Maandag 16 juli: Skagastølsbu (1758m) – Fannaråken (2068m)

Afstand: 16.5km
Duur: 7h20min
Klimmen: 1270m
Dalen: 960m
Mensen: 22

Hoofdpijn

“Stemmen buiten… Ze komen dichter… Ze staan voor de deur… Ze doen de deur open… Auw!!! De deur bonkt tegen mijn hoofd. In het felle binnen schijnend buitenlicht een onnozele lachende Noorse puber boven mijn gezicht. Verdomme! Hij trekt al lachende de deur terug dicht, en vertelt tegen zijn gezelschap dat hij weer punten heeft gescoord.”

Store SkagastølstindPfff, het was me nogal een schoon begin van de ochtend op Skagastølsbandet. Ik kwam snel recht, kleedde me aan, pakte mijn spullen bij elkaar en trok naar buiten terwijl de drie andere Noren in het hutje met enige vertraging aan hetzelfde ritueel begonnen.

Buiten was het mistig. Lage wolken trokken doorheen de bergpas, maar daarboven scheen de ochtendzon al. Het ging inderdaad een mooie dag worden. Het groepje Noorse klimmers had zich een eindje verderop teruggetrokken. Het leken allemaal nog tieners. Die Noren beginnen ook vroeg met alpinisme. Ik at mijn ontbijt buiten aan de hut terwijl het groepje van drie nog half slapend het hutje kwam buiten gestrompeld. Austre MidtmaradalstindDaarna genoot ik van het wolkenschouwspel en de machtige bergen rondom met Store Skagastølstind (2405m) die als een kleine Matterhorn de omgeving boven de bergpas domineerde. Deze berg kan enkel gezekerd en met klimtouw veilig beklommen worden. De eerste groep jonge klimmertjes vertrok na een hele tijd talmen dan toch eindelijk naar de top van deze berg met hun nodige klimmateriaal. De andere drie niet veel later. Ik keek hen nog een tijdje na en vertrok dan op weg.

Een beeld uit de Himalaya

Op Skarstølsbreen volgde ik de voetsporen van de klimmertjes naar beneden. Ook deze gletsjer was nog vrijwel volledig bedekt met sneeuw. Fremste SkarstølsvatnetEnkel een eindje lager lag een stukje ijs bloot en het was hier dat ik wel degelijk gletsjerspleten zag loeren. Het spoor ging er weids omheen. Van de gletsjer af traverseerde ik nog enkele sneeuwvelden boven het Fremste Skarstølsvatnet (1370m). Aan de noordpunt van dit meer kwam ik niet veel later aan. Hier nam ik even een pauze. Lage wolken kwamen weer langzaamaan doorgestegen van lager in het dal. Het meer met de bergen was een ongelooflijk zicht. Er dreven nog enkele kleine ijsschotsen op het meer en de met gletsjers beklede Dyrhaugstindane op de achtergrond leek wel een plaatje uit ergens in de Himalaya te zijn als ik de schaal een beetje uitvergrootte in gedachten.

LemmingjongNa de pauze daalde ik verder af door het dal onder de lage wolken. Ik kwam nog enkele lemmings tegen en kruiste dan een Noors koppel waarmee ik aan de babbel sloeg. Na een praatje over waar ik deze ochtend vandaan kwam ging het over de klimmers van die ochtend op Skagastølsbandet (1758m). De vrouw werd plots een beetje furieus toen ik hen negatief moest antwoorden op hun vraag of ze gezekerd over de gletsjer waren gegaan. Ze maakte nog een opmerking in het Noors tegen haar man die me iets leek op “Het is altijd hetzelfde met onze Noorse jeugd.”

Ongebaand terrein

Lager in het dal vond ik de afslag niet die me over een vager pad uit het dal zou leiden naar enkele meren op een plateau hoog zuidelijk boven het Helgedalen. Zo verliet ik uiteindelijk zelf maar het pad en klom door het struikgewas omhoog tot ik uit het dal op het plateau uitkwam. Hier ontdekte ik dan toch enkele steenmannetjes, maar een pad was er niet. Rendieren waren er wel. Een hele troep lag te luieren onderaan de berghelling. Toen ze me opmerkten vluchtten ze langzaam het dal in, met het dominante mannetje voorop.

Een eind verder kwam ik aan het eerste meertje op het plateau uit met een mooi zicht op Fannaråken (2068m), de berg die mijn einddoel moest worden voor vandaag. Fannaråken en meertjeDe lage wolken waren ondertussen opgetrokken en de zon begon nu uitbundig te schijnen. Dit was de allereerste keer in die tien dagen dat ik nu eens eindelijk een blauwe lucht zag met een fel schitterende zon. Maar helaas, ik zag alweer de eerste sluierwolken in een treinvaart vanuit het westen aanstormen en ik wist meteen dat dit mooie weer weeral slechts een kort intermezzo ging zijn. Aan het meertje plofte ik neer en hield er de middagpauze.

Later passeerde ik nog het tweede meer op het plateau dat felgroen was gekleurd door het smeltwater van Styggedalsbreen. Het zicht op deze gletsjer en de hoogste toppen van Hurrungane van aan dit meer was weer om bijna een hartstilstand van te krijgen. Ik diende heel het meer via het zuiden om te lopen om dan steil af te dalen naar Helgedalsbotnen (1000m), het dalhoofd van het Helgedalen aan de voet van Fannaråken (2068m). Hier aangekomen begon ik meteen met de klim naar de berg.

Is da nu Jotunheimen? 

Op de top van Fannaråken (2068m) staat een bemande DNT-hut. Het is de hoogste berghut van Noorwegen en deze wordt tevens redelijk druk bezocht door dagjesmensen die de klim naar de berg gemakkelijk weten te vinden van aan de bekende Sognefjellet autoweg lager in het Helgedalen nabij Turtagrø. HelgedalenEen duidelijk pad bracht me al zigzaggend hoger op de berg. Regelmatig passeerde ik dagjesmensen die weer naar beneden kwamen, of stak ik een troep voorbij die waarschijnlijk gingen overnachten in de hut. Het zicht van op de klim werd adembenemend, hoewel de zon al wegkwijnde achter de middelhoge wolken die kwamen opzetten vanuit het zuidwesten en de stapelwolken die de toppen van Hurrungane nu bedekten. De Jostedalsbreen, één van Europa’s grootste plateaugletsjers werd zichtbaar alsook een stukje van de Lustrafjord, weer zo één van die uitlopers van de Sognefjord. Jotunheimen zelf, dat aan de andere kant van de berg lag in het oosten was niet te zien. De klim was erg lang maar ik maakte er speciaal een prestatie van om ondanks mijn zware rugzak in slechts iets langer dan anderhalf uur de 1060m te overbruggen. Ik wou immers nog zo goed mogelijk kunnen genieten van het uitzicht op de top alvorens het slechte weer dat in aantocht was spelbreker ging spelen. Alles en iedereen dat maar voor me op het pad al klimmende opdaagde haalde ik in.

Centraal JotunheimenToen dan bijna boven plots het zicht over Jotunheimen voor me opdoemde riep ik spontaan de volgende woorden die ik niet snel meer zal vergeten: “Shit man! Is da nu Jotunheimen!?” Voor de allereerste keer tijdens de tocht zag ik eens echt waar ik nu al tien dagen had door rondgelopen. Een wit sprookjesachtig berglandschap doemde op waar steile spitse grijs grauwe bergpieken doorheen priemden. Een zicht dat even goed uit de Lord of the Rings kon zijn geplukt. Voor de allereerste keer eens geen lage wolken die het zicht over Jotunheimen belemmerden. Maar lang duurde dit niet meer.

Een ware varkensstal 

Op de top bij de hut was er nogal wat volk. Er stond een kille wind en Hurrungane verdween onder een dik wolkendek. Ik genoot nog van het mooie uitzicht en trok dan de hut binnen. Ik ging me voor één keer laten verleiden door een overnachting in een hut. Met het slechte weer dat in aantocht was leek een overnachting buiten op de top een veel te gevaarlijke bedoening te gaan worden. De huttenwaard, een jonge kerel, stuurde me naar het tweede gebouw alwaar de slaapruimten zich bevonden. Ik was nummer 35 boven en had nog net een bed kunnen bemachtigen. De hut telt slechts 36 bedden en bijna elke avond zijn er mensen die op matrassen dienen te slapen tussen de bedden in. Het was er een ware varkenstal. De hut is veel te klein. Later aan tafel wist een Noorse me te vertellen dat het altijd zo is in de Fannaråkhytte. Het gebeurt dat er zelfs zo veel volk is dat de slaapruimten overvol zitten en dat er mensen dienen te overnachten op matrassen tussen, onder en zelfs op de tafels en banken in de eetruimte in het hoofdgebouwtje van de hut. FannaråkhytteHet was er anders wel gezellig in het eetzaaltje, maar we zaten wel dicht opeen gepropt aan tafel. Het menu was overigens weer bloemkoolsoep. Wat die Noren hebben met bloemkoolsoep weet ik niet, maar het leek ondertussen toch geen toeval meer te kunnen zijn dat ik telkens bloemkoolsoep kreeg voorgeschoteld. Of denk je van wel? Toch wel? Wel, het hoofdmenu bestond uit gekookte aardappelen, broccoli en weer zo’n blinde vink. Was ook dat weer niet net hetzelfde als in Torfinnsbu? Ja dus! Maar hetzelfde of niet, ik profiteerde ervan om mijn bord wel drie maal bij te vullen. Mensen bekeken me, maar wat kon me dat schelen. Truyenaars kunnen er nu eenmaal niets aan doen dat ze een veel te grote maag hebben, familietrekje. Het dessert brak dan toch de regel. Dat was een kommetje fruit uit blik.

Toen ik dan na het eten buiten weer naar de slaapruimte trok hing er al een dikke mist en regende het bij een stormachtige wind. Het was rond negen uur dat ik al in mijn slaapzak lag in één van de bedden, maar het was nog tot elven een gestommel met ondermeer nieuwe gasten die pas laat de hut bereikt hadden en zich neerlegden op matrassen op de grond, de doorgang door de deur voor de andere gasten versperrend. Ik probeerde me maar niets van de wantoestanden aan te trekken en viel uiteindelijk toch in slaap.

About

U leest het reis- en fotografie weblog van Joery Truyen. Contacteer me via joerytruyen [at] hotmail.com

Flickr

Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 

Recent Comments

    Archives