Afstand : 11km
Duur : 5h30
11h00 stipt aankomst Innsbruck station. Ik zoek zo snel mogelijk een bus naar Neustift. Aan een loket zegt een bediende dat ik in de Maria-Theresia Strasse moet zijn. Dus ga ik erheen. Geen bus te zien die richting Stubaital rijdt. Ik stap op de eerste bus die stopt. Natuurlijk rijdt ze niet naar het Stubaital. De buschauffeur doet teken dat ik mag meerijden en dat hij me wel aan de juiste plaats zal afzetten. Twee haltes verder zet hij me weer af aan de andere kant van het station en wijst me de juiste bus. De bus rijdt via de Brenner-autobaan tot in Schönberg. Vanaf hier heb je een geweldig zicht op de Grosse Ochsenwand (2700m) en de Schlikker See Spitze (2804m) in het Schlikkertal, die deel uitmaken van de Kalkkögel. Deze bergen zal ik de laatste dagen van veel dichterbij kunnen zien. Het einde van het dal met de gletsjers was ook goed te zien. Ik geloof dat het ongeveer 12h30 was wanneer ik in Neustift (993m) aankwam. Eerst zocht ik naar een winkel om een postkaartje te kopen om naar huis op te sturen, maar buiten alle horecazaken was alles gesloten. Dan ben ik maar op een bankje aan de kerk gaan zitten en heb daar al mijn boterhammen opgegeten.
Om 13h30 ben ik er dan aan begonnen. Het was even zoeken naar het paadje dat het bos in liep richting Auten Alm. Al snel kwam ik een beekje tegen. Hier stopte ik om water te nemen, maar het bevatte veel onzuiverheden. Ik dronk er toch van, maar het smaakte slecht. De klim door het bos naar de Auten Alm was zwaar, vooral omdat het warm weer was. De Auten Alm (1658m) zat bomvol. Het was dan ook zaterdag. Ik besloot dan maar om hier niets te drinken en direct verder te gaan naar de Elfer Hütte. Geleidelijk aan kwam ik boven de boomgrens en had ik een geweldig zicht op Neustift in de diepte, de Hoher Burgstall (2611m) aan de overkant van de vallei (die ik later nog zal beklimmen) en de Starckenburger Hütte. De warmte werd draaglijker en er waren enkele buitjes zichtbaar. Het laatste stuk naar de Elfer Hütte liep net boven de boomgrens door struikgewas langs de steile hellingen onder de Elfer Spitze. Enkele parapentes zweefden vlak boven me.
De Elfer Hütte (2004m) was duidelijk minder druk dan de Auten Alm, maar het zat er wel vol Hollanders. In de hut dronk ik snel een cola en iets voor 17h vertrok ik weer. Vanaf nu ging de weg naar de Kar Alm langs de noordflank van het mooie Pinnistal met zijn vele puinkegels en puinhellingen. Vanaf nu werd het kouder en stak er wat wind op zodat ik moest stoppen om mijn fleece aan te trekken. Eventjes was de kleine gletsjer van de Habicht te zien, maar hij verdween al snel achter de wolken. De top van de Habicht (3277m) lag spijtig genoeg constant in de wolken. In de Gratzengrübl onder de Zwolfernieder zocht ik naar water. Volgens de kaart zou er hier een piepklein meertje moeten zijn. Het enige wat ik hier vond was een kudde schapen. Bij een kapotte waterbak vond ik wat vochtige stenen. Dit bronnetje was bijna zo goed als opgedroogd. Dan maar terug naar de weg, waar ik een foto nam van de Elfer Spitze.
De weg begon nu langzaam te dalen naar de Kar Alm. Wat verderop vond ik per toeval wel een bron met een vervallen drinkbak. Ik vulde mijn drinkzak en flesje helemaal vol. Na dit bronnetje daalde het steiler af naar de Kar Alm. Even stroomopwaarts van het riviertje aan de Karalm (1747m), zocht ik een bivakplek. De vlakke bodem van het dal is ideaal om te bivakeren maar ook voor koeien, dus stond het hier vol met die beesten en lag het er dus ook vol met koeienvlaaien. Het was al 19h en mijn tent stond nog maar net recht of de boer van de Karalm kwam eens kijken wat ik aan het doen was. Gelukkig mocht ik hier van hem voor één nacht slapen. Wanneer ik mijn rugzak, slaapmat en slaapzak in mijn tent had geïnstalleerd begon het al duister te worden. Sommige koeien waren nieuwsgierig en kwamen aan mijn tent ruiken en likken. Ze wegjagen hielp niet, want ze kwamen altijd weer terug. Ik besloot om rundsvlees klaar te maken. Wanneer ik er uiteindelijk van kon eten was het al halfnegen en donker. Het was ondertussen beginnen weerlichten, maar donderen deed het niet. Na het eten ging ik al maar direct slapen, maar de bellen van de nog actieve koeien en de klaterende waterval dichtbij hielden me nog zo’n uur wakker.










