Dinsdag 17 juli: Fannaråken (2068m) – Rauddalsvatnet (1320m)

Afstand: 22.5km
Duur: 8h45min
Klimmen: 570m
Dalen: 1320m
Mensen: 26

Zondvloed nummer 3

De 12de dag… absoluut de topdag van de tocht! Op deze dag alleen heb ik meer gelachen dan tijdens alle andere dagen tezamen. Waarom lachen? Ik vond mezelf weer helemaal terug.

JervvatnetAls één van de eersten uit de veren. Stipt om 8 uur hol ik als eerste de ontbijtzaal binnen en prop me weer eens goed vol. Daarna vlug afrekenen en vertrekken. Buiten nog steeds dikke mist, regen en een stormachtige wind. Het is 4 graden op de top. Met 10 tot 20m zicht over grijze rotsen van steenman tot steenman. Later daalt het steviger. De route raakt zoek in de mist. Dan vind ik hem toch weer. Vervolgens over sneeuwvelden… beneden weer aan de rotsen… waar loopt de route nu verder? Ogen tastend naar steenmannetjes… gevonden… verder… in het witte decor duiken ijsmeertjes op van onder het lage wolkendek… en dan weer alles potdicht… fototoestel al doornat… toch blijf ik foto’s trekken… Jervvassbreenhet Jervassdalen… witte sneeuw, witte mist, wit meerijs… grenzen vervagen… alles wordt één geheel… tot schimmen opduiken in de mist… het zijn maar steenmannen… koele handen… beekje over… afdalend door het Jervassdalen… eindelijk onder de wolken… een gletsjerschim… bergwanden beladen met watervallen… water, water, overal stroomt water… modderpaden… plassen… paden als beekjes… de Utla aan bankfull debiet… berken staan in het kolkende water… door het Storutledalen… nog eens waterpaden… modder… door beekjes waden… struiken met druppels overbeladen, elke stap schoongewassen… kletsnatte broek… G1000 plakt kil aan de bil… schoenen vol… zuigend en klotsend… druppels stromen van de regenkap… druppels stromen onder de kap… druppels stromen op de huid… druppels glijden op de buik… naar beneden in de broek.

Gezwollen UtlaTegenliggers met sip gezicht… tegenliggers jammerend… tegenliggers verbaasd kijkend… want den dzjow is de enige die lacht… denkend aan die vergelijkbare tijd met Lookie aan de Voorne op die verregende herfstwoensdagnamiddagen… den dzjow spiest door het water… nattigheid spat op tot in zijn gezicht… wat maakt het uit… en tegenliggers maar bang van het water…

Het Rauddalen… geen mens meer… constant stormwind op kop… wind uit het oosten… gekanaliseerd doorheen het dal… met regen bekogeld in het gezicht… weer velden sneeuw… nog eens rotsblokken… en de onvermijdelijke waterstromen… eindeloos…

StorutledalenEindelijk… het half bevroren Rauddalsvatnet in zicht… opdoemend van onder laag voortschrijdende wolken… zoekend naar die huizenhoge rotsblok… zoekend naar die windbeschutte bivakplek… gevonden… oostenwind zwakt ondertussen af… hoe stel ik hem op… laat me eens denken… depressie bijna boven mijn kop… nu oostenwind… straks gegarandeerd stevige westenwind… ingang hoog naar het westen en naar de rots… uiteinde met stenen muur naar de oostenwind… laat maar komen… ik blijf altijd droog… slaapwel.

’s avonds… regen… windstil… ’s nachts… regen… storm met westenwind… heviger dan eerder gedacht… maar de rots is mijn vriend… ze vangt de druppelbekogeling voor me op en ik blijf droog en goed gezind.