Zondag 15 juli: Stølsmaradalen (840m) – Skagastølsbu (1758m)

Afstand: 11.5km
Duur: 6h50min
Klimmen: 1200m
Dalen: 280m
Mensen: 0

The king of Hurrungane

StølsmaradalenEn wat deed het die ochtend nog steeds? Inderdaad, goed regenen. En zou het tijdens de middag nog niet stoppen met regenen? Nee, tuurlijk niet! Pas tegen vijven hield het op. Ondanks dat bleef de wind wel waaien en de lage wolken wilden niet echt van opstijgen weten. Zo vertrok ik weer erg laat op pad. Ik vervolgde mijn weg over het onduidelijke paadje achter de hut, klom zo het Stølsmaradalen uit om dan hoog boven het Utledalen verder te lopen waarbij ik nog een tijd lang een mooie terugblik had op Vettisfossen in de verte. Utledalen met FrikenNadat ik de col nabij Snørestødet (1220m) overgestoken had, waar ik weer enkele lemmings tegen het lijf liep, kwam ik dan aan de steile afdaling aan die me vooraan in het Midtmaradalen zou brengen. Deze afdaling liep al kronkelend erg steil naar beneden. Door al de nattigheid was het oppassen geblazen. Er waren niet alleen glibberige stukken maar de ondergrond was op sommige plekken eveneens zo verzadigd dat de dunne bodem op de rotsige ondergrond zo naar beneden leek te kunnen gaan glijden. Gelukkig gebeurde dit niet onder mijn gewicht en kwam ik veilig in het Midtmaradalen aan. Hier vervolgde ik mijn weg stroomopwaarts langs de linker kant van de wilde rivier. Vooraan vond ik nog een steenmannetje maar al gauw was van een pad of steenmannetjes geen sprake meer.

Het Midtmaradalen is een mooi dal dat de gletsjers ooit zodanig moeten hebben geboetseerd dat het nu de perfecte U-vorm heeft. Een laag wolkendek hing doorheen het dal. Het dal dringt diep in Hurrungane door en loopt achteraan dood op de steile flanken van Store Skagastølstind (2405m), de derde top van Noorwegen en de hoogste top in Hurrungane. Ginds in het dalhoofd wordt het erg ruig met op de steile bergflanken veel sneeuwvelden en twee gletsjers, Midtmaradalsbreen en Slingsbybreen. Waarom ging ik dan doorheen dit dal trekken? MidtmaradalenWel, bovenaan Midtmaradalsbreen bevindt zich een col genaamd Skagastølsbandet (1758m), langsheen welke men het wilde Hurrungane massief via een gewaagde route kan doorsteken. Het is wel geen gemakkelijke route en volgens informatie die ik voorheen op het internet had kunnen vinden zou deze route vroeg tijdens de zomer voor ervaren trekkers moeiteloos oversteekbaar zijn met een pickel (voor de steilere sneeuwvelden langs de kant van het Midtmaradalen). De Midtmaradalsbreen met zijn gletsjerspleten zou vermeden kunnen worden en langs de andere kant zou de noodzakelijke oversteek over Skarstølsbreen geen echte gevaren meer inhouden omdat deze gletsjer vrijwel spletenvrij zou zijn. Ik kan nu al verklappen dat deze info niet bepaald betrouwbaar was.

The King of HurrunganeIk trok dieper het stille Midtmaradalen in en botste niet veel verder op een oud solitair rendiermannetje. Hij zocht zich een plek om al liggende aan zijn herkauwritueel te beginnen. Ondertussen was ik al begonnen met foto’s van hem te nemen. Stilaan kwam ik dichter en dichter en uiteindelijk stond ik op vier meter voor zijn neus. In tegenstelling tot al die vorige bange rendieren die ik al was tegen het lijf gelopen was deze verre van schuw. Ik ging maar niet dichter om hem niet op te jagen. Een stuk verder in het dal vlak na het passeren van een gletsjerdrempel liep ik tijdelijk over een vlakte waar de rivier doorheen slingerde in verscheidene armen. Hier werd ik plots weer opgeschrikt door de ene lemming na de andere die vlak voor mijn voeten wegschoten op zoek naar dekking tussen de weinige kleine struikjes. Ik had daarstraks al eerder enkele lemmings opgemerkt in het dal.

Een benarde situatie

Midtmaradøla in het MidtmaradalenVerderop veranderde alles stilaan en begon het ruiger te worden. Ik diende namelijk weer sneeuwvelden over te steken en later ging het enkel nog over sneeuw verder. Verschillende zijstromen van de rivier werden voorzichtig overgestoken via sneeuwbruggen met tot slot de wilde rivier zelf die nog hier en daar onder de sneeuwmassa tevoorschijn kwam. Nu was ik in het dalhoofd aangekomen en merkte hier nu plots twee steenmannetjes op die net boven de sneeuw uit staken. Tevens zag ik nu goed op de steile rotswand achteraan het dal met links de eindtong van Midtmaradalsbreen. Ik bestudeerde nog eens de route die ik zou moeten gaan nemen. De enige plek langs waar ik hier omhoog kon geraken leek het sneeuwveld rechts onderaan de rotswand. Hier kon ik zo via een korte passage langsheen de rotswand weer op een volgend steil sneeuwveld terecht komen dat me verder via een met sneeuw gevulde couloir reeds tot hoog op de flank kon brengen. Hoe het dan verder liep kon ik niet meer zien door de lage wolken.

Over de sneeuw steeg ik verder tot onderaan het sneeuwveld en kwam geen steenmannetjes meer tegen. Hier aan het sneeuwveld verkoos ik om eerst een stuk over een puinhelling van rotsblokken omhoog te klimmen om zo de sneeuw te vermijden. Halfweg betrad ik zo het sneeuwveld, gespte mijn stijgijzers aan mijn schoenen, bevestigde mijn wandelstokken op mijn rugzak en nam in de plaats mijn pickel in de hand. MidtmaradalenSchuin klom ik over het sneeuwveld verder dat bovenaan goed 45° steil was. Dan kwam ik op een band op de rotswand uit waar ik even moest zoeken om dan met stijgijzers aan op de rotsen naar een volgende band te klimmen. Verder diende ik nog een luchtige passage te nemen door een wirwar van rotsblokken en blokken naar beneden gedonderde sneeuw te passeren waarbij ik me beveiligde door mijn pickel in de aanwezige sneeuwblokken te boren. Dan kwam ik op het tweede sneeuwveld terecht welke zo’n 30° steil was. Dit stak ik over en klom zo verder de couloir in. Ondertussen was het al donker aan het worden. Het was reeds half elf. Vooraan in de couloir zag ik dan toch nog een steenman op een rots en wist ik dus dat ik inderdaad de juiste route was aan het nemen. De couloir werd zo’n 55° steil. Ik diende mijn stijgijzers goed in de sneeuw te stampen en had al mijn krachten nodig om me met behulp van mijn pickel naar boven te hijsen. Dit was nog maar net te doen met mijn zware rugzak. Volgens de info die ik op het internet was tegengekomen zouden er hier kabels in de rotsen bevestigd zijn om deze passage veilig te kunnen nemen. Ik zag geen kabels. Ze lagen waarschijnlijk nog bedolven onder de sneeuw.

Bovenaan de couloir nam ik geen tijd om wat uit te rusten, maar vervolgde meteen de klim verder. Deze liep nu matig steil verder over een dik pak sneeuw. Het zicht werd ook wat minder. De wolkenbasis hing vlak boven me. Ik begon te twijfelen of ik niet op de gletsjer zat, maar klom verder zo goed mogelijk rechts blijvend, weg van de gletsjer. Heel de gletsjer links van me lag nog onder de sneeuw met hier en daar een crevasse die zich al had geopend. Het gletsjerijs lag nog nergens bloot. Een heel stuk hoger kwam ik dan plots in een benarde situatie. Vlak voor me doemde toch onverwacht een gletsjerspleet op. Ik stond er een meter voor en had ze niet eerder opgemerkt door al dat wit voor mijn ogen. Ze was maar een halve meter breed maar wel tientallen meters lang. Een paar meter hoger zag ik de volgende liggen. Nu ik hier toch was boog ik eens voorover om te zien hoe diep ze was. Toen ik naar beneden keek begon mijn hart wel even paniekerig te bonken. De spleet werd beneden breder en leek zeker twintig meter diep. Ik bleef rustig staan en dacht na wat te doen. Verder naar rechts kon ik niet. Er waren daar rotsen die te steil waren om over te lopen. Ik had dus geen keuze en diende verder naar links dieper de gletsjer op te gaan. Voorzichtig liep ik verder en klom niet meer verder om zo het convexe stuk waar waarschijnlijk nog meer gletsjerspleten onder verborgen lagen, te vermijden. Zo kwam ik een eind verder onderaan een rotsband uit die hier boven de gletsjer uit stak. Hier klom ik schuin weer naar rechts verder over de sneeuw naar boven vlak langs de rotsband. Hogerop kwam ik zo weer duidelijk op sneeuwvelden terecht door de vele rotsen die nu om me heen uit de sneeuw staken.

Niet veel verder doemde dan uiteindelijk Skagastølsbu (1758m) op in de schemering. Dit is de kleine stenen noodbivak op Skagastølsbandet die door klimmers vaak gebruikt wordt als tussenbasis om Store Skagastølstind (2405m) te beklimmen. De wolken waren ondertussen langzaamaan aan het optrekken. “Als ik klimmers aantref in de hut dan moet het morgen zeker beter weer worden,” was ik in mezelf aan het denken. Omstreeks half twaalf trok ik de stroeve deur open en wanneer ik naar binnen keek zag ik inderdaad een paar mensen al in hun slaapzak op de grond liggen. Snel deed ik de deur maar weer terug dicht om dan buiten maar mijn maaltijd te bereiden zodat ik hen binnen niet wakker maakte. Het was dan bijna half één wanneer ik naar binnen trok en me in de duisternis binnen in het hutje vooraan in het smalle gangetje op mijn matje in de slaapzak op de grond neerlegde… met mijn hoofd naar de deur.