Afstand: 8.0km
Duur: 2h30min
Klimmen: 130m
Dalen: 290m
Bergtoppen: Skarddalstind (2100m; +1h45min), Langvasshøe, Visbretind en Kyrkja (resp. 2030m, 2234m, 2032m; +5h30min)
Mensen: 29
Die ochtend werd ik weer wakker van dat vreemd krakende geluid. Ik kon me nog steeds niet voorstellen wat het was. Toen ik dan water ging halen aan het kleine meertje een stukje lager van de col zag ik dan wat er aan de hand was. Het meertje was nog voor de helft met dikke ijsschotsen bedekt, maar het had voorbije nacht tot zo’n vier graden gevroren waardoor het wateroppervlak tussen de ijsschotsen veranderd was in een vers dun ijslaagje. En dit ijslaagje werd bij regelmaat verpletterd en aan diggelen geslagen net als een ruit wanneer de wind de ijsschotsen weer eens in beweging bracht. Je moet het maar door hebben van op afstand.
Extraatje
Wanneer ik het ontbijt naar binnen had gespeeld, liet ik mijn spullen achter op de col. Ik ging eerst Skarddalstind (2100m) beklimmen. Deze berg had ik niet in mijn planning opgenomen, maar deze leek erg eenvoudig te beklimmen van op de col. Over grote sneeuwvelden steeg ik zo naar de flank van de berg, betrad vervolgens de kam die ik uiteindelijk matig steil over grote rotsblokken beklom tot op de top, heel eenvoudig. Het uitzicht beviel me heel wat meer dan op Mjølkedalstind gisteren. Onder de steile noordwand lag een crevasserijke gletsjer en verderop in het noorden bestudeerde ik Visbretind (2234m) en Langvasshøe (2030m). Ik was namelijk van plan om deze bergen later op de dag nog te beklimmen.
Weer beneden nam ik meteen mijn rugzak weer op en begon met de afdaling van de noordkant van Rauddalsbandet (1570m). Uiteraard liep dit vrijwel constant over sneeuw. Niet veel verder werd de helling redelijk steil, maar er was een duidelijk spoor in getrokken. Twee trekkers zaten beneden roerloos naar boven te turen. Zij hadden zich vrijwel vast gelopen. Ze hadden het spoor niet gevolgd en waren nu wanhopig naar mij aan het loeren. Ik las hun spijt zo af in hun blik, een blik die me vertelde van: “Waren we maar hoger gebleven op het spoor, dan zaten we nu waar die kerel probleemloos loopt.” Ik vervolgde de afdaling verder.
Beneden kwam ik weer meer op vaste ondergrond terecht en vervolgde nu de duidelijke steenmannetjes verder, stak nog enkele stroompjes over en kwam dan aan de westpunt van het Langvatnet (1368m) uit. Hier hield ik even halt voor de mooie terugblik op de col en Skarddalstind.
Weer een eindje verder kwam ik aan de rivier aan in het dal. De oversteek was iets dat weer niet als een fluitje van een cent te klaren leek. De steenmannetjes loodsten me naar een plek waar ik zeker goed nat ging worden. Ik negeerde de plek en stak de rivier een eindje verder over waar het water wilder over dikkere rotsen stroomde. Uiteindelijk kon ik mijn voeten net droog houden.
Vervolgens liep ik langsheen de noordelijke oevers van de Høgvagltjønnen (1400m & 1445m) verder lichtjes klimmend omhoog door het dal.
Op het einde ging het gestaag omhoog en bereikte ik al snel Høgvaglen (1518m). Een half uurtje verder lopen lag Leirvassbu, een private berghut diep in Jutunheimen die met de wagen te bereiken is. Er liepen dus ook geregeld dagjesmensen over de col. De meesten van hen waren hier verder naar boven gegaan om Kyrkja (2032m) te beklimmen en kwamen nu gestaag naar beneden. Ik klom een stukje van de col vandaan en stopte mijn rugzak weg achter de rotsen om dan verlicht de klim naar boven aan te vatten. Hogerop kwam ik weer veel lange sneeuwvelden tegen en wanneer ik aan de indrukwekkende voet van Kyrkja aankwam, negeerde ik de berg en liep oostwaarts verder over de heuvelende bergkam om eerst Visbretind te gaan beklimmen. De dagjesmensen die Kyrkja waren afgedaald keken me onbegrijpelijk na.
De weg naar Visbretind was nog erg lang. De kam liep met behoorlijke stukken stijgen en dalen. Zo ging het een dik uur verder tot ik aan de voet van Langvasshøe (2030m) aankwam op een dik sneeuwveld bovenaan de kleine gletsjer. Deze 2000der stond eigenlijk als het ware nog in de weg om Visbretind te bereiken.
De route liep over de top van deze berg verder en leek niet van de poes. Ik klom steil op handen en voeten omhoog over grote blokken. Een goeie 150m hoger dacht ik dat ik dan bijna de top van Langvasshøe bereikt had wanneer ik op een plateau aankwam, maar de top was nog steeds een heel eind verder en kon niet rechtstreeks bereikt worden. Ik trof hier weer enkele schaarse steenmannetjes aan welke me omlijden naar de zuidelijke kant van Langvasshøe. Hier aangekomen moest ik weer steil op handen en voeten een wand van grote blokken opklimmen. Boven was de top nog steeds niet in zicht. Ik kwam weer op een klein plateautje uit. Steenmannetjes vond ik niet meer en maakte zo de gok om in een couloir vol met rood geoxideerde blokken verder te klimmen. Hogerop de couloir uit kwam ik dan eindelijk toch op de brede top van Langvasshøe terecht.
Drie Noorse vrouwen zaten hier uit te rusten. Ik begroette hen en vervolgde meteen verder naar Visbretind (2232m) wiens indrukwekkende zuidkant nu voor me lag te gapen. Eerst daalde ik weer een 100m af over een doods rotslandschap om dan weer te klimmen over een vaag pad tussen de met mos beklede rotsen. Een Noor kwam net afgedaald. Hij vertelde me dat het nog een 20 minuten was naar de top. Mij leek het nog een half uur te zijn. Steil klom ik verder zo snel ik kon (ik moest immers testen of ik die 20 minuten kon pakken). Later ging het weer af en toe op handen en voeten. Exact 21 minuten na de Noor bereikte ik de smalle top en zo’n 2 uur en 10 minuten van Høgvaglen. Hij had dus gelogen, de smeerlap. Het uitzicht werd wat ontsierd door de vele bewolking die intussen was aangedreven vanuit het noordoosten.
Vooral in het noorden en oosten was het nu zwaar bewolkt met de hoogste bergtoppen (ondermeer Galdhøpiggen en Glittertind) weer net in de wolken. In het oosten zag ik regen uit de bewolking vallen. Het kwam dus langzaam mijn richting opgedreven en ik had geen regenkledij meegenomen. Het mooie weer was weeral bijna voorbij. Ik realiseerde me dat ik nog slechts enkele uren had om terug op Høgvaglen aan te komen alvorens de regen ook hier arriveerde. En ik wou op de terugweg ook nog Kyrkja beklimmen…
Het verdere uitzicht van op de top was best mooi. Vooral de verticale noordwand met beneden de grote crevasserijke Visbrean boezemde ontzag in. Deze berg was duidelijk hoger dan de voorgaande die ik opgeklommen was want ik kon over vele bergen heen kijken.
Ik bleef niet lang op de top en wanneer ik de afdaling aanvatte kwamen de drie Noorse vrouwen bijna aan de top aan. Zij waren late vogels,
maar hadden de berg beklommen via de oostkant komende van het Langvatnet net als de Noor die ik onderaan de berg had gekruist. Zij zouden veel sneller beneden zijn als ik. Na een goed anderhalf uur, weer de top van Langvasshøe over, zijn steile flanken afgedaald en de bulten op de kam over gewipt, stond ik weer aan de voet van Kyrkja. De steile smalle graat van de berg leek best wel eens moeilijke stukken te kunnen bevatten, maar als simpele dagjesmensen de berg op kunnen moet het wel te doen zijn. Ik klom meteen de graat op, eerst over grote blokken vervolgens over vaste rots. Meestal kon ik lopen over een vaag pad. Slechts halfweg en dichtbij de top waren enkele passages die steil klauterwerk met handen en voeten vereisten. Op de top werd het al langzaamaan donker. Het was nu overal zwaar bewolkt maar het regende nog niet. Na een tien minuten rondturen op de top daalde ik weer af. Beneden op Høgvaglen (1518m) pikte ik weer mijn rugzak op en besloot dan om verder van de col af te dalen naar het Leirvatnet (1401m) om daar aan de oever ergens mijn tarpje recht te zetten. Het was al nacht toen ik daarmee klaar was en net dan begon het te druppelen. Net op tijd. Het licht van de verlichting te Leirvassbu weerspiegelde op het meeroppervlak. Eens in mijn slaapzak viel ik als een blok meteen in slaap terwijl het licht door regende, regen die waarschijnlijk heel de nacht aanhield.













Recent Comments