Woensdag 22 september : Ibon Azul Superior (2410m) - Lacs de la Fache (2420m)

Afstand : 17,0km
Duur : 7h40

Klimmen : 1651m
Dalen : 1641m

Bergpassen : Collado del Infierno (2721m), Collado de Tebarray (2740m), Col de la Fache (2664m)
Bergtoppen : Picos del Infierno (3082m), Gran Facha (3005m)

Op de derde wandeldag vandaag zal ik enkele bergtoppen gaan beklimmen. Met de Picos del Infierno (3082m) zal ik alvast beginnen deze ochtend. Daarna zal ik afdalen naar de meren van Campoplano, dicht bij de Balaïtous (3146m), de meest westelijk gelegen berg in de Pyreneeën die meer dan 3000m telt. Hier wilde ik alvast ook Gran Facha (3005m) beklimmen, indien ik zover reeds zou geraken vandaag. Waar ik de komende nacht dan zou gaan overnachten wist ik nog niet goed, ofwel aan de Spaanse Ibones de la Faixa of anders reeds over de grenskam aan het Franse Lac de la Fache, beide aan de voet van Gran Facha gelegen.

Die ochtend piepte mijn horloge weer om 7h00, toch begon ik me pas aan te kleden omstreeks 7h30. Het was 4°c. Toen ik naar buiten keek en het langzaam lichter werd, zag ik plots drie mensen over het pad lopen achteraan op de delta in de richting van de Collado del Infierno. Zij waren ongetwijfeld deze nacht reeds vertrokken in het dorpje Baños de Panticosa om de Pico del Infierno te beklimmen, die Spanjaarden toch. De lucht was dit keer pas echt volledig onbewolkt. De donkerblauwe kleur was nu sterker aanwezig dan nooit tevoren. Zelden had ik reeds zo’n felblauwe lucht gezien. Het was nog steeds volledig windstil. Dit kon alleen maar een mooie dag gaan worden. De zon was nog niet over de bergen gerezen in het oosten. Ik begon alvast water te koken voor een cruesli-ontbijt.

Geleidelijk raakte enkele zonnestralen de bergtoppen op de grens met Frankrijk en ook de top van de Picos del Infierno kleurde rood, waarna de zonnestralen de berg steeds lager verwarmden. Ik bleef dit schouwspel maar aanschouwen vanuit de slaapzak in mijn tent terwijl mijn water langzaam opwarmde. Heel langzaam ging het. Ik wist dat dit deze ochtend ging gebeuren. Daarom had ik mijn tent zo geplaatst dat ik vanuit mijn slaapzak doorheen de tentdeur pal op de Picos del Infierno keek. De zon stond achter de Vignemale zag ik duidelijk. Andere bergen in de omgeving vingen reeds volop zon, maar de Vignemale wierp zijn kilometers lange schaduw net tot hier op het Ibon Azul Superior zodat ik het langst moest wachten op zon. Uiteindelijk gebeurde het dan toch. De zon kwam tevoorschijn van achter de Vignemale en zo werd het al snel aangenamer in de koude lucht. Wanneer ik mijn ontbijt op had kroop ik uit mijn slaapzak, deed mijn schoenen aan, jas, handschoenen en muts. Vervolgens brak ik de tent af en plaatste alles in mijn rugzak. De kudde schapen lieten zich ondertussen weer horen. Dit keer kwamen ze piepen van achter de bergrug op de plaats waar het beekje de delta opstroomde. Het was reeds enkele minuten voor negen wanneer ik klaar was en vertrok.

Ik moest net naar de schapen toe. Wanneer ik het dalletje indraaide dat inPico de Piedrafita feite werd gevormd door de fossiele morenewand van de gletsjer van de Picos del Infierno, zag ik de hele kudde. Hier stootte ik nu op het pad dat naast enkele steenmannen ook met enkele rode verfbolletjes van het GR11 gemarkeerd was. Het pad liep het hele dalletje door zodat ik de hele kudde opjoeg. De schapen zouden blijkbaar wel eens dringend geschoren moeten worden. Geleidelijk liep het pad links de helling op tot ik aan de voet van een puinhelling kwam net onder de Pico de Piedrafita (2915m). Hier moest ik beginnen aan een steile klim. Het pad kronkelde zigzaggend over de puinhelling naar boven langs enkele kleine sneeuwvelden en zo kwam ik in het woeste dalletje terecht dat gekneld ligt tussen de Pico de Piedrafita rechts van me en de Picos del Infierno links van me. De Collado del Infierno ligt achteraan hogerop in dit dalletje en was vanaf nu te zien.

Ondertussen zat de korte steile klim erop. Nog even liep ik hier over een duidelijk pad dat vrijwel vlak verder het dalletje inloopt.Picos del     Infierno Maar al gauw liep dit pad dood op weer zo’n slagveld van rotsblokken. Ze hadden verschillende kleuren, sommigen licht grijs, sommigen donker grijs en sommigen bruinrood. Een mengelmoes van graniet en metamorfe gesteenten dus. Links werd nu een kleine gletsjer zichtbaar die in een mooie nis ligt ingebed in het witte marmer van de Picos del Infierno. Dit zijn de laatste restanten van de gletsjer van de Picos del Infierno. Ondanks dat ik gelezen had dat sommigen beweren dat de Picos del Infierno geen gletsjer draagt, moest ik nu vaststellen dat er wel degelijk één is. Rechts van de gletsjer lag nog een groot sneeuwveld in een nauwere nis. Meer naar beneden lag een mooi gevormde zijmorene. Deze morene raakte tot aan de grote puinhelling onder de Pico de Piedrafita.

Hierover klom ik nu verder. Het pad bleef tussen de middelgrote rotsblokken beneden in het laagste punt wel vrij duidelijk verder lopen, ondanks het verdwijnen van de steenmannetjes en de verfbolletjes. De Collado del Infierno verdween nu even uit het zicht. Wat verder kwam ik aan een vage splitsing. Het paadje was inmiddels minder duidelijk geworden, maar bleef verder stijgen beneden door de V-vormige dalbodem. Rechts echter bleek nu ook een ander onduidelijk paadje steiler naar omhoog te stijgen over de losse puinhelling onder de Pico de Piedrafita. Dit laatste paadje nam ik. Steil klom ik dus verder, maar na een poosje was niks meer van een paadje te bemerken en was ik gewoon op het gevoel over losse stenen op de puinhelling verder aan het klimmen. Links beneden zag ik nu dat ik beter links had gehouden omdat dat toch de eigenlijke route was en niet diegene die ik nu genomen had. Ik kon tevens niet goed meer verder want de stenen lagen los en schoven soms zelfs wat naar beneden als ik een pas verder zette. Ik besloot dus om terug naar het vage paadje te gaan beneden op de bodem van het kleine dalletje. Maar dit deed ik niet door af te dalen. Ik probeerde op gelijke hoogte te blijven op de puinhelling zodat ik straks weer geen onnodige meters moest klimmen door een dommigheid.

Zo kwam ik toch redelijk gemakkelijk terug op de juiste route uit. Ik klom niet al te steil verder terwijl de morenewand links over ging in een gewone puinhelling zodat wat later het dalletje eerder een open couloir werd en de Collado del Infierno weer in zicht kwam. Achter me kwamen door het stijgen enkele van de bergmeren in zicht die ik gisteren van dichtbij had gezien, alsook de Vignemale natuurlijk. Wat verder verloor ik het vage paadje weer even en klom ik weer wat hoger naar rechts, maar al snel zag ik de route weer opnieuw. Niet veel later kwam ik omstreeks 10h00 op de Collado del Infierno (2721m) aan waar een ovaalvormige muur van stenen was gebouwd door mensen die hier ooit eens moeten overnacht hebben. Op de col blies een flauwe frisse wind uit het westen. Bij een terugblik zag ik beneden het Embalse de Bachimaña Alto (2207m) liggen en het Embalse de Bramatuero Bajo (2293m). De Vignemale torende weeral overal bovenuit. Het is niet voor niets dat men deze berg wel eens de koning van de Pyreneeën noemt. Naar de andere kant zag ik nu op een diep ingebed ringvormig meer, het Ibon de Tebarray (2690m). Het lijkt op een soort kratermeer, donker, ondoorzichtig, waarschijnlijk erg diep en omringd door lange bruine puinhellingen die overal tot in het meer vallen. Er lagen geen sneeuwvelden meer aan het meer, hoewel het meer ervoor bekend staat om zelfs nog in juli bedekt te zijn met stukken drijvend ijs. Koud leek het in elk geval wel. Er is geen riviertje dat dit meer verlaat. Aan de overkant van het meer ontnamen de bruine steile hellingen van de Pico de Tebarray (2916m) het uitzicht. Rechts tegen de helling boven het meer liep het pad van de col hier verder naar de volgende col, de Collado de Piedrafita (2740m) of ook wel de Collado de Tebarray genoemd. Laten we die laatste naam maar gebruiken. Deze col zal ik straks over moeten want hierachter ligt de afdaling naar de meren van Campoplano.

Nu draaide ik echter van op de Collado del Infierno naar links, om het hoekje als het ware. Hier liep een pad over de rotsige helling geleidelijk verder naar omhoog, af en toe gemarkeerd met een steenmannetje. Hier begint de finale klim van de Picos del Infierno. Na een vijftigtal meter op dit pad plaatste ik mijn rugzak dan neer tussen de stenen en rotsen. Mijn zware rugzak ging ik niet meesleuren naar de top. Dat zou trouwens erg gevaarlijk zijn ook. Ik dronk nog een paar slokken, trok mijn jas uit en vertrok dan verder met mijn wandelstokken. Ik keek nog enkele keren goed om om de plek waar mijn rugzak stond in het hoofd te prenten. Het pad steeg niet al te steil een beetje kronkelend, maar niet zigzaggend, verder omhoog tussen losliggende stenen een stuk onder de ruige bergkam. Na een poosje werd het pad toch onduidelijk en klom ik maar op het gevoel verder. Af en toe leek ik nog een steenmannetje tegen te komen. Het uitzicht naar het westen opende zich nu over de Pico de Tebarray en zo werd de Pic du Midi d’Ossau (2884m) zichtbaar, de eerste keer tijdens deze tocht dat ik het symbool van de Pyreneeën zag. De Franse valleien waren gevuld met een deken van laaghangende wolken zag ik even later.

Uiteindelijk was ik tot dicht bij de kam geklommen. Hier was het moeilijker om vooruit te komen want de rotsige helling maakte hier plaats voor grote steile vaste rotsen. Op een gegeven punt kwam ik pal op de kam uit. Er blies plots een strakke noordenwind. Het zicht was wel magnifiek want ik zag nu de hele noordwand van de Picos del Infierno, met een stukje van de gletsjer en het woeste dalletje waar ik zonet doorheen naar boven ben geklommen naar de Collado del Infierno. Ik moest hier echter wel niet zijn want aan de andere kant van de kam lag een verticale afgrond van meer dan honderd meter diep. Toen ik pal naar benden keek zag ik dat ik me nu net boven het grote sneeuwveld in de nauwe nis bevond. Ik daalde dus maar terug wat af langs de kant waar ik kwam en vervolgde dan onder de kam wat lager verder naar het zuiden tot ik uiteindelijk op een secundaire top aankwam op 2987m hoogte.

Het waaide hier weer fel. Op deze top maakt de kam een knik naar het zuidoosten en stijgt dan verder naar de meest westelijke top van de Picos del Infierno waar ik nu plots een frontaal zicht op had. Dit is de Pico del Infierno Norte (3072m). Ik zag beweging op de top. Drie mensen stonden op de top rond te kijken, maar al gauw verdwenen ze op weg naar de middelste top, de Pico del Infierno Central (3082m), welke het hoogste punt is van de Picos del Infierno. Dit waren ongetwijfeld die drie mensen die ik deze ochtend had zien voorbij trekken aan mijn tent. Mijn wandelstokken waren meer een last geworden dan een nut want ik had ondertussen meer op handen en voeten moeten klimmen dan met stokken. Ik had spijt dat ik ze meegezeuld had en liet ze hier nu dus op deze secundaire top liggen om ze straks op de terugweg opnieuw op te pikken. Even vervolgde ik de kam voor een tiental meter in de richting van de Infierno Norte en toen gebeurde het plots.

De felle wind blies mijn muts van mijn hoofd. Ze ging de lucht in, wel een tien meter hoog en dwarrelde dan in een terugkerende beweging naar beneden zodat ze een tien meter lager langs de zuidkant van de kam neerviel op de rotsen. Ze leek bereikbaar en zo daalde ik dus snel steil af naar beneden alvorens ze misschien voor goed zou weggeblazen worden. Ik had ze gelukkig terug en zette ze nu steviger op mijn hoofd. Dan steeg ik weer opnieuw enkele meter om dan verder af te dalen van de kam weg want ik had ondertussen de route opnieuw gezien. Ze liep een twintigtal meter lager. Al snel was ik opnieuw op de route afgedaald. Ze moest dus van rechts achter de secundaire top komen. Ik vervolgde het pad verder naar de top van de Infierno Norte. Het bleef vrijwel steeds op gelijke hoogte verder lopen over de steile helling. Al snel kwam ik aan het witte marmeren gesteente terecht. Hier ging het een beetje klimmend over verder. Bij regenweer zou dit doodsgevaarlijk zijn want het marmer is dan glad en een slipper overleef je hier wellicht niet. De afgrond naar beneden was zeer diep. Diep beneden ligt het uitgestrekte bekken dat in het zuiden begrensd wordt door de Sierra de la Partacua. Ik kon hier zo’n 1700m dieper een dorpje zien liggen, dat was Sallent de Gallego (1290m). Al snel kwam ik op een soort kleine col uit op een hangende rug waar het marmer opnieuw plaats maakte voor het bruinrode metamorfe gesteente. Hier zag ik nu verassend het overweldigende zicht op de noordwand van de Pico de Garmo Negro (3051m) met aan zijn voet de zuivere blauwe Ibones de Pondiellos (2720m) waar nog enkele sneeuwvelden lagen. De bodem van de lang uitgestrekte meertjes was vrijwel overal te zien, zo helder was het water. De top van de Infierno Central kon ik nu ook van hieruit zien, waar de drie mensen zich nu ondertussen op bevonden.

Ik bevond me nu minder dan honderd meter onder de top van de Infierno Norte. Hier begon nu het steile finale stuk waar ik op handen en voeten over de steile rotshelling met veel losliggende stenen mijn weg naar boven verder zocht. Hier en daar was nog een steenmannetje aangebracht. Na dit klauterwerk kwam ik op de top van de Pico del Infierno Norte (3072m) uit en ontmoette hier weer een strakke noordenwind en een grote steenman in het midden van de top. Het was nu net 10h50 geworden. De drie mensen hadden ondertussen de Infierno Central verlaten en klommen via de col tussen de Infierno Central en de Infierno Oriental naar deze derde en meest oostelijke top van de Picos del Infierno.

Het uitzicht was zonder twijfel fantastisch en zeer weids.Picos del     Infierno Een beschrijving van dit uitzicht is niet echt nodig want de vele foto’s spreken voor zich. De Pic du Midi d’Ossau (2884m), Balaïtous (3146m), Gran Facha (3005m), Pic d’Ardiden (2988m), Vignemale (3298m), Pico de Marboré (3248m), Taillon (3144m), Monte Perdido (3355m), Pico de Tendeñera (2853m), tot zelfs Posets (3375m), de tweede hoogste top van de Pyreneeën en Cotiella (2912m), en nog veel meer, ik kon ze allemaal zien. De Franse dalen, met een wolkendeken gevuld en diep beneden zag ik het Ibon Azul Superior (2410m) liggen waar ik deze nacht overnacht had en slechts een twee uur geleden nog was. Ik trok snel enkele foto’s op deze top en betrad dan de smalle kam om zo naar de Infierno Norte te lopen. Deze kam bestaat weer uit marmer. Slechts hoogstens een meter breed is het randje op de kam, soms zelfs nog minder. Links en rechts gaapte een diepe afgrond. Bij een stormachtige wind of regenweer is dit levensgevaarlijk. De wind blies nu ook wel hard, maar helemaal niet fel genoeg om me uit evenwicht te brengen. Het was een lang stuk.

Na een kleine tien minuten kwam ik uiteindelijk op het hoogste punt uit,Uitzicht op Infierno Norte de Pico del Infierno Central (3082m) die opnieuw uit het bruinrode gesteente bestaat net als de Infierno Norte. Hier nam ik weer veel foto’s en keerde dan weer snel over de smalle kam terug naar de Infierno Norte. De drie mensen waren inmiddels aan hun afdaling begonnen van de Infierno Oriental. Je kan de berg ook beklimmen of afdalen vanuit het zuiden, komende van de Ibones de Pondiellos. Deze route is echter moeilijker dan de route die ik beklommen had. Zij hadden ook duidelijk touwen, helmen en ander klimmateriaal bij.

Garmo     NegroTerug op de Infierno Norte begon ik meteen met de lange afdaling. Zo daalde ik steil op handen en voeten af over de rotsen tot op de col op de hangende bergrug. Voorts stak ik de col over en kwam zo weer op het marmeren stuk uit waar de route weer niet al te duidelijk was. Vaak met behulp van mijn handen daalde ik zo verder lichtjes af naar het westen tot ik opnieuw op het bruinrode gesteente uitkwam. Hier vervolgde ik verder het vage pad dat vlak verder liep tot ik na een poos op een afgrond stuitte net onder de secundaire top. Hier was ik daarstraks al niet meer geweest. Hier had ik nu een mooi uitzicht op het Ibon de Tebarray. De route was weer zoek. Opeens kwamen er twee Spanjaarden even terug van links zeer steil naar boven geklauterd. De onderste van hen had een helm op en beide waren ze aan elkaar vastgemaakt met een touw. De route moest hier dus naar boven komen. Toch zag ik al snel dat de twee Spanjaarden de route kwijt waren geraakt want ik ontdekte plots dat de route niet naar boven kwam langs waar zij naar boven klauterden, maar dat deze een tiental meter dichter bij de afgrond van links in een ondiepe, maar steile couloir naar boven kwam. De Spanjaarden zaten niet meer juist en waren dus zomaar wat aan het doen, zoals ik daarstraks op weg naar de secundaire top. Ik besloot om nu eerst een route te zoeken waar ik rechts naar boven kon klimmen naar de secundaire top zodat ik mijn wandelstokken opnieuw kon oppikken.Balaïtous Het stuk langs waar ik daarstraks naar beneden ben gekomen vond ik niet direct meer terug, maar niet zo ver van de couloir langs waar ik dadelijk naar beneden moet liep er een andere ondiepe couloir steil naar boven. Hier klom ik in naar boven over nogal veel losliggende stenen. Al snel had ik de twintig meter naar boven overbrugd en vond ik mijn wandelstokken weer terug op de secundaire top. Dan ging ik weer over hetzelfde stuk naar beneden. Daar zette ik mijn weg vervolgens verder door steil verder af te dalen door de andere steile couloir waar eveneens veel losliggende stenen in lagen. Toch was dit de normale route. Wanneer ik onderaan deze couloir was aangekomen maakte de route een flauwe bocht naar rechts en daalde minder steil verder langsheen de berghelling met de diepe afgrond links van me en de steiler dalende bergrug rechts boven me. Niet veel verder kwam ik zo aan een bres uit in de bergrug. Hier moest ik door en vervolgens even zeer steil dalen over de rotsen waarbij ik weer meermaals mijn stokken in één hand moest nemen om met behulp van mijn handen te kunnen afdalen. Zo kwam ik wat lager weer op de helling terecht van losliggende stenen en rotsen onder de bergkam waarvan de secundaire top het hoogste punt is. Hier vervolgde ik het pad dat nog een heel eind hoog boven het Ibon de Tebarray verder kronkelend afdaalde. Dit keer was het pad beter te volgen en raakte ik het niet kwijt zoals tijdens de klim. Onderweg kruiste opnieuw nog drie Spanjaarden mijn weg. Zij klommen verder naar de top. Uiteindelijk was ik al ver genoeg afgedaald en zag ik mijn rugzak in de verte staan. Al snel was ik terug beneden. Daar pikte ik mijn ongeschonden rugzak opnieuw op, nadat ik nu mijn muts en handschoenen had uitgedaan en vervolgde dan het laatste stuk naar de Collado del Infierno (2721m) waar ik omstreeks 11h50 opnieuw aankwam. De drie Spanjaarden van daarnet hadden eveneens hun kleinere rugzakken achtergelaten even verder van de col. Ik dacht trouwens eerst dat één van de rugzakken toen ik ze reeds van ver zag, iemand was die aan het uitrusten was, maar toen ik dichter was zag ik toch dat het allemaal rugzakken waren.

Op de Collado del Infierno vervolgde ik meteen mijn weg verder over het licht stijgend pad dat over de steile puinhellingen boven het Ibon de Tebarray verder loopt naar de Collado de Tebarray (2740m) die ligt gekneld tussen de Pico de Tebbaray (2916m) en de Pico de Piedrafita (2915m). Ondertussen waren er al een tijdje een hele troep Spanjaarden aangekomen op deze Collado de Tebarray. Zij moeten deze ochtend vroeg van de Refugio Respumoso, gelegen in de Campoplano laagte, vertrokken zijn. Een deel van de groep bleef op de col wachten terwijl de rest verder klom naar de top van de Pico de Tebarray. Het laatste stuk naar de col werd plots zeer steil. Er lagen veel losliggende fijne steentjes op het pad zodat het wat langzamer vooruit ging. Het allerlaatste stuk ging een stukje zeer steil omhoog zodat ik weer even gebruik moest maken van mijn handen. De Spanjaarden zaten een eindje van de col vandaan, terwijl de rest van de groep ondertussen de top van de Pico de Piedrafita had bereikt. Er was geen uitzicht naar het noorden. De col was eigenlijk een nauwe bres die naar het noorden uitgeeft op een steile en nauwe couloir. Ondertussen was het 12h00.

Deze couloir moest ik nu indalen zodat het zicht op het Ibon de Tebarray en de Picos del Infierno nu ophield. Langzaam ging ik hier naar beneden, zo goed mogelijk op mijn wandelstokken steunend want de couloir was gevuld met veel losliggend gruis dat kon wegglijden als je niet voorzichtig bent. Beneden aan de ingang van de couloir opende het zicht zich. Voor me doemde nu het dalhoofd van Llena Cantal op waarin wilde puinhellingen te zien waren met bovenaan nog enkele kleine sneeuwvelden. Dit dalhoofd is omzoomd door enkele hoge pieken die niet allen te zien waren: de Pico de Llena Cantal (2956m) en de inmiddels bekende Pico de Piedrafita (2915m) en Pico de Tebarray (2916m). De Balaïtous kwam links in zicht over de laagte van Campoplano. Hier onderaan de couloir draaide het pad met een rechte hoek naar rechts, daalde dan een tiental meter verder steil naar beneden en maakte dan een haarspeldbocht naar links waarna het verder iets minder steil rechtdoor naar beneden daalde over een lange grijze puinhelling onder de Pico de Tebarray. Beneden voor me lag het Ibon de Llena Cantal (2430m) in een grasvlakte. Een klein beekje kwam van onder het puin gestroomd en mondde over een brede delta in het kleine meertje uit. Het uitzicht viel pal op het Balaïtous Massief en beneden in de verte zag ik de Refugio Respumoso (2160m) liggen die voor de Spanjaarden meestal dient als uitvalsbasis voor een beklimming van de Balaïtous. Na een heel stuk rechtdoor afgedaald te zijn over fijne steentjes stootte ik nu op rotsblokken. De route liep even over en tussen deze rotsbokken verder tot ik niet veel verder meer en meer gras onder mijn voeten kreeg reeds dicht bij het Ibon de Llena Cantal.

Dit meertje passeerde ik langs de westkant en daarna daalde ik ten noorden van het meer weer verder niet zo steil naar beneden.Balaïtous Even liep het pad al zigzaggend naar beneden over de steile grashelling, later liep het rechtdoor verder wanneer de grashelling niet meer zo steil was, tot ik bij het riviertje uitkwam dat van het Ibon de Llena Cantal kwam en van rechts kwam aangestroomd. Ik stak het riviertje via enkele keien over en hield dan niet veel verder halt nabij een grote granieten rots die hier door het gras uitstak. Ik plaatste mijn rugzak tegen de rots, deed mijn trui uit en begon dan in het gras een pakje hardkeks te eten met confituur en siroop. Het was dan al 13h00. De zon brandde weer fel en ondertussen was het weer aangenaam warm geworden. Na de lunch nam ik mijn rugzak weer op en vervolgde de afdaling door het gras. Zo kwam ik na een poosje zo goed als beneden in de laagte van Campoplano uit. Hier bevinden zich enkele stuwmeren. Links in de verte werd het Embalse de Respumoso (2100m) reeds zichtbaar tussen de verspreide naaldboompjes die ginder lager rond het meer groeiden, maar het was een lelijk zicht. Het meer was voor de helft leeggelopen zodat een heel stuk van de dam zichtbaar was. Deze torende wel een vijftigtal meter boven de waterspiegel uit. Het pad splitste hier. Een pad liep links verder naast de Barranco de Llena Cantal in de richting van de Refugio Respumoso. Ik nam echter het rechtse pad dat eigenlijk gewoon rechtdoor verder liep door het gras en vanaf nu ongeveer op gelijke hoogte verder bleef lopen tot ik op een rug terecht kwam waar het pad een bocht maakte naar rechts en dan geleidelijk afdaalde naar de Barranco de Campoplano die in een ondiepe kloof stroomde. Hier blies een fris windje uit het oosten. Niet veel verder was de dam al te zien van het Embalse de Campoplano met enkele betonnen bouwsels en een vervallen kraan op de rug aan de overkant van de rivier. De dam was niet afgemaakt en het leek erop dat alles er zo al een heel tijdje bij lag. Wat verder moest ik over de grote betonnen blokken die hier in de rivier waren geplaatst. Het water van de rivier liep tussen de blokken door want de gaten waren niet gedicht. Hier voorbij passeerde ik een kleine kudde schapen en kwam dan op een uitgestrekte grasvlakte terecht aan de oostpunt van het Embalse de Campoplano (2150m) omstreeks 13h45. Indien men de dam dicht maakt zal heel deze grasvlakte overstromen en het meer waarschijnlijk meer dan drie keer groter worden dan zijn huidige oppervlakte. In het noorden was boven de vlakte een brede bergpas te zien die ligt tussen Punta del Cristal (2889m) in het westen en Pico de la Peira (2802m) in het oosten. Dit is de Collado de la Peira de San Martin (2295m), of in het Frans de Port de Saint Martin. Het is één van de diepste bergpassen op de grenskam en daarom waaide het hier nogal omdat de pas nu fungeerde als een soort tochtgat voor de vallei. Indien ik om één of andere reden tijd zou over gehad hebben vandaag, dan zou ik Punta del Cristal via de col beklommen hebben, maar dat was nu niet het geval. Enkele koeien graasden op de grasvlakte net onder de col.

Ik liep dus over de zuidkant van de grasvlakte verder naar het oosten op het nog steeds duidelijk aanwezige pad en negeerde zo het pad dat naar het noordoosten loopt en dan klimt naar de col. Aan de zuidoostelijke punt van de vlakte liep ik zo over het pad al klimmend een klein smal dalletje in waar een klaterende beek door stroomde. Dit is nog steeds de Barranco de Campoplano.Gran Facha Al snel stroomde deze beek beneden links van me door een nauwe kloof. Het pad bleef rechtdoor verder stijgen terwijl hoog voor me de top van Gran Facha (3005m) geleidelijk uit het zicht verdween met het verder klimmen in het dalletje. De wanden van het dalletje werden steeds steiler zodat ik na een poosje, nadat ik reeds een kleine groep Spanjaarden met hun hond was gekruist, vlak naast de klaterende beek liep in de kloof zelf. Het pad liep nu over en tussen grote rotsblokken verder en regelmatig waren er steenmannen aangebracht. Ik passeerde vele kleine watervallen en niet veel verder klom het pad over een kort maar zeer steil stuk de ondiepe kloof weer uit zodat ik weer voor een kort stuk rechts boven de kloof wandelde tussen rotsen en het laatste gras want niet veel verder ging het dalletje over in een volledig met stenen gevulde couloir waar het inmiddels kleinere beekje nog steeds door stroomde. Deze couloir was langs de rechter kant gevuld met een lange puinhelling van losliggende stenen waar het pad nu zeer steil zigzaggend over naar omhoog klom en leek bovenaan uit te komen op een soort col waar het riviertje leek te ontspringen onder het puin. Ik wist echter dat dit geen col was maar dat achter deze couloir de Ibones de la Faixa lagen en dat het water van het beekje van deze meertjes afkomstig was.

Wanneer ik ongeveer midden in de couloir was kwamen er van boven twee vrouwen van middelbare leeftijd afgedaald. Het waren Fransen vermoedde ik omdat ze bonjour tegen me zeiden toen ze me passeerden. Toen ik bovenaan de couloir was omstreeks 15h00 zag ik inderdaad het meest zuidelijke van de drie Ibones de la Faixa (2520m) meertjes liggen. Het meertje was ondiep en lag in een ruige rotsomgeving ingebed. Vooraan lag een redelijk groot schiereiland. Achteraan rechts lag nog een groot dik sneeuwveld dat tot in het meer viel. Het pad liep net boven dit sneeuwveld verder en klom dan zigzaggend naar de relatief brede Collado de la Faixa (2664m), de bergpas op de grens met Frankrijk die aan de noordkant van Gran Facha ligt. Zowel de col als de top van Gran Facha kon ik van hieruit zien. Aan de overkant van de meertjes lag een andere diepe col, de Port d’Azun (2701m), met rechts ervan de Pico de Cambales (2968m). Ik liep nog even over het pad verder dat nu lichtjes stijgend over de puinhelling aan de zuidkant van het meertje verder liep in de richting van het sneeuwveld. Dan stopte ik, deed mijn rugzak af en dronk het allerlaatste water uit mijn waterzak op. Van hieruit zag ik nu dat het ene meertje net niet met het andere verbonden was. Verder merkte ik nog een kleine vlakke kampeerplek op aan de oever van het zuidelijke meertje net onder de Collado de la Faixa. Het derde meertje was niet te zien omdat dit links verscholen lag. Ik daalde vervolgens de tien meter naar het meertje verder af terwijl ik het colaflesje en mijn waterzak meenam. Beneden aan het meertje vulde ik mijn waterzak bij, maar deed hem niet helemaal vol. Daarna dronk ik met het colaflesje nog een goeie halve liter van het meerwater rechtstreeks op en klom dan terug naar mijn rugzak aan het bergpad. Daar installeerde ik mijn waterzak terug in mijn rugzak, bevestigde hem terug op mijn rug en liep weer verder over het pad. Zo passeerde ik net boven het sneeuwveld en begon dan geleidelijk aan de klim naar de col, die steiler werd en begon te zigzaggen eens de puinhelling verlaten werd. Over een kale grijze helling met veel kleine steentjes en wat schaars groeiend gras bereikte ik dan uiteindelijk al steil verder klimmend over het pad de Collado de la Faixa (2664m) terwijl ondertussen het derde meertje van de Ibones de la Faixa zich had laten zien.

Het was nu 15h30. Op de Collado de la Faixa of Col de la Fache stond weer een bord dat het Parc National des Pyrenées aankondigde want ik bevond me nu weer op de Frans-Spaanse grens. Ik rustte hier niet uit maar sloeg meteen rechts af op de beklimming van Gran Facha. Een twintigtal meter boven de col deed ik mijn rugzak af en plaatste hem ergens tussen de rotsen. Nu zag ik plots dat er een kleine groep Spanjaarden op de col uitrustte en me aankeek. Ik had hun niet gezien toen ik op de col aankwam, want zij zaten een beetje vertopt. Mijn wandelstokken liet ik dit keer ook achter. Het pad klom zeer steil zigzaggend verder en niet veel hoger kwamen drie Spanjaarden langzaam naar beneden. Gran Facha, of Grande Fache zoals de Fransen de berg noemen, is een veel beklommen berg, maar omdat het nu al redelijk laat was zal ik waarschijnlijk wel de enige op de berg zijn nu de laatste Spanjaarden bijna de col hadden bereikt. Het pad verdween al snel en over rotsen met af en toe heel wat losse stenen klom ik steil verder, proberende de onduidelijk geplaatste steenmannetjes te volgen. De route was helemaal niet duidelijk, maar ik klom net langs de westkant onder de bergkam verder. Af en toe klom ik één van de steile ondiepe couloirs in onder de redelijk steile kam om deze dan hoger terug uit te klimmen. Soms was ik de route kwijt en moest ik noodgedwongen terugkeren en een andere route zoeken. Af en toe liet ik enkele losse stenen naar beneden vallen waarbij er één zeer diep naar beneden tuimelde. Het was een lange, steile maar mooie klim.Uitzicht van op Gran Facha Na een hele tijd wanneer ik ongeveer een 300m boven de Col de la Fache was uitgeklommen kwam ik op de kam terecht. Deze stak ik over en liep dan enkele meters boven de steile Franse afgrond verder waar ik dan even verticaal over een twee meter een rots moest opklimmen om opnieuw aan de Spaanse kant van de kam uit te komen. Dit was de lastigste passage van de hele klim. Terug langs de Spaanse kant van de kam klom ik dicht onder de kam verder en bereikte zo heel snel een secundaire top. De echte iets hogere top van de Grande Fache ligt nog een dertig meter verder. Nu daalde ik even verder af van deze secundaire top naar een soort bres tussen de twee toppen in. Vervolgens daalde ik af in de steile couloir die vanaf de bres naar het zuidwesten afdaalt. Een vijf meter lager stond hier nog een steenmannetje aan de linker kant in de couloir. Bij dit steenmannetje ging ik de couloir opnieuw uit en klauterde zo langs de zuidzijde zeer steil over de rotsen tot op de top (3005m) waar ik stipt om 16h00 aankwam.

Op de top blies weer een noordenwind, maar het waaide minder hard dan deze voormiddag op de Picos del Infierno.Uitzicht van op Gran Facha Ik stond enkel in mijn groen trekkershemd op de top want mijn trui had ik in mijn rugzak gelaten. Eigenlijk was het daar iets te frisjes voor en daarom bleef ik niet lang op de top. Het uitzicht was uiteraard weer geweldig waarbij net dezelfde toppen te zien waren als op de Picos del Infierno. Het zicht op de Picos del Infierno (3082m) zelf was trouwens het mooiste, naast dat op de Pic du Midi d’Ossau (2884m), Balaïtous (3146m) en Vignemale (3298m). Langs de Franse kant zag ik diep beneden het Lac de la Fache (2420m) liggen waar ik nu wel van plan was om de komende nacht te gaan overnachten. Ik trok snel enkele foto’s en begon dan meteen aan de afdaling.Picos del Infierno Zo klom ik weer langs de zuidzijde van de top naar beneden, dan door de couloir opnieuw naar de secundaire top, waarna ik even lager weer het korte stukje langs de Franse kant van de kam nam om dan steil langs de Spaanse kant onder de kam verder af te dalen boven de steile afgrond over de vele stukken met losliggende stenen tot ik na een hele tijd weer bij mijn rugzak uitkwam iets boven de Col de la Fache. Ik nam mijn rugzak en wandelstokken op en daalde de laatste meters verder af naar de Col de la Fache (2664m) waar ik omstreeks 16h40 aankwam en dit keer niemand meer was. Vervolgens begon ik met de afdaling Frankrijk in. Het pad daalde zo rechtdoor en matig steil over de berghelling het dalletje in onder Grande Fache.Grande Fache Eerst liep het pad nog tussen een met wat gras begroeide rotsige helling, maar al gauw stootte ik op een rotsveld en was er geen sprake meer van een pad. Hier volgde ik de steenmannetjes verder over de rotsen. Rechts van me was nu een groot sneeuwveld zichtbaar geworden op de massa puin dat aan de voet van Grande Fache lag. Dit was een mooie sneeuwnis waar zich zelfs in het puin een kleine actieve morene op had oontwikkeld.

Hier schrok ik op een gegeven moment fel. Er weerklonk plots een hoog piepend geluid van achter een rots, slechts een tien meter van me vandaan. Dan zag ik dat een marmot vlak bij me op een rots stond terwijl hij me voor een kort ogenblik rechtop bang aanstaarde op zijn achterste pootjes voor slechts enkele seconden want daarna sprong hij weg en verstopte zich. Ik wandelde dus weer verder over de rotsblokken. De Pic Falisse (2765m), de oostelijke buur van Grande Fache kwam nu ook in zicht. Niet veel verder was ik het rotsveld over en verscheen het pad opnieuw. Zo daalde ik geleidelijk terug verder af tot niet veel later het Lac de la Fache (2420m) van achter de berghelling verscheen op een soort terras waarachter de diepe afgrond naar het Vallée du Marcadau ligt. Ginds aan het meertje leek er wel gemakkelijk een kampeerplek te zijn. Het pad liep niet naar het meertje, maar daalde verder af in een dalletje dat links van het terras verscheen. Wanneer ik ter hoogte van het terras was afgedaald waar het pad geleidelijk het dalletje inliep, verliet ik het pad en zocht zo tussen drooggevallen plasjes door het gras en de uitstekende rotsen mijn weg naar het meertje. Het meertje lag een kleine honderd meter van het pad vandaan. Aan de zuidwestkant van het meertje, dus in de richting van Grande Fache, lag een rotsveld waar aan de rand een kampeerplek was in aangebracht.Lac de la     Fache Ik zette mijn rugzak hier neer om zo dadelijk hier mijn tent op te stellen. Deze kampeerplek lag nog een twintig meter van de oever vandaan. Ik ging eerst de omgeving rond het meertje verkennen. Het was nu enkele minuten over vijf. Zo liep ik langs de zuidpunt van het Lac de la Fache naar een heuvel ten noordoosten van het meertje dat aan de rand lag van het terras. Onderweg moest ik opmerken dat het dicht bij de oever van het meertje krioelde van de kleine visjes. Ze vluchtten telkens de diepte in wanneer ze me zagen aankomen. Op de heuvel aangekomen had ik een mooi uitzicht over het Lac de la Fache (2420m) met de Col de la Fache (2664m) op de achtergrond en links ervan het grote piramidale gestalte van Grande Fache (3005m). Het beeld was te groot om op één foto te kunnen. Van op deze heuvel zag ik nu ook een groot deel van het Vallée du Marcadau diep beneden met onder meer de Refuge Wallon (1866m) in de verte aan de rand van het Pla de la Gole. En hoe kon het ook anders, in het oosten verhief de Vignemale (3298m) zich over de bergen van de grenskam.

Dan liep ik terug naar mijn rugzak en stelde mijn tent op. Wanneer deze klus klaar was besloot ik om me te gaan proberen te wassen in het meertje. Zo nam ik dus mijn wasgerief, kleedde me uit, maar hield mijn lange onderbroek nog aan en liep naar het kleine schiereilandje aan het water. Het was toch aangenaam warm in mijn bloot bovenlijf onder de brandende zon. Het was ook zo goed als windstil want de waterspiegel was bijna zo goed als één glad oppervlak. Dat ging ik nu wel even verstoren. De enkele visjes vluchtten allen de dieperik in toen ik dicht bij het water arriveerde. Dan ging ik langzaam het water in op mijn sleffers op een plek waar de bodem van het meertje niet steil afhelde naar een vlak stuk van zo’n halve meter diep. Het water was natuurlijk ijskoud. Toch ben ik dieper gegaan tot op het vlakke stuk zodat ik tot iets dieper dan mijn knieën in het water stond. Ik maakte het water wel wat troebel in mijn buurt doordat ik het dunne laagje slib op de bodem deed opwaaien. Vervolgens maakte ik mijn washandje nat, deed er wat zeep op en begon me snel te wassen en spoelde me daarna af. Het was ijskoud en overal verscheen er kippenvel op mijn lichaam, maar ik had me uiteindelijk toch fris gewassen. Behalve mijn haren, die durfde ik niet te wassen want met een koude kop kon ik alleen maar ziek worden. Toen dit klaar was snelde ik vlug uit het water, droogde me af en keerde dan terug naar mijn tent waar ik me opnieuw aankleedde.

Ondertussen raakte de zon net Grande Fache en de schaduw van de berg reikte al vlak tot bij mijn tent. Nog even en heel het meertje zal weer in een kille donkere schaduw terecht komen. Ik zette alles klaar om het avondeten klaar te maken en haalde dan nog even water uit het meertje. Vervolgens kroop ik al in mijn slaapzak wanneer het water opstond om te koken. Ondertussen was de schaduw van Grande Fache het meertje al aan het innemen en werd het snel fris.Lac de la     Fache Wanneer ik mijn eten en de eerste portie chocolademousse op had gegeten reikte het zonlicht enkel nog maar tot de toppen aan de overkant van de vallei en ook tot de Vignemale natuurlijk. Tenslotte ging ik nog even mijn kookpot afwassen in het meertje en mijn tanden poetsen. Wanneer ik dan in mijn slaapzak kroop en mijn tent dicht ritste was de Vignemale net als gisteren weer helemaal rood gekleurd. De halve maan was nu ook al rechts van de Vignemale verschenen. Het was nog maar tien voor acht en nog helemaal niet donker. Toch ging ik nu al slapen want morgen brak een dag aan waar ik een grote afstand zou moeten afleggen. Ik zal opnieuw Spanje intrekken, maar dit keer verder dan ik reeds geweest ben, om dan hopelijk weer een afgelegen bergmeertje te bereiken aan de zuidoostelijke hellingen van de Picos del Infierno. Ik viel niet meteen in slaap. Het was weer windstil zodat een verschrikkelijke stilte heerste. Vele mensen zullen zich een zulke stilte niet kunnen inbeelden. Zoiets kom je alleen nog maar hoog in de bergen tegen. Ik was minder moe dan gisteren avond en daarom viel ik pas na een goed half uurtje in slaap wanneer het nu wel net donker was geworden buiten.

About

U leest het reis- en fotografie weblog van Joery Truyen. Contacteer me via joerytruyen [at] hotmail.com

Flickr

Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 

Recent Comments

    Archives