Afstand: 20.0km
Duur: 9h40
Klimmen: 1590m
Dalen: 1500m
Berpassen: Col de Sageroux (2395m), Col des Ottans (2496m)
Bergtoppen: Tête de Pérua (2296m)
Het was helemaal niet fris deze ochtend. Het tentzijl van mijn akto was dus kurkdroog gebleven. Ik vertrok omstreeks negen uur op pad. Het was nu zwaar bewolkt geworden. Een grauwgrijze wolkenmassa hing boven de bergen. Ik wist dat er vandaag een warmtefront zou passeren samen met een beetje regen en hogere temperaturen.
Ik liep verder beneden door het dal om dan een eind verder links af te slaan op een pad dat steil zigzaggend verder steeg over de zogenaamde Pas du Boret in de richting van de Refuge de la Vogealle (1901m). Beneden in het dal stond dit aangegeven als een gevaarlijke passage. Ik kwam inderdaad enkele kettingen tegen als beveiliging maar deze hingen er wel eerder voor niets. Een gevaarlijke passage? Niet echt dus. Zo steeg ik boven het dal uit, kwam voor even op een bergweide terecht bij de Chalet du Boret (1390m) om dan weer langsheen rotsen verder te klimmen naar de Refuge de la Vogealle (1901m). Ook deze refuge was gesloten. Werklieden gaven ze een kleine opknapbeurt. Het was hier dan ook een lawaai van de generator. Ik trok dus snel verder.
Boven de Refuge de la Vogealle kwam ik in een vlak dal uit met achteraan dit dal het Lac de la Vogealle (2001m) dat voorlopig nog verborgen bleef voor het zicht. Hier vulde ik mijn watervoorraad bij aan het beekje en hield mijn middagmaal. Voor enkele minuten regende het lichtjes maar het werd al snel weer droog. Vervolgens klom ik het dalletje uit op het pad naar de Col de Pérua (2285m). Hogerop kon ik wel het Lac de la Vogealle zien. Het stond, zoals ik verwacht had, zo goed als droog. Op de col liep ik even de Tête de Perua (2296m) op, een uitzichtspunt. Dan volgde ik het pad weer verder hoog boven het dal van Fer à Cheval tot ik aan de Col de Sagéroux (2395m) uitkwam. Deze col ligt op de Zwitserse grens. Van op deze col kan nog niet afgedaald worden naar de Zwitserse kant dus vervolgde ik mijn weg verder over het vage pad naar de Col des Ottans waarbij het tussendoor bij momenten weer eventjes licht druppelde.
Van op de Col des Ottans (2496m) kan je verder de Mont Ruan (3057m) beklimmen maar dat hield ik voor bekeken vanwege het mindere weer. Het uitzicht droeg vandaag ook niet ver. Ik begon dus met de afdaling van de Col des Ottans Zwitserland in en deze zorgde al meteen voor moeilijkheden. Er lag sneeuw, zo’n tien centimeter dik. Het smolt door de hogere temperaturen vandaag maar dat maakte nu geen verschil voor de veiligheid. Ik besloot om mijn pickel boven te halen die ik voor alle zekerheid had meegenomen. Voorzichtig daalde ik af en dat was wel nodig. Op sommige stukken lag er zelfs gewoon ijs op het pad. Dan kwam ik zelfs aan stukken die met kettingen beveiligd waren. Dat maakte het afdalen door de sneeuw wel heel wat eenvoudiger.
Een eind lager, net op de hoogte dat de sneeuw ophield kwam ik dan aan de sleutelpassage uit van de gehele Tour du Ruan. De markeringen wezen me naar een nauw gat in de rotsen. Toen ik hier door keek klonk wel even spontaan het woordje “shit”. Ik zag een nauwe schacht die bijna verticaal naar beneden liep over een goeie 20 meter.
Er hingen kabels, kettingen en er waren ladders, stalen pinnen en voethaken in de rotsen aangebracht. Dit is de Passage des Ottans, niets voor mensen met nog maar een beetje hoogtevrees. Ik zag dat het moeilijk ging worden om met mijn rugzak doorheen het nauwe gat te geraken bovenaan de schacht maar toch probeerde ik het. Ik moest al snel terug eruit klimmen want ik kwam toch vast te zitten. Dan deed ik mijn rugzak maar af en probeerde hem er voorzicht in te laten vallen. Een stuk lager kwam hij zo vast te zitten tussen de rotsen en kon ik het eerste stuk zonder rugzak afdalen. Vervolgens kwam ik op de metalen plank terecht nog hoog in de schacht. Hier sleurde ik mijn rugzak uit de kloof en kreeg hem dan met wat wringen toch op mijn rug. Dan daalde ik verder af over de ladders en pinnen en daarna via de kettingen en kabels naar beneden. Het is geen moeilijke passage maar als je een grote rugzak bij hebt wordt het problematisch om door de nauwe schacht te geraken bovenaan. Ik kan me inbeelden dat wie de passage al stijgende neemt zijn rugzak al duwende voor zich uit moet zien te krijgen en dat terwijl hij met zijn andere hand aan een ketting ligt te bengelen? Wie dit zou lukken heeft een straffe stoot gemaakt. De Tour du Ruan dus best niet afleggen in de richting tegen de klok in want dan kom je voor een verrassing te staan. Eigenlijk een schande dat men dit niet vermeld op de website.
Enfin, beneden liep het pad verder over gletsjerpuin. Ik liep trouwens net onder de Glacier des Ottans. Erg aangenaam was dit niet door de vele losliggende stenen. Weer een heel stuk verder kwam dan de veel indrukwekkendere Glacier du Mont Ruan in zicht met zijn vele gletsjerspleten. Over de morene daalde ik nu verder af en passeerde dan een groep van vrouwtjessteenbokken die zich nauwelijks stoorden aan mijn aanwezigheid. Het pad liep tot een twintig meter langs hen en dan nog keken ze niet van me op.
Beneden in de kom van Susanfe stootte ik uiteindelijk weer op de route naar de Cabane de Susanfe waar ik voorbije zaterdag over gelopen was.
Hier rustte ik weer even uit en begon dan met de afdaling naar het Val d’Illiez via de Pas d’Encel. Zo liep ik weer langs Bonavau met zijn grazende koeien, daalde verder af door het bos en kwam dan weer net rond zonsondergang uit bij Grand Paradis (1055m) waar ik weer de auto aantrof. Na nog een marginale maaltijd te bereiden en te verorberen aan de barbecueplek waarbij de plaatselijke vos me nog kwam begroeten, dook ik weer de koffer van de auto in om nog even een goeie nachtrust te vangen om dan de volgende ochtend weer huiswaarts te trekken.











No comments
Comments feed for this article