Vrijdag 24 september : Ibon de los Arnales (2310m) - Ibones Altos del Brazato (2510m)

Afstand : 17,5km
Duur : 8h10

Klimmen : 2025m
Dalen : 1825m

Bergpassen : Collado del Brazato (2578m)
Bergtoppen : Garmo Negro (3051m), Pico de Bacias (2758m)

De vijfde stapdag zou vandaag aanbreken, de zwaarste dag van de gehele trektocht. De eerste dag waarop ook het ongelooflijk mooie en warme weer, waarvan ik deze trektocht reeds volop heb mogen genieten, zal onderbroken worden. Zoals gepland zal ik nu de Pico de Garmo Negro (3051m) gaan beklimmen voor de schitterende uitzichten van op deze top naar onder meer de Picos del Infierno. Vervolgens zal ik opnieuw afdalen naar het dorpje Baños de Panticosa (1650m). Een afdaling van wel 1400m! Vanuit het dorpje zal ik dan opnieuw aan een zenuwslopende klim beginnen, opnieuw de bergen in naar het grote stuwmeer Embalse del Brazato (2470m). Daar zal ik nog even verder klimmen naar de Ibones Altos del Brazato (2510m), een verzameling van drie hoog gelegen bergmeertjes, waar ik zal overnachten. Indien de omstandigheden het toelaten zal ik van daar uit nog even de naburige Pico de Bacias (2758m) beklimmen, een mooie uitzichtberg. Alles tezamen een dag met meer dan 2000m klimmen en bijna evenveel dalen! Die ochtend werd ik weer gewekt om zeven uur, maar ik bleef nog even liggen. Buiten waaide het behoorlijk hoorde ik. Af en toe wapperde het tentzijl wanneer een steviger briesje passeerde. Uiteindelijk stond ik op om 07h40. Toen ik de tent open ritste en naar buiten keek wist ik het al wel meteen. De lucht was gevuld met een dik dek van cirruswolken met daaronder enkele lenzen altocumulus die typisch over de bergen blijven stil hangen. Deze wolken zijn het gevolg van het toestromen van vochtigere lucht in hogere luchtlagen en zijn een voorbode voor slechter weer. Het was niet zo koud als op de voorbije ochtenden omdat de opgekomen wind een sterke afkoeling had belemmerd.

De vijfde stapdag zou vandaag aanbreken, de zwaarste dag van de gehele trektocht. De eerste dag waarop ook het ongelooflijk mooie en warme weer, waarvan ik deze trektocht reeds volop heb mogen genieten, zal onderbroken worden. Zoals gepland zal ik nu de Pico de Garmo Negro (3051m) gaan beklimmen voor de schitterende uitzichten van op deze top naar onder meer de Picos del Infierno. Vervolgens zal ik opnieuw afdalen naar het dorpje Baños de Panticosa (1650m). Een afdaling van wel 1400m! Vanuit het dorpje zal ik dan opnieuw aan een zenuwslopende klim beginnen, opnieuw de bergen in naar het grote stuwmeer Embalse del Brazato (2470m). Daar zal ik nog even verder klimmen naar de Ibones Altos del Brazato (2510m), een verzameling van drie hoog gelegen bergmeertjes, waar ik zal overnachten. Indien de omstandigheden het toelaten zal ik van daar uit nog even de naburige Pico de Bacias (2758m) beklimmen, een mooie uitzichtberg. Alles tezamen een dag met meer dan 2000m klimmen en bijna evenveel dalen! Die ochtend werd ik weer gewekt om zeven uur, maar ik bleef nog even liggen. Buiten waaide het behoorlijk hoorde ik. Af en toe wapperde het tentzijl wanneer een steviger briesje passeerde. Uiteindelijk stond ik op om 07h40. Toen ik de tent open ritste en naar buiten keek wist ik het al wel meteen. De lucht was gevuld met een dik dek van cirruswolken met daaronder enkele lenzen altocumulus die typisch over de bergen blijven stil hangen. Deze wolken zijn het gevolg van het toestromen van vochtigere lucht in hogere luchtlagen en zijn een voorbode voor slechter weer. Het was niet zo koud als op de voorbije ochtenden omdat de opgekomen wind een sterke afkoeling had belemmerd.Snel begon ik aan mijn dagelijkse ochtendwasje aan het meer, at de rest van mijn cruesli-ontbijt op, brak de tent af en maakte dan mijn rugzak vertrekklaar.

Zo vertrok ik omstreeks negen uur met trui en jas aan op pad. Handschoenen en muts bleven deze keer in mijn rugzak. Ik nam dezelfde route terug langs waar ik het Ibon de los Arnales gisteren bereikt had. Behalve na het langwerpige lager gelegen meertje gepasseerd te zijn nam ik nu een wat lager gelegen route over de grashelling zodat ik onder het rotsveld door passeerde en zo opnieuw het pad bereikte dat ik gisteren verlaten had. Terug op het pad begon het klimmen opnieuw, nu op weg naar de top van de Garmo Negro. Ondertussen was ik weer getuige geworden van het kabaal beneden uit het dorpje dat zelfs opnieuw tot hierboven te horen was. Het weer was terug beter geworden. De altocumulusvelden waren opgelost en de zon scheen nu flauwtjes doorheen het cirrusdek. Erg vond ik dit zeker niet, want mijn nek was ondertussen reeds zo fel verbrand van de felle zon van de voorbije dagen, dat het nu net deugd deed dat ze eens minder fel scheen. De wind was hier nu ook vrijwel gaan liggen. Niet veel hoger, net voorbij de plek waar ik het pad gisteren verlaten had maakte het pad een flauwe bocht naar links, om dan beneden aan een komdal uit te komen. Hier was het dat ik gisteren de enkele paarden gezien had. Nu waren ze er niet meer. Ondertussen was het pad onduidelijk geworden en wat later bleek dat ik het verloren had. De kegelvormige Pico de Garmo Negro (3051m) was nu weer in zicht gekomen en torende trots voor me uit. Ook de top van de Pico de Arnales (3046m), welke links van Garmo Negro ligt, verscheen hier even. Het komdal werd achteraan afgesloten door een enkele tientallen meters hoge rotswand. Om Garmo Negro te beklimmen zou ik hier op moeten kunnen geraken. Op één plek was er gelukkig een couloir in aanwezig en het was overduidelijk dat het pad dat dus naar de Cuello de Pondiellos klimt door deze couloir moest lopen. Zo klom ik dus in een wilde weg verder de helling op die het komdal aan de noordelijke zijde begrenst, over steeds rotsiger wordend terrein in de richting van de couloir.

Wanneer ik reeds een eind de puinwaaier was opgeklommen aan de voet van de couloir, merkte ik hier en daar terug enkele steenmannetjes op. Ik zat dus weer opnieuw op de route, maar van een pad was hier helemaal geen sprake meer. Onderaan de rotswand lagen overal rotsblokken en hier aan het uiteinde van de couloir was dat logischerwijze niet anders. Langzaam klom ik de couloir in over de rotsblokken en al snel werden mijn wandelstokken meer een last. Enkele keren moest er heus geklommen worden op handen en voeten om op de volgende rotsblok te geraken. Zo klauterde ik verder de steile couloir in. Hogerop waren niet meer zo’n grote rotsblokken aanwezig zodat het klimmen opnieuw iets vriendelijker werd. Ondertussen was het tijd geworden om mijn jas uit te trekken want ik was beginnen zweten door het geklauter in de couloir. Even dus een korte rustpauze ingelast waarbij ik mijn jas in mijn rugzak stopte. Na ongeveer een vijftigtal meter gewonnen te hebben door de couloir werden de wanden plots minder steil en zo kwam ik op een plek terecht waarop ik de couloir, over een toch nog steeds erg steile grashelling langs de linker kant, kon uitklimmen. Steenmannen waren niet meer te vinden in de couloir, maar volgens mijn intuïtie moest ik hier nu best omhoog. Zo klom ik de couloir uit, vervolgde nog even de grashelling naar hogerop en kwam zo op een uitgestrekte egale helling uit onderaan de grote kegel van Garmo Negro, die rechts van me lag. Links werd de helling onderbroken door een diepe afgrond, welke uiteraard niets anders is dan de rotswand die het komdal begrenst waar ik nu uitgeklommen was via de couloir. De minder fraaie Pico de Arnalas lag nu vlak voor me. Toch werd de omgeving hier niet terug minder ruig. De helling bestond in hoofdzaak uit dor gras met verspreid grote rotsblokken en plekken van vaste rots. Hogerop, vlak onder de steile wanden van Garmo Negro, ging de helling over in een heuse bruine puinhelling. Een wilde desolate omgeving was het, net een soort maanlandschap, niet aantrekkelijk. Om nu bij de Cuello de Pondiellos te geraken zou ik van op de uitgestrekte helling verder naar het noorden moeten klimmen want de col ligt ten noordoosten van Garmo Negro. Toch schonk ik geen aandacht meer aan deze route, want ik wou Garmo Negro beklimmen en deze beklimming voert niet over de Cuello de Pondiellos, maar juist verder naar het zuidwesten schuin omhoog over de helling naar een nis die ligt ingebed tussen Garmo Negro en Pico de Arnalas. Deze route is niet aangegeven op de kaart en steenmannen vond ik niet meer zodat ik zelf mijn weg verder zocht tussen de rotsblokken door in de richting van de nis tussen de twee bergen in, die nog een heel eind klimmen hiervandaan lag.

Niet veel verder werd ik opgeschrikt door de eerste gems, of beter gezegd, werden we beiden opgeschrikt. Ze haastte zich snel naar boven om zich te verstoppen achter de eerste de beste hoop rotsblokken. En zo ging het wel een tijdje verder. Om de paar minuten merkte ik wel hier en daar een wegvluchtende gems op. Er zaten er hier wellicht verspreid een hele hoop, maar ik kreeg er toch niet zo veel te zien. Ik had het gevoel dat ik van alle kanten door hen beloerd werd van achter de rotsblokken. Na ongeveer halfweg te zijn op de helling was het gedaan met het gras en betrad ik geleidelijk de puinhelling. Hier stootte ik weer op een pad dat al zigzaggend over de puinhelling omhoog loopt naar de nis. Gemzen kwam ik nu niet meer tegen. Het pad klom geleidelijk steiler en steiler en werd steeds lastiger omdat de puinhelling hogerop meer en meer een losliggende hoop gruis werd. Onderaan de nis aangekomen moest ik nog een twintigtal meter zeer steil klimmen om in de nis aan te komen. Het pad was hier nu onduidelijk geworden en dus verkoos ik om rechts over vaste rots omhoog te klimmen in de plaats van over het losse gruis, waar ik al klimmende toch geen meter in vooruit zou geraken. Deze korte passage was misschien de moeilijkste van de gehele beklimming. Ondertussen reikte het zicht naar het oosten zelfs tot de Ordesa en Cirque de Gavarnie.

Zo kwam ik beneden in de met dikke rotsblokken gevulde nis aan op een hoogte van bijna 2900m. Het was hier een nog woestere omgeving met langs alle kanten fel bruine puinhellingen die tot in de nis vielen. De vlakke top van Pico d’Algas (3022m) sluit de nis in het westen. Tussen deze top en Garmo Negro ligt nog een hoog gelegen col, die van hieruit net niet te zien was. Om Garmo Negro te beklimmen kon ik nu kiezen om ofwel door de nis verder te steken tot op deze col om dan van op deze col de beklimmen verder te zetten over de zuidwestelijke schouder van Garmo Negro, ofwel om rechtstreeks de nis uit te klimmen om zo over de puinhelling op de zuidflank van de berg een weg te zoeken naar de top. Ik nam mijn rugzak af en liet hem achter in de nis om dan te kiezen voor de tweede route die naar mijn mening korter was. Zo betrad ik de puinhelling die al gauw zeer steil werd. Er waren vage sporen die steil kronkelend naar omhoog liepen. Niet veel hogerop had ik nu snel een uitzicht op heel de nis en zo zag ik dat er nog redelijk wat sneeuwvelden in de nis lagen met zelfs middenin de nis een groot sneeuwveld dat leek te drijven op een diepe plas water. De sneeuw stak fel af tegen de fel bruin gekleurde omgeving. Ik begon al snel te twijfelen of mijn keuze voor de rechtstreekse route naar de top wel een goed idee was want al gauw werd de klim over het steile gruis een glijdende bedoening. Ik steunde zo fel mogelijk op mijn stokken om niet te gaan glijden. Zonder wandelstokken was het onmogelijk om hier nog verder omhoog te geraken. Toch viel het al bij al nog mee en geraakte ik zonder echte moeilijkheden hogerop. Eerst verkoos ik om schuin naar de schouder te klimmen tussen de top en de eerder vermelde col om zo sneller van het gruis verlost te zijn, maar wanneer ik dicht bij de schouder genaderd was werd ik gedwongen om toch verder over het gruis naar de top te klimmen want de schouder was helemaal niet te bereiken door het diepere en nog steilere gruis dichter bij de schouder. Reeds dicht bij de top verdween het gruis en klom ik soms op handen en voeten de laatste meters verder tot ik op de 3051m hoge top aankwam omstreeks 11h00.

Hier werd ik verrast door een koude felle noordenwind. De beklimming was aangenaam geweest Uitzicht van op Garmo Negrozonder enige opmerkelijke wind want op de zuidflank van de berg was ik dan ook heel de tijd beschut geweest voor de wind. Het waaide erg hard op de top en ik had het meteen koud want ik had enkel mijn trui aan. Lang ben ik dus niet op de top gebleven en dat was de beste keuze ook want vanuit het noordwesten zag ik een storm naderen. Een dik stratocumulusdek bedekte de bergen in het westen en de Pic du Midi d’Ossau (2884m) stak nog net met zijn top door dit wolkendek door. Je kon de wolken zich zo met een snelle vaart rond zijn top zien scheren.Uitzicht van op Garmo Negro Verder weg naar het noordwesten over Frankrijk was het wolkendek duidelijk dikker en vermits alles mijn richting kwam uitgedreven was het duidelijk dat de bergtoppen binnen enkele uren allemaal in de wolken gingen verdwijnen met de nodige regen erbovenop. In het noorden was de dichterbij gelegen Balaïtous (3144m) nog wel mooi te zien maar het wolkendek was van achter deze berg zijn top reeds bijna genaderd. Het was uiteraard de Picos del Infierno (3082m) die de meeste aandacht opeiste, de berg met zijn marmeren middenstuk die ik eergisteren reeds beklommen had. Tussen de Picos del Infierno en de top waarop ik me bevond gaapte de diepte met daarin de felblauwe Ibones de Pondiellos meertjes.

Blijkbaar hadden enkele wolkenvelden de Cirque de Gavarnie ook al gevonden. Beneden in het dal was verassend Baños de Panticosa te zien, het bergdorpje dat van hieruit een slordige 1400m lager ligt. Maar het verontrustende was dat ik zelfs zo veel hoger op de top hier het kabaal van de werken in het dorpje nog duidelijk kon horen. In het zuiden was de Sierra de Tendeñera weer te zien en de Sierra de la Partacua. Dichterbij lagen de toppen van de Pico de Arnalas (3046m) en Pico d’Algas (3022m) die samen met Garmo Negro de nis, waar beneden mijn rugzak stond, ontsluiten. Wanneer ik de nodige foto’s genomen had en alles goed had geobserveerd vertrok ik snel terug naar beneden.

Opnieuw nam ik dezelfde route langs waar ik de berg beklommen had. Zo ging ik eerst voorzichtig, soms met mijn handen te gebruiken over de rotsen omlaag tot ik weer op de gruishelling terecht kwam. Vervolgens was het een gemakkelijke klus om me al skiënde over het gruis naar beneden te laten glijden. Dat ging zeer snel maar is niet zo goed voor de zolen van mijn bottines. Na slechts een vijf minuten van op de top was ik al terug bij mijn rugzak. Daar vertrok ik dan meteen verder voor de lange afdaling naar Baños de Panticosa. Zo daalde ik de nis voorzichtig terug uit over de steile rotspassage aan de voet ervan en vervolgde dan het pad weer naar beneden over de puinhelling. Het was toch nog frisjes, maar ik besloot om mijn jas niet bij aan te trekken want anders zou ik beginnen zweten en omdat ik afdaalde zou het toch weer terug geleidelijk warmer gaan worden. Na een tijdje werd het pad opnieuw onduidelijk wanneer ik op een rotsblokkenveld terecht kwam beneden op de puinhelling. Tijdens de klim had ik dit rotsveld langs boven gepasseerd maar nu bevond ik me reeds lager. Wanneer ik het overgestoken had kwam ik tot mijn verbazing rechtstreeks terug op het pad uit. Maar al gauw hield het pad weer op wanneer ik onderaan de puinhelling gekomen was.

Nu kwam ik weer in de gemzenzone terecht tussen de rotsblokken en het schaars groeiende gras. Deze keer kreeg ik geen enkele gems meer te zien, precies of ze hadden me al lang zien aankomen van ginder boven. Opnieuw zocht ik mijn weg hier verder schuin naar beneden in de richting van de couloir. Daar aangekomen daalde ik weer af over de steile grashelling en klauterde vervolgens in de couloir voorzichtig van de ene rotsblok naar de anderen naar beneden. Hogerop in de rotswand nestelden alpenkauwen zag ik nu.

Weer uit de couloir kwam ik opnieuw hoog in het komdal uit en kon ik mijn weg verder zetten door de steenmannetjes hier te volgen. Wat verder beneden verscheen terug een pad en wanneer ik niet veel later beneden in het komdal was aangekomen zat ik midden in de kudde paarden. Het was nu al twaalf uur gepasseerd en ik besloot dus om hier bij de paarden te lunchen. Het waren dezelfde paarden die ik hier gisteren reeds gezien had, allemaal merries met hun eigen veulentje. Ik ging in het gras zitten en begon te eten wanneer de zon plots snel achter aanrazende wolken werd verscholen. Nog geen paar minuten later stak een fris briesje op en begon het al licht te regenen waarop ik besloot om mijn trui uit te trekken en in de plaats daarvan mijn jas over mijn hemd aan te doen. Zo stopte ik mijn trui weg in mijn rugzak en bevestigde dan snel de regenhoes er rond. Ondanks het slechtere weer bleven de bergtoppen nog net zichtbaar onder het wolkendek. De paarden trokken zich blijkbaar niet veel aan van de plots opkomende miezerige regen. Een tiental merries stonden verspreid te grazen met hun eigen veulentje steeds in de buurt. Een twintig meter voor me stonden drie merries rechtstaand te soezen met drie veulentjes die al liggend half lagen te slapen.

Wanneer mijn pakje hardkeks op was ging ik eens even naar deze paarden toe. De ene merrie liep van me weg, de andere dikke liet me haar wel strelen. De veulentjes waren duidelijk niet gerust en waren precies klaar om op elk moment recht te springen als ik te dicht zou komen. Ik heb ze dan ook maar met gerust gelaten. Dan ging ik opnieuw nog even zitten uitblazen naast mijn rugzak, terwijl niet veel later een volledig zwarte merrie op de helling hogerop begon te hinniken. Plots kwam een veulentje aangedraafd. Ze had dus haar veulentje geroepen. Raar genoeg was het veulentje wit met bruine vlekken. Dan kwam de merrie plots van boven op de helling afgedaald naar me toe met haar veulentje volgend in haar zog. Zo stopte ze een vijftal meter voor me aan het beekje, keek me eens aan en begon dan met haar mond de rug van haar veulentje te verzorgen. Wanneer dat klaar was begon ze ongestoord weer te grazen. Het veulentje was echter alleen maar nieuwsgierig geworden in mij en bleef me lang bang aankijken om dan af en toe eens een stapje dichter te komen. Het was een jong hengstje. Lang duurde dit niet want al snel liep hij terug naar zijn moeder en begon dan met de stenen te spelen in het beekje. Ik was blijkbaar toch niet interessant genoeg.

Links van me wat verderop op het pad stonden nu ondertussen drie veulens met elkaar te spelen. Ik stond nu recht, nam mijn rugzak en vertrok weer verder naar beneden op het pad. Zo kwam ik bij deze drie veulentjes uit. Raar genoeg liepen ze niet van me weg. Voorzichtig probeerde ik de grootste van de drie te strelen, ook een jong hengstje. Hij liet het toe maar was wel duidelijk bang want hij begon door zijn neusgaten te blazen wanneer ik zijn hals streelde. Dan voorzichtig terug achteruit gegaan en mijn weg verder gezet op het pad. Nog steeds viel er een miezerige regen naar beneden. Het was nu niet zo ver meer afdalen tot in Baños de Panticosa. Ik daalde met grote passen snel af over het pad tussen de eerste mininaaldboompjes. Overal lag er hier nu verspreid paardendrol. Blijkbaar wilde ik toch iets te snel naar beneden gaan want plots op een gegeven moment viel ik over een steen en kwam zo met mijn linkerschouder net op een uitgedroogde paardendrol terecht en schoof ik met mijn zware rugzak nog wat verder over het gras. Ongemakkelijk stond ik met al het gewicht op mijn rug terug recht. Mijn schouder hing nu vol met het spul. Gelukkig kon ik het gemakkelijk van mijn jas afkloppen zonder vuil te blijven want het was van die oude uitgedroogde stront.

Ik vervolgde mijn weg verder tussen de steeds dichter groeiende naaldboompjes, kwam dan weer langs de open grasplek uit om dan over het pad weer in het dichte naald- en berkenbos vlak boven Baños de Panticosa te lopen. Zo kwam ik weer beneden bij het kappelletje uit. Gisteren had ik gezien dat er een vuilbak stond en dus nam ik nu de tijd om mijn afval erin te gooien. Uiteindelijk kwam ik omstreeks 14h00 weer beneden aan in het dorpje, weeral in het helse lawaai van de werken. Het was ondertussen langzaam opgehouden met regenen, maar nog steeds dreven donkere wolken vanuit Frankrijk weliswaar hoog over het dal.

Nu moest ik zoeken naar het pad aan de andere kant van het dorpje dat terug de bergen in stijgt op weg naar het Embalse de Brazato (2470m). Zo liep ik over de asfaltweg langs de vijver naar de herberg van het dorp. Er was niemand te zien buiten in het dorpje, behalve twee toeristen. Achter de herberg bevinden zich de oude badhuizen en daar tussenin begon het pad, bewegwijzerd met de rood witte verfstrepen van het GR11, dat ik nu moest nemen. Zo steeg ik geleidelijk het loofbos in. Ondertussen was het stil geworden, want de arbeiders hielden een middagpauze. Het was een breed geplaveid pad dat langzaam tussen de bomen zigzaggend naar boven steeg met om de vijftig meter naast het pad wel een bankje om uit te rusten en dat allemaal om de toeristen hier wat te verwennen.

Op zo een bankje hield ik even halt en haalde vervolgens mijn pakje powergel uit één van de zijzakken aan mijn rugzak waarna ik rustig de inhoud naar binnen speelde en daarna nog eens goed dronk. Mijn water was weer bijna op voelde ik. Mijn jas deed ik terwijl ook uit want het regende toch niet meer en beneden in het dal was het toch weer behoorlijk warm. De regenhoes hield ik rond mijn rugzak, ondanks dat het was opgehouden met regenen. Maar ik wist dat ik waarschijnlijk straks hoger in de bergen toch terug regen zou gaan tegenkomen. Tenslotte stuurde ik nog een berichtje naar huis met mijn gsm. Ik wist dat dit de laatste keer ging zijn dat mijn gsm nog ontvangst ging hebben want in de nog resterende vijf dagen tot het einde van de trektocht zal ik geen dorpje meer gaan tegenkomen.

Na deze rustpauze liep ik weer verder en steeg zo geleidelijk verder boven het dorpje uit. Wanneer ik dan uiteindelijk zo’n honderd meter boven het dorpje uitgestegen was kwam er een einde aan het geplaveide pad. Hier stond nu het laatste bankje. Via een haarspeldbocht naar rechts liep nu een echt bergpad verder geleidelijk naar omhoog, nog steeds gemarkeerd met de rood witte verfstrepen van het groot routepad. Een ander smal bergpad liep langs de berghelling verder rechtdoor in het verlengde van het breed geplaveide pad. Dit laatste pad loopt eveneens hoog de bergen in naar de verborgen en hoog gelegen Ibones del Lavazo, maar daar moest ik nu niet naartoe. Dus sloeg ik rechtsaf, het GR11 verder volgend.

Dit pad steeg nu zeer regelmatig en helemaal niet steil de bergen verder in via lange rechte kronkels. Slechts één haarspeldbocht verder hield ik weer halt. Ik zweette nogal door de warmte en de zon scheen ondertussen soms flauw door de wolken heen. Daarom ristte ik de pijpen van mijn broek om zo in een korte broek en hemd verder te lopen. Nog geen paar minuten later begon het weer lichtjes te regenen. Toch bleef ik in hemd verder lopen want het regende zelfs zo lichtjes dat ik helemaal niet nat werd. Als ik verder door het dal naar het zuiden keek zag ik zelfs de bergen aldaar volop in de zon liggen. Want inderdaad, vanuit het noorden trok de vochtige lucht vanuit Frankrijk over de grenskam zodat daar uit de wolken wat regen viel. Echter naarmate de wolken verder zuidwaarts dreven over de bergen losten ze geleidelijk weer op zodat verder Spanje in de zon nog volop kon blijven schijnen zonder enige wolken. Zo’n situatie had ik al eerder meegemaakt in de Pyreneeën, jaren terug tijdens de vakantie in het Vall d’Aran. Ik bevond me nu net op de plek waar het nog net af en toe regende en zo nu en dan de zon eens verscheen tussen de wolken door. In het westen, aan de overkant van het dal, waren nu de toppen van de Pico de Arnalas (3046m), Garmo Negro (3051m) en Picos del Infierno (3082m) net in de wolken gehuld. Slechts een vier uur terug stond ik ginds nog op de top van Garmo Negro. Nu was ik niet veel later al weer aan de overkant van het dal aan het klimmen. Ik besefte dat ik vandaag een halve krachttoer was aan het uithalen.

Ik was nu reeds bijna boven de boomgrens uitgestegen en wandelde nu verrassend doorheen een prachtig kleurentafereel. Verspreid groeiden hier donker groene struiken vol met rode bessen, terwijl de enkele berkenboompjes die hier nog groeiden reeds vele geel gekleurde bladeren droegen. Het gras was hier al voorzichtig beginnen te verdorren en daarnaast vervolledigden de oranje tot rood gekleurde bladeren van een voor mij onbekend miniboompje de herfstkleuren. De zomer was hoger in de bergen reeds duidelijk op zijn einde aan het lopen ondanks het nog redelijk warme weer. Nog enkele weken en dan zou de herfst zich hier van zijn mooiste kant moeten laten zien met waarschijnlijk al het eerste dunne laagje sneeuw op de bergtoppen. Nu bevond zich alles nog in een beginfase. Ik hoopte op nog meer van zulke taferelen de volgende dagen want de voorbije dagen was er nog niet veel te zien geweest dat me kon vertellen dat de herfst toch wel vlak voor de deur stond, op uitzondering van de koude nachten en hier en daar een enkel plantje dat het zomergroen dan toch al beu was. Graag had ik een foto genomen van deze kleurenpracht, maar ik kwam nooit een plek tegen die me hiervoor echt geschikt leek, dus bleef mijn fototoestel in mijn broekzak zitten.

Niet veel later kwam ik op een grashelling terecht en verdwenen de herfstkleuren. Hier nam het pad nu een bocht naar links en steeg vervolgens steiler recht de helling op. Hier kwam nu een koppel naar beneden gewandeld die me begroetten met een bonjour toen ze me kruisten. Het waren dus Fransen. Ondertussen kon ik nu regelmatig een vreemd geluid horen aan de voet van de bergflank hogerop. Niet veel later kon ik zien dat het een waterlek was in de buis die hier is aangelegd om het water van het Embalse de Brazato te vervoeren naar het dal om daar elektriciteit op te wekken. Ondertussen zoog ik weer het laatste water uit mijn drinkzak en zat ik dus weer zonder water net als gisteren. Gelukkig zat ik toch al net over de helft van de beklimming. Niet veel hoger kwam ik tussen de naaldboompjes terecht en begon het pad weer even kronkelend naar boven te lopen. Daarna werd de klim weer minder steil wanneer het uiteindelijk het aantrekkelijk zijdalletje inliep waarin de Brazato meren zich bevinden. Het dalletje had een typisch Pyrenees uitzicht door de granieten rotsen en de kleine naaldboompjes die tot hoog op de bergflanken groeien.

Al gauw kwam ik hier de pijpleiding tegen die hier gewoon boven de grond over het bergpad ligt. Rechts, een eindje van het pad vandaan, staat hier een klein hutje. Het pad liep verder het dal in, nog nauwelijks stijgend en dat begon op mijn zenuwen te werken. Een eindje verder lag dan toch weer een haarspeldbocht naar links en klom het pad nu tussen rotsblokken toch weer iets meer gestaag bergop. Ik begon moe te worden en dorst te krijgen en het frustrerende was dat ik besefte dat de klim waarschijnlijk langer ging duren dan verwacht doordat het pad nooit erg steeg. Maar dat beterde geleidelijk want niet veel verder klom het pad dan toch al zigzaggend steiler omhoog het komdalletje in waarin hogerop de Ibones del Brazato meertjes verborgen liggen. Aan één van die meertjes was ik van plan om de komende nacht te gaan overnachten.

Het pad liep al snel dit komdalletje weer uit en steeg zo weer geleidelijk langs de berghelling van het dalletje verder zodat ik even rechts beneden een deel van het laagst gelegen meertje van het dal, het Ibon Inferior del Brazato, kon zien liggen tussen de naaldboompjes waar ik ondertussen bovenuit gestegen was. Maar even was een deel van het meertje in zicht.

Slechts een paar honderd meter verder kwam ik dan eindelijk bij een stuwdam uit omstreeks 16h30. Dit was de stuwdam van het redelijk grote Embalse del Brazato waarvan het water via de pijpleiding naar het dal wordt gevoerd. Het pad klom de stuwdam op en wanneer ik het banaanvormige meer dan uiteindelijk van op de stuw zag schrok ik enorm. Er stond bijna geen water meer in het meer! Het normale waterpeil kon je zo aflezen aan de kleur van de rotsen. Nu lag het waterpeil een goeie dertig meter lager. Achteraan in het meer stond geen water meer en lag de bodem vol met slib open en bloot. Je kon daar gewoon over de bodem van het meer wandelen als je dat wou. Het was een lelijk zicht, een groot stuwmeer hoog in de bergen dat nu zo goed als leeggelopen is en vuil gekleurde rotsen bloot heeft gelegd. Misschien was die lek in de pijpleiding de oorzaak van het lege stuwmeer? Onbegrijpelijk dat de Spanjaarden het er zo laten bijliggen.

De omgeving rondom het stuwmeer was ook niet bepaald erg fraai. De bergen, zoals onder meer Pico de Bacias, zijn ook niet zo hoog en toornen dus niet hoog boven het meer uit. Aan de overkant van de dam stond een werkhut, maar ik stak de dam niet over want dat was voor morgen. Het pad sloeg nu links af en steeg dan langs de noordelijke oever, of wat de oever van het stuwmeer had moeten zijn, verder omhoog. Zo kwam ik na dit steilere stuk en een zeer steile passage op het einde op een plateautje uit waarop ik een weidse terugblik had over het Embalse del Brazato.

De bewolking was al een tijdje dikker geworden en wist zich verder te kunnen uitbreiden zuidelijker over het dal en de bergen. Toch was het nog droog gebleven het laatste half uur, maar nu op het plateautje aangekomen begon het toch weer licht te regenen en erg te waaien. Hier kwam ik de laatste dagjesmensen tegen voor vandaag, van de weinigen die ik vandaag had gezien. Het was een Spaans koppel dat net hun regenkledij, handschoenen en muts had aangetrokken en klaar was om opnieuw naar het dal af te dalen. Ik liep nog steeds in mijn korte broek en hemd rond en kreeg het nu ook plots koud door de wind maar wachtte nog even om mijn jas bij aan te trekken. Wanneer ik dan het plateautje zo goed als doorkruist had, had ik geen keuze meer. Plots werd ik overvallen door een stormwind waarin het oppassen was om niet omver geblazen te worden. Daarnaast werd ik nu snel nat door de wind en omdat het ook steeds harder begon te regenen. Ik zag nu het vrij ruige komdalletje voor me liggen met daarin twee van de drie Ibones del Brazato meertjes. Het laatste meertje achteraan in het komdalletje was bijna niet meer zichtbaar door een gordijn van regen dat ik zag komen aanrazen. De bergtoppen achteraan in het komdalletje waren verdwenen in het donkergrijze wolkendek. De bergen aan de overkant van het dal, met onder meer Garmo Negro, verdwenen eveneens achter een grijs gordijn. Vlug trok ik nu mijn jas aan en zette mijn kap op om dan gewoon zo verder te wandelen want ik achtte het zinloos om mijn regenbroek ook nog bij aan te trekken. Mijn benen waren toch al nat ondertussen en mijn korte broek zo dadelijk ook.

Het pad liep nu dood op een lange puinhelling van wild opeengestapelde rotsblokken op de noordwestelijke flank van Pico de Bacias. Deze puinhelling moest nu overgestoken worden naar de vrij brede Collado del Brazato (2578m), de col achteraan in het komdalletje die een toegangspoort vormt naar het Vall del Ara. Op regelmatige afstand zag ik nog roodwitte verfstrepen geschilderd op de rotsblokken om de route aan te geven. Toch zocht ik mijn eigen weg over de rotsblokken zonder me veel van de verfstrepen aan te trekken. De wind blies hier langs de bergflank gelukkig niet meer fel en de regen werd niet meer intenser.

Ik realiseerde me nu dat ik voor de allereerste keer mijn tent moest gaan opzetten in de regen. Af en toe loerde ik eens naar links beneden het komdalletje in om te kijken of ik al geen geschikte plek zag om mijn tent te gaan opstellen. Veel keuze bleek er op het eerste zicht niet te gaan zijn want de oevers van de meertjes waren overal vrij steil en vrij dicht bezaaid met rotsen. Tussen de twee meertjes in ligt een heuvel met op de rug ervan een plek die toch redelijk vlak was. Het zag ernaar uit dat deze heuvelrug de enige plek was in het aanbod aan bivakkeerplekken in het komdalletje. Dat zag er alvast niet plezant uit want op de heuvelrug zou ik niet beschut zijn voor de wind. En hard waaien deed het er zeker want ik kon de rukwinden zich zo over het wateroppervlak van de meertjes zien voortrazen aan de golfjes op het water.

Na een lang stuk te zijn overgestoken over de rotsblokken bevond ik me reeds achteraan in het komdalletje en was ik dus al dicht bij de Collado del Brazato genaderd. Daarom kreeg ik ook terug opnieuw een strakke wind in mijn gezicht. De regen was geleidelijk minder fel geworden maar het bleef nog wel matig door regenen. Na altijd op dezelfde hoogte te zijn gebleven op de puinhelling begon de route nu schuin te stijgen over de rotsblokken naar de col toe. Maar ik volgde nu niet meer. In de plaats van naar de col te gaan daalde in nu schuin over de rotsblokken naar beneden zodat ik beneden aan de onderkant van de puinhelling aankwam, een zeventig meter vlak onder de col en dicht bij de oostpunt van het laatste meer in het komdalletje. Daar keerde ik mijn rug toe naar de col en daalde zo verder door het gras af naar het meertje.

Het was nu ongeveer vijf uur en het enige wat me nu bezighield was zo snel mogelijk een bivakplaats zoeken en zo snel mogelijk mijn tent opstellen om droog te kunnen zitten. Zoals verwacht was er geen geschikte plaats vlakbij de oever van het meer, dus ging ik de heuvelrug op naar de plek die ik zonet al in het vizier had van op de puinhelling. Daar vond ik inderdaad een geschikte plek, slechts een veertig meter van de meeroever vandaan, maar wel open en bloot in de wind. Er was ooit al overnacht geweest want er was een ring van stenen aangebracht die de vroegere bivakplek diende te markeren.

Hier zette ik mijn rugzak en wandelstokken neer, haalde dan de buitentent van onder de regenhoes uit mijn rugzak alsook de piketten en de tentstok. Dan was het even nadenken hoe ik mijn tent best kon plaatsen ten opzichte van de wind zodat het zo weinig mogelijk kon binnen regenen door de tentdeur als deze open staat. Daar kwam ik niet uit want de wind draaide hier beneden naar alle kanten. Dan maar gekozen wat me zo het beste leek. Vervolgens stelde ik mijn buitentent op, wat niet van een leien dakje verliep door de wind. De bodem was ook hard en zat vol met steentjes zodat ik mijn piketten er niet diep in kreeg geklopt. Daarom diende ik alles met stenen te verstevigen om de lijnen toch strak te kunnen spannen.

Wanneer dat na een tiental minuten klaar was begon een veel vervelendere klus. Ik kon mijn rugzak niet buiten uitladen want dan werd alles nat. Toch kon ik niets anders doen dan even de regenhoes naar beneden trekken en het grondzeil uit het ondervak van mijn rugzak halen. Vervolgens moest ik zo snel mogelijk het grondzeil uitspreiden in de tent en dan het buitenzeil terug dichtritsen zodat het grondzeil droog zou blijven, dan het zakje van de regenhoes uit mijn rugzak nemen en in een broekzak steken, vervolgens de regenhoes van mijn rugzak afhalen, deze onder een steen leggen zodat het niet kon wegwaaien, dan mijn tent terug openritsen, mijn rugzak erin gooien zodat hij niet meer nat kon worden, dan de tentdeur terug dichtritsen, de regenhoes van onder de steen nemen, de druppeltjes eraf schudden, de regenhoes in het hoesje proppen en in de tent leggen, vervolgens schoenen losknopen, mijn jas afschudden, om dan snel mijn schoenen uit te doen, de tentdeur terug open te ritsen en zelf bij mijn rugzak in de tent gaan zitten, mijn schoenen ook mee binnen nemen en dan tenslotte de tent terug dicht ritsen.

En daar zat ik dan in die nauwe ruimte. Veel plaats is er binnen niet en ik kon door de regen niks buiten leggen. Snel heb ik dan mijn trui aangetrokken en de beenpijpen terug aan mijn broek geritst. Met heel wat sukkelen heb ik dan uiteindelijk de binnentent kunnen bevestigen, maar ik hing ze nog niet op om bewegingsruimte te kunnen behouden. Vervolgens nam ik mijn trangia koker en methanol boven om eten te kunnen beginnen klaarmaken. Maar voor ik daarmee kon beginnen ging ik eerst nog naar buiten om water te gaan halen uit het meer. Terug in de tent stond ik weer voor het volgende probleem. Koken binnen in de tent is geen goed idee. Het is gevaarlijk door de vlam en je krijgt er bovendien condensatie van op de buitentent. Ik moest dus, zoals altijd, buiten koken, ook met deze regen. Ik zette dus mijn trangia koker alvast buiten vlak voor de tentdeur klaar alsook de pot met water die diende opgewarmd te worden. Dan kwam het gevaarlijke. Ik moest de koker, inmiddels gevuld met methanol, aansteken. Maar dat was buiten onmogelijk door de wind en regen. Zo dus deed ik de tentdeur even helemaal open om dan snel de koker binnen aan te steken, deze voorzichtig naar buiten te brengen, dan de pot op de vlam te zetten en tenslotte de tentdeur terug dicht te ritsen.

En dan was het wachten tot het water kookte… Maar, hoorde ik het nu niet stoppen met regenen?Ibones Altos del Brazato Ik deed de tentdeur terug open en keek naar buiten. Het was inderdaad gestopt met regenen en dat was nog niet alles. Er was zelfs terug blauwe lucht te zien tussen de snel voorbij razende wolken. Ik trok naar buiten en keek rond. Het was nu 17h50. De bergtoppen werden terug zichtbaar en in nog geen twee minuten klaarde het helemaal op. Het zicht naar het zuiden opende zich razendsnel zodat in de verste verte de Sierra de la Partacua zichtbaar werd. De wind ging echter niet liggen, in tegendeel zelfs. Het begon nog harder te waaien. Machtig was dat, de enkele wolken die aan een razend tempo kwamen overgevlogen. Het was nu wel duidelijk kouder geworden zodat ik mijn muts en handschoenen aan deed. Vlug nam ik mijn fototoestel en trok een foto van mijn tent.

Niet veel later was het water dan eindelijk aan de kook gebracht en kon ik beginnen eten. Door de felle wind had het water wel opmerkelijk meer tijd nodig gehad om tot op het kookpunt opgewarmd te geraken. Omdat het nu gestopt was met regenen en terug helder weer was vormde een avondbeklimming van Pico de Bacias weer een mogelijkheid. Nadat ik het eten naar binnen gespeeld had nam ik nog een chocomousse boven. Nadat ik het poeder had opgeklopt met water liet ik het verder opstijven in de tent terwijl ik nu op weg vertrok naar de Pico de Bacias. Ik nam dus mijn fototoestel en wandelstokken mee, deed dus de tent dicht en vertrok met trui, jas, muts en handschoenen aan in de koude stormwind op weg omstreeks 18h50.

Daarstraks was het nog net zomer toen ik nog liep te puffen in mijn hemd en korte broek tijdens de klim naar hierboven. Nu was het net winter. Het was zeker in nog geen uur tijd 15 graden kouder geworden. Het vroor net niet, maar met de wind verstijfden alvast mijn kaken van de kou. Zonder mijn zware rugzak ging alles heel vlot en zo kwam ik al snel op de niet veel hoger gelegen Collado del Brazato (2578m) aan. Hier waaide het uiteraard zeer fel, zo fel dat een rukwind je soms uit evenwicht bracht. De col is eigenlijk meer een breed zadel, bestaande uit fijne steentjes en wat dor gras. De col bevindt zich aan het dalhoofd van het eerder ondiepe Valle de los Batans, een zijdal van het Valle del Ara. Het zicht naar het noordoosten viel dus dit dal in en verrassend kon ik hier niet veel lager twee meertjes zien liggen in het dal. Het GR11 loopt van op de col hier verder dit dal in. Verder weg botste het zicht natuurlijk weer op de westkant van de Vignemale. Het Valle del Ara zelf kon niet ingekeken worden van hieruit. Rechts lag nu een groot uitgestrekt puinveld van rotsblokken dat geleidelijk steiler opliep tot op de bergrug waarvan Pico de Bacias (2758m) in feite het hoogste punt vormt. Dit puinveld zal ik nu moeten doorploeteren om op de top van Pico de Bacias te geraken. Het leek me het beste om gewoon knal rechtdoor te lopen in de richting van de top.

Snel liep ik dus het puinveld op en stapte zo van de ene rotsblok op de andere. Terug van de col vandaan deed de wind het hier weer wat kalmer aan. Na een heel eind het eerste vlakke stuk te zijn doorkruist kwam ik nu op de helling terecht en deze werd toch wel vrij steil. Hier en daar lag toch wel een rotsblok los en dus was het samen met de felle wind een evenwichtsspel uitvoeren met benen en wandelstokken. Op de steile helling was de top nu niet meer zichtbaar en zo kwam het dat ik uiteindelijk iets ten noorden van de eigenlijke top op de bergrug uitkwam. Even dus de bergrug wat verder naar het zuiden vervolgd en zo stond ik al snel op de top van Pico de Bacias (2758m) waar een grote steenman op is aangebracht. Mijn horloge duidde 19h20 aan.

Ondanks de snijdende stormwind was het ontzettend prachtig hierboven. Het fluiten van de wind tussen de rotsblokken door alleen al.Collado del     Brazato En dan het zicht. De bergen die geleidelijk oranje kleurden door de laagstaande zon. De lucht was zuiverder dan ooit tevoren. Het zicht naar het zuiden langsheen de Sierra de Tendeñera reikte zelfs over de vlakte van de Ebro naar de diep in Spanje gelegen Sierras aan de horizon die zelfs met het blote oog van hieruit waren te ontwaren. Een deel van het leeggelopen Embalse del Bratazo kon in het zuidwesten beneden gezien worden. In het westen Pico de Arnalas (3046m), Garmo Negro (3051m) en Pico del Infierno (3082m) aan de overkant van het Valle de Panticosa die een donkere schaduw wierpen over het dal waarvan de bodem zo diep lag dat deze van op de top niet kon gezien worden. De Collado de Brazato beneden, met daarachter het hoogst gelegen meertje van de Ibones Altos del Brazato waar mijn tent niet ver vandaan ergens stond, de wilde bergkam aan de overkant van het Valle de los Batanes waarvan Pico de Batanes (2894m) de hoogste top vormt, het dalhoofd van het Valle del Ara met de bescheiden Pic Alphonse Meillon (2930m) waar zich constant wolken in een snelle vaart doorheen de Col des Mulets (2591m) persten om dan het Valle del Ara snel en turbulent in te glijden en op te lossen.Vignemale De kolossale westkant van de Vignemale (3298m), met zijn wit, bruin en grijs gekleurde gesteentebanden die steeds meer oranjerood kleurden onder toedoen van de laagstaande zon, het donkere Valle del Ara zelf diep beneden waar de nachts reeds leek ingezet te zijn, een onbekend meertje (Ibon de Espelunz bleek later op de kaart) op de donkere oostflank van Pico de Bacias met een sterk golvend wateroppervlak als gevolg van de hevige wind, en dan in het oosten de eveneens oranje gekleurde droge kalkstenen massa van de Ordesa met een bijna volle maan erboven. De hoogvlakte zelf kon niet opgekeken worden, een stuk van de canyon was wel zichtbaar. Wolken stegen van over Frankrijk de Ordesa op en losten daar weer op zodat Monte Perdido (3355m) en ook Taillon (3144m) verborgen bleven. Maar dit minpuntje kon de pret niet bederven. Prachtig was dit.

Van op de top kon ik nu ook het eerste deel van de etappe van morgen volgen. De Collado de Bacias (2538m) was nog een vraagteken voor me en die col lag nu ergens verscholen in de bergkam die van op de top naar het zuiden loopt. Het zag er daar in elk geval wild uit. Deze col zou morgen de toegangspoort moeten vormen voor het Valle de Bazias, een zijdal van het Valle del Ara dat eveneens niet meer belicht werd door de zon. Een duidelijk zicht in dat dal had ik dus eveneens niet.

Nadat ik de nodige foto’s genomen had, bleef ik nog even rond turen. Maar ondertussen moest ik eigenlijk plassen. Plassen op een bergtop in een stormwind is niet zo makkelijk dan het lijkt, maar toch wou ik niet wachten. Met mijn rug naar de wind toe heb ik dan geplast, wetende dat de rukwinden je constant uit evenwicht weten te brengen zodat je niet met beide voeten stil kan blijven staan. Waar mijn urine in de wind overal naartoe vloog kon ik ook niet volgen, maar ik zou er niet verbaasd van zijn dat die ergens beneden in het leeggelopen Embalse del Brazato terecht kwam. Van het wereldrecord “om ter verst pissen” gesproken…

Inmiddels stond de zon reeds zo laag dat de Collado del Brazato bijna in de schaduw verdween. Het was nog wel een half uur afdalen van op de top naar mijn tent en daarom begon ik maar met de afdaling om nog voor het echt donker zou zijn aan mijn tent aan te komen, hoewel ik nog wel langer had willen blijven rondkijken en zien hoe de nacht vanuit de dalen geleidelijk de bergtoppen veroverde. Zo daalde ik weer af over de rotsblokken terwijl de laagstaande zon constant in mijn ogen scheen. Vervolgens doorkruiste ik het slagveld van rotsblokken verder tot op de Collado del Brazato waar ik dan weer in de schaduw terecht kwam. De terugblik op Pico de Bacias was nu prachtig omdat de rotsen allemaal door de laatste zonnestralen oranje gekleurd waren. De foto die ik hiervan nam is mislukt omdat het zo hard waaide dat ik mijn fototoestel moeilijk onbeweeglijk kon vasthouden.Garmo Negro & Ibones Altos del Brazato Nog even keek ik om in de richting van het Valle del Ara, om dan het laatste stukje aan te vatten tot bij mijn tent. Toen ik in mijn tent aankwam omstreeks 19h50 kroop ik meteen in mijn slaapzak. De chocomousse was vrij hard geworden, maar smaakte heerlijk. Het was zo goed als pikkedonker wanneer ik alles zorgvuldig uitgelikt had. Ik checkte nog even of er niets zou kunnen wegvliegen deze nacht, dronk dan nog twee slokken van mijn weer volledig gevulde waterzak en ging dan slapen. Het was dan al 20h20. De rukwinden beukten fel in op mijn tent, maar ik trok me er niets van aan in mijn warme slaapzak. Na deze erg vermoeiende dag dommelde ik gelukkig vrij snel in.

Maar dat was niet van blijvende duur. De storm had blijkbaar nog niet zijn hoogtepunt bereikt en wist me enkele keren terug wakker te krijgen. De hevigste rukwinden zorgden er zelfs voor dat het tentzeil zo plat werd gedrukt dat ik het gewoon tegen mijn gezicht kreeg. Na deze nacht weet ik dat de boogstok van mijn tent wel enorm sterk is want hij hield alles recht. En zo kwam het dat ik midden in de nacht toch eens mijn binnentent open ritste omdat ik ongerust was of er niks zou zijn gaan vliegen onder het tentzeil door. Gelukkig dat ik dit deed want toen ik ook de tentdeur open ritste om eens buiten te kijken zag ik de hoes van mijn slaapmat net buiten liggen. Nog eventjes en ik zou ze voor goed kwijt geweest zijn. Alles wat maar zou kunnen gaan vliegen heb ik dan in mijn rugzak gestopt en niet meer eronder zoals daarvoor want blijkbaar was de wind zo krachtig dat hij zelfs een hoes van onder een zware rugzak in een tentje kreeg. Dan zag ik dat de rechter piket vooraan de tent los was gerukt door de wind. Vervolgens ben ik maar uit mijn slaapzak gekropen. Zo ben ik dan in mijn onderbroek en trui op mijn slippers naar buiten getrokken om alles te controleren. De losgerukte piket kreeg ik niet meer in de grond en daarom heb ik maar een grote steen rechts vooraan in de tent gelegd om dit op te lossen. De andere piketten waren niet losgerukt maar omdat ik het niet vertrouwde stapelde ik voor alle veiligheid maar extra stenen rond de piketten zodat ze zeker niet los zouden kunnen komen.

De koude wind raasde langs mijn blote benen en tenen door. Ondanks dat het ongeveer 0°c was en de stormwind viel het goed mee in de kou. Het was opvallend licht door de bijna volle maan en je kon dus alle bergen gewoon zien, alsook het meertje nabij mijn tent. Toch heb ik niet staan rondkijken en ben ik vlug weer knus in mijn slaapzak gekropen. Voor de rest van de nacht sliep ik dan toch gerust omdat ik nu zeker was dat er niks meer kon gaan vliegen. Toch werd ik nog enkele keren wakker en tijdens de allerhevigste rukwinden hoorde ik zelfs waterdruppels op het tentzeil vallen ook al regende het niet. Het enige dat ik kon besluiten was dat de wind zo fel blies dat hij water vanuit het bergmeer opblies dat dan tot tegen mijn tent vloog. Ongelooflijk maar waar.

About

U leest het trekking- en fotografie weblog van Joery Truyen.

Flickr

Kempisch kanaal Dessel-Schoten Netekanaal Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 Vogezen 200812 

Archives