een steile rotswand naar omhoog geklommen moest worden. Mijn wandelstokken had ik ondertussen al op mijn rugzak bevestigd, want die waren nu meer een last dan een nut. Hier groeiden nu nog slechts enkele kleine naaldboompjes. Al snel kwam ik bij de Clavijas de Cotatuero uit. Het was 17h40 en er kwam net een groep Spanjaarden naar beneden, zodat ik even moest wachten. Ze hadden allemaal een klimriem aan en hadden zich beveiligd met een touw aan de kabel. Het zag er niet gemakkelijk uit. Je moest inderdaad een gang loodrecht omhoog inklimmen via stalen pinnen. Hoe het dan verder ging kon ik nog niet zien.

Toen de groep beneden was begon ik eraan. Zo’n vijf meter klom ik loodrecht omhoog door de rotsgang op de stalen pinnen. Vanaf dan liepen de pinnen horizontaal verder langs de verticale rotswand. Er was vanaf hier ook een kabel. Voorzichtig en beredeneerd zette ik mijn voeten telkens één voor één verder op de volgende pin, terwijl ik me goed vast hield met mijn handen aan de kabel of een hoger aangebrachte pin. De voet van de rotswand lag een tien tot twintig meter onder mijn voeten. Na ongeveer tien meter langs de rotswand gezweefd te hebben kwam ik veilig uit op een rots. De passage was uiteindelijk niet al te moeilijk, maar het was wel indrukwekkend. Tot mijn verbazing verscheen slechts een twintig meter voor me het bovenste gedeelte van de waterval. Ik was zo goed als boven. Na nog over enkele rotsblokken omhoog te klimmen kwam het pad nu in de Circo de Cotatuero uit, net naast de plaats waar de rivier zich naar beneden stort. Er staat hier geen enkele boom meer. Wat verder in de circo was er nog een brede waterval, waarna de Barranco de Millaris en de Barranco de Cotatuero in elkaar uitmonden. Het was een raar gezicht. De twee beken stromen hier rustig en langzaam door de vlakte en plots verdwijnt al het water bruusk in de afgrond. Ik volgde het pad verder tot bij de brede waterval, waar ik het pad eventjes verliet en mijn waterzak vulde uit de waterpoel onder de waterval. Dan liep ik weer verder. Het pad klom eventjes omhoog en kwam dan op een wat hoger gelegen terras uit boven de vlakte waar het verder door het gras liep. Hier was het pad niet meer zo duidelijk, maar af en toe stond er nog een steenman. Nadat ik het terras doorkruist had, kwam ik weer bij de Barranco de Cotatuero uit, die zich hier klaterend naar beneden stort langs de helling. Ik stak de beek over en verloor dan elk spoor van een pad. Ik merkte ook nergens nog een steenman op. Ik besloot dan om maar verder te blijven wandelen langs de helling. Niet veel verder kwam ik uit bij een vlakke plek achter een rotsrichel. Ik twijfelde geen moment en stopte hier om mijn tent op te stellen. Het was ondertussen al 19h20.

Daarna maakte ik het avondeten klaar en wanneer ik alles op had was het al donker aan het worden. Ondertussen waren er steeds meer en meer wolken verschenen die de hemel geleidelijk helemaal bedekten. De top van Punta Tobacor verdween in de wolken. Ik wist dat dit geen teken was van slecht weer, maar had gemerkt dat de wind nu in tegenstelling tot de voorbije dagen niet meer uit het noorden waaide, maar vanuit het Spaanse binnenland. Daarom was het vandaag al zo opmerkelijk warmer. Ik kon uiteindelijk gaan slapen om 20h40 na een lange en vermoeiende dag.

About

U leest het reis- en fotografie weblog van Joery Truyen. Contacteer me via joerytruyen [at] hotmail.com

Flickr

Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 

Recent Comments

    Archives