Afstand : 15km
Duur : 9h30
Wanneer ik ’s morgens om halfzeven opstond en naar buiten keek zag ik al dat dit een niet zo mooie dag ging worden. Wolkenslierten zweefden enkele tientallen meters hoger door het dal. Op zich was dit niet erg, maar aan de middelbare bewolking erboven zag ik dat het zou gaan regenen. De koeien waren blijkbaar al veel vroeger opgestaan dan ik, want ze waren nergens te bespeuren. Enkel hun bellen waren in de verte te horen. Nadat ik de twee resterende koffiekoeken had opgegeten, me had gewassen en alles in mijn rugzak had gepropt was het al halfnegen.
Vanaf de Karalm (1747m) moest ik nu klimmen naar een col, de Pinnisjoch (2370m). Op de klim kwam ik al veel mensen tegen die van de Innsbrücker Hütte kwamen. De bewolking nam steeds verder toe en het zicht werd steeds minder. De bergtoppen waren sinds deze morgen al niet meer te zien. Zowat halverwege de klim begon het licht te regenen. Ik stopte om mijn regenhoes over mijn rugzak te doen. Mijn regenjas had ik al lang aan. Wat verder belandde ik al direct in een dichte mist. Verder dan tien meter was het zicht niet. Bovendien begon het te waaien en harder te regenen. Toen ik rond 10h00 op de Pinnisjoch (2370m) aankwam, waar het hard waaide, moest ik even op de kaart kijken waar de hut lag. De Innsbrucker Hütte (2369m) ligt maar een vijftig meter van de col, maar met de mist was het zoeken. De hut zat bomvol. Ik dronk er een cola en vertrok terug. Blijkbaar had niemand er meer zin om door de regen te wandelen.
Vanaf nu ging het richting Bremer Hütte langs de noordflank van het Gschnitztal. Veel kreeg ik van dit dal niet te zien. Vlak achter de Innsbrucker Hütte ging de weg over grote rotsblokken verder. Het bleef lichtjes regenen en het zicht bleef altijd ongeveer twintig meter. Op een gegeven ogenblik passeerde ik een groot sneeuwveld, maar met de mist ontdekte ik pas dat het sneeuw was wanneer ik er zo’n vijf meter naast wandelde. Na lange tijd kwam ik in een kom terecht pal ten zuiden van de Habicht, waar de wolkenbasis uiteindelijk toch begon op te trekken. Vanaf nu was het dal beneden zichtbaar, maar de bergtoppen bleven in de wolken.
In de kom kwam ik enkele mensen tegen die van de Bremer Hütte kwamen. Ik zat dus bijna halfweg tussen de Innsbrucker en Bremer Hütte. De weg liep verder uit de kom omhoog naar de Pramarn Spitze (2511m). Van hieruit zou je een overzicht hebben over het gehele Gschnitztal. Ik zag voornamelijk wolken. Eventjes zag ik tussen de wolken een gletsjer opduiken. De korte afdaling achter de Pramarn Spitze was zeer steil en met kabels beveiligd. Wat verder stopte ik om enkele hardkeks te eten als middagmaal. Ondertussen kwam er een grote wolk van beneden uit het dal naar boven gewaaid en al snel zat ik terug in de dichte mist. De weg ging verder steeds stijgend of dalend, met soms gevaarlijke kabelstukjes, waar al mensen verongelukt zijn in het verleden zoals blijkt uit enkele opschriften die aan de rotsen hangen. Ongeveer een kilometer verder in een hangend dalletje stopte ik weer om een powerbar te eten, want de mist was ondertussen weer opgetrokken en voor het eerst was het gestopt met regenen.
Toen ik mijn rugzak nam om te vertrekken begon het terug te regenen. Het was nauwelijks een half uur droog geweest. Al snel ging het weer verder door een dichte mist. Ik passeerde vlak langs enkele kleine meertjes alvorens de klim begon over rotsblokken naar een kleine col, wiens naam niet op de kaart staat. Het laatste stukje was zeer steil. Ik begon me al af te vragen hoe de echte cols er gingen uitzien. De afdaling was eveneens steil, maar best te doen. Op een gegeven moment sprong er een kikker vlak voor mijn voeten weg. De wolkenbasis was ondertussen weer wat opgetrokken en opeens was de Bremer Hütte te zien boven op een steile rotswand. Van hieruit leek het onmogelijk om de hut te bereiken, maar er zou wel degelijk een weg lopen langs die steile rotswand naar de hut. Maar dat was voor morgen. Toen ik het bordje tegenkwam dat Lautersee (2410m) aanwees, verliet ik de weg naar de Bremer Hütte. Op weg naar het meer werd het terrein steeds rotsiger. Wanneer ik na korte tijd aan het meer kwam zocht ik een plaatsje tussen de grote rotsblokken om mijn tent op te stellen. Veel keuze was er niet. Het meer zelf was prachtig. Helder blauw bergwater en een groot sneeuwveld aan de oever aan de overkant. Op een gegeven moment hoorde en zag ik hoe een rotsblok aan de overkant van de steile helling rolde en zich in het meer plofte. Het gebeurt maar zelden dat je zoiets kan meemaken. De Lautersee Joch (2761m), de col aan de overkant van het meer waarover geen weg voert, was soms nog net te zien onder de wolken. De toppen van de Innere en Äusere Wetter Spitze waren absoluut niet te zien.
Voor de rest van de regenavond bleef ik in mijn tent zitten en ging ik vroeg slapen. Het was buiten erg koud geworden. ’s Nacht werd ik twee keer wakker van de wind en de regen en merkte ik dat het ook weer weerlichtte. Bij momenten regende het zelfs hard. Ik had last gekregen van keelpijn. Het was net alsof mijn luchtpijp net zo smal geworden was als een rietje. Waarschijnlijk een gevolg van de hoogte. Het was tenslotte de eerste keer in mijn leven dat ik een nacht doorbracht op 2410m.










Recent Comments