Afstand: 10.2km
Duur: 5h00
Klimmen: 1450m
Dalen: 30m
Bergpassen: Col de Susanfe (2494m)
Bergtoppen: Haute Cime (3257m)
Met de auto reisde ik op vrijdag de 13de naar Zwitserland. Het was net middernacht wanneer ik aankwam in het Zwitserse Val d’Illiez. In dit dal reed ik door tot Grand Paradis (1055m). Hier bevindt er zich een camping met een openbare parking. Als een marginaal geval dook ik meteen de koffer in om nog de nodige slaap op te zoeken. De volgende ochtend vertrok ik omstreeks 8 uur op pad. Er hingen heel wat lage wolken in het dal die langzaam oplosten. Via een kronkelend bergpad klom ik door de naaldbossen naar Bonavau, een verzameling bergweiden in het keteldal dat toegang geeft tot de kom van Susanfe. Hier passeerde ik een berghut waar nog enkele koeien graasden. De noordwand van de Mont Ruan (3057m) was nu in zicht gekomen. Het was een prachtig zicht met de eerste sneeuw op de wand. Wat verder begon het pad weer steil te stijgen over wat moeilijkere stukken die hier en daar met kettingen beveiligd zijn. Dit is de Pas d’Encel. Het was hier dat ik twee groepen tegenkwam uit de tegenovergestelde richting. Na de Pas d’Encel kwam ik in de kom van Susanfe terecht waar ik nu op de bewegwijzering van de Tour du Ruan stootte. Hier opende het zicht zich nu op de hele noordwand van de Mont Ruan (3057m) en Tour Sallière (3220m) die beiden met enkele spletenrijke wandgletsjers bekleed zijn. Vooral de noordwand van de Mont Ruan deed me erg denken aan de erg gelijkaardige Monte Perdido in de Pyreneeën.
Een stuk verder kwam ik bij de Cabande de Susanfe (2102m) uit. Dit is een kleine berghut.
De hut werd net gesloten door een kleine groep die hier overnacht hadden en nu weer met de sleutel naar het Val d’Illiez vertrokken. De huttenwaard was eigenlijk al twee weken eerder vertrokken. Ik at mijn middagmaal op bij de hut en was nu ondertussen al even aan het uitkijken voor water. Hoewel er op de kaarten een rivier staat aangegeven in de kom hier, was er hier in de kalkstenen omgeving geen druppel water te bespeuren. Ik hoopte dus nu om water te vinden bij de hut. En inderdaad bij de toiletten stroomde er water door de slang die even verderop uit een verborgen bron wordt afgetapt. Zo vulde ik mijn watervoorraad weer helemaal bij.
Daarna vertrok ik weer snel op weg naar de Col de Susanfe (2494m). Deze col ligt niet veel verder en bereikte ik al redelijk snel door over het goed uitgetreden pad de markeringen verder te volgen. Op de col werd ik overdonderd door het uitzicht op de vierduizenders in het oosten. De Matterhorn was ondermeer goed te herkennen. Lang duurde het wel niet want er kwamen opbollende cumuluswolken opzetten van over Italië die aldaar enkele uren later uitgegroeid waren tot enkele buien die de bergen onzichtbaar maakten. Even lager aan de oostflank van de col zag ik een kleine metalen constructie staan, een noodbivak. Ik twijfelde geen moment en ging me hier installeren voor de komende nacht. Het hutje was maar twee op twee meter groot. Binnenin lagen een hoop matrassen op elkaar, een tafeltje en een kookfornuis gekoppeld aan een gastank. Of het werkte heb ik niet geprobeerd. Ik had mijn eigen materiaal bij.
En dan was het wachten. Op de Col de Susanfe begint de klim naar de Haute Cime (3257m), de hoogste top van de Dents du Midi. Het was nu weekend en ik zag bij regelmaat van de klok groepen mensen afdalen van de top naar de col om dan verder naar het Val d’Illiez door te gaan. Ik had geen zin om in de mensenmassa op de top te staan en wachtte dus mijn moment af om de top voor me alleen te hebben. Na enkele uren achtte ik mijn moment gekomen. Ik vertok op weg naar de top die ik na anderhalf uur zonder problemen bereikte. De klim loopt over een redelijk duidelijk pad dat later wel steil wordt en hier en daar over losliggend gruis loopt maar moeilijk wordt het geen moment. Onderweg begon het soms eventjes te sneeuwen. De middelhoge bewolking was nu ook al even toegenomen.
Op de top was het uitzicht geweldig ondanks dat het Meer van Genève en de dalen onder een wolkendek lagen.
De Mont Blanc was spijtig genoeg ook niet te zien. Het waren vooral de wolken die indruk maakten en de besneeuwde noordwand van de berg. Er blies een matige wind en het vroor ongeveer vijf graden op de top. Ik wou tot zonsondergang blijven maar het was me niet gelukt. Het werd me te moeilijk door de kou. Dus daalde ik een goed uur voor zonsondergang weer naar beneden af. Onderweg kwam ik nog een reusachtige lammergier tegen die nieuwsgierig een tijd lang boven me bleef rondcirkelen. Bijna beneden kwam ik in de wolken terecht en wanneer ik dan bij de bivak was begon de duisternis te vallen in een dichte mist. Ik at nog een stevige maaltijd pannenkoeken en kroop mijn slaapzak in.










No comments
Comments feed for this article