Afstand: 18.5km
Duur: 9h00
Klimmen: 1470m
Dalen: 1080m
Bergpassen: Col de Fenestral (2451m), Col du Genévrier (2691m)
Bergtoppen: Le Cheval Blanc (2831m), Mont Buet (3096m)
Die ochtend trof ik een akto aan met goed een halve kilo rijm aan de buitenkant van het tentzeil. Langs de binnenkant was alles mooi droog gebleven.
Ik had uit voorzorg met een open tentdeur geslapen om voor alle zekerheid deze ochtend geen beijsde tent te moeten inpakken, maar toch tevergeefs. Het was ijskoud buiten. Het vroor zo’n zeven graden. Met mijn sloffen heb ik nog zo veel mogelijk van de rijm af het tentzeil proberen te schrapen alvorens alles in te pakken. Dan begon ik aan de klim verder naar de Col de Fenestral (2451m). De klim is goed bewegwijzerd en loopt eerst steil later geleidelijk hogerop door een kalkstenen woestenij met hier en daar bevroren plasjes. Ik kwam ook een steenbok tegen die tam als hij was nauwelijks voor me weg liep.
Op de Col de Fenestral (2451m) aangekomen werd ik weer eens overvallen door het “wauw!” gevoel. Een mooi zicht op het massief van de Mont Blanc met de vele gletsjers was hier de oorzaak van. De Mont Blanc zelf was ook rechts te zien. Na enkele foto’s te nemen begon ik meteen met de afdaling. Die liep nu steil over een duidelijk bergpad tussen het gras naar beneden. Een heel stuk lager kwam ik tussen de verkleurde lorken terecht. Hier volgde ik nu het pad verder langs de beek en kwam dan wat later weer bij een boerderijtje uit dat op de kaart met Fenestral (1801m) staat aangegeven.
De Tour du Ruan vervolgde nu langs de berghelling naar het zuiden tot zuidwesten doorheen een mooi decor van herfstkleuren met steeds een indrukwekkend zicht op Mont Blanc en de zijne aan de overkant van het dal. Dit duurde een hele poos tot ik nabij het Lac ’Emosson (1932m) aankwam. Aan dit grote stuwmeer vervolgde ik snel verder over de stuwdam om zo vlug mogelijk van de gapende dagjesmensen af te zijn. De zuidkant van de Mont Ruan was nu even te zien aan de overkant van de het stuwmeer. Vervolgens sloeg ik links een pad in dat me een dalletje in leidde, weg van het stuwmeer. Even verder hield ik even een middagpauze om te eten.
Een eindje verder klom het pad bij momenten steil hogerop en zo kwam ik in een soort kloofachtig dal terecht welke de naam Gorge de la Veudale draagt. Hier stak ik nog een oude man voorbij en kwam dan later op de klim aan een splitsing terecht. De markeringen zouden me naar links sturen maar toch verkoos ik om het rechtse pad te nemen dat steiler over een gruishelling naar de bergrug steeg. Zo kwam ik vlugger op de bergrug uit en kreeg ik vlugger een zicht op Le Cheval Blanc (2831m) en het Lac Vieux d’Emosson (2205m). Ik vervolgde de bergrug naar het zuiden, passeerde zo de plek waar de gemarkeerde route weer aansloot en kwam een eindje verder op de Col de la Veudale (2500m) uit. Hier daalde ik weer naar beneden en kwam ik zo op een plek waar nogal wat dagjesmensen ronddoolden. Het is hier dat je de Traces des Dinosaures kan aantreffen. Er bevindt zich hier namelijk een gefossiliseerd strand op de rotshelling waarin voetafdrukken van Dinosauriërs staan gegrift. Een merkwaardige plek en voor dagjesmensen relatief eenvoudig te bereiken via het Lac Vieux d’Emosson. Vandaar dat het hier niet stil was.
Na een bezoekje te brengen aan de sporen van deze prehistorische dieren, nam ik het pad dat eerder flauw verder steeg naar Col du Vieux (2572m). Tussen sneeuw klom ik in de bergschaduw naar deze col en passeerde onderweg nog een moedergems met haar jong. Op de col aangekomen sloeg ik rechtsaf op een pad dat al zigzaggend steiler de oostflank van Le Cheval Blanc (2831m) op steeg. De Tour du Ruan loopt namelijk over de top van deze berg. Het zicht opende zich op Mont Blanc. Even verder passeerde ik weer een groepje steenbokken, weer allemaal vrouwtjes.
De klim werd steeds steiler en een goeie vijftig meter onder de top kwam ik aan een passage waar het pad helemaal ondergesneeuwd was. De sneeuw was hard en dus was het even oppassen geblazen. Niet veel hoger is de route dan voor even met kabels beveiligd, maar echt lastig werd het geen moment.
Ik kwam al snel op de top uit. De top van Le Chaval Blanc (2831m) is plat en uitgestrekt. Er lag hier en daar sneeuw. Het zicht is trouwens erg de moeite. Ondermeer het Juragebergte in het westen dat uit de nevel opdoemde en aan de andere kant uiteraard Mont Blanc. Ik rustte even uit op de top en vervolgde dan mijn weg verder.
De Tour du Ruan is van op Le Cheval Blanc voor even niet meer gemarkeerd. Een duidelijk pad is er niet, maar een eind verder vond ik wel steenmannetjes terug. Deze leidden me langs de oostkant van de bergkam door een mineraal decor dat voor de helft met harde sneeuw bekleed was naar een volgende col, de Col du Genévrier (2691m). Deze col ligt trouwens op de Frans-Zwitserse grens. Hier stopte ik weer eens even om de kaart erbij te nemen. De route liep eigenlijk over de kam verder over de bergtop Pointe du Genévrier (2870m), maar deze was fel besneeuwd. Mijn plan was in feite om Mont Buet (3096m) nog te beklimmen en op de top te overnachten (er is een noodbivak even onder de top). Maar of ik de top van Mont Buet wel zonder problemen zou kunnen bereiken met mijn trekkersrugzak was twijfelachtig geworden toen ik daarstraks de steile besneeuwde graat had gezien van de berg. Ik maakte daarom toch de beslissing om naar het Lac du Plan du Buet te gaan (2543m) een eindje verder en daar mijn rugzak achter te laten en dan deze avond de berg te beklimmen.
Ik vertrok dus op weg naar het meertje. Voor het merendeel over harde sneeuw dat het bemoeilijkte om snel vooruit te geraken, daalde ik af naar het meer en verloor te veel tijd naar mijn zin. De zon was al te hard gedaald en ik zag dat ik niet meer de top van Mont Buet kon bereiken voor zonsondergang. En zoals ik dan ben ging mijn stemming achteruit. Aan het meer aangekomen legde ik mijn rugzak neer op een plek waar ik mijn akto straks in het donker kon gaan opstellen, dronk nog een slok water, deed mijn jas bij aan en nam mijn hoofdlamp nog mee. Gehaast vervolgde ik nu over de steil kronkelende route zuidwaarts naar de kam tussen Pointe du Genévrier en Mont Buet. De route is niet altijd duidelijk maar wel met steenmannetjes gemarkeerd. Al gauw moest ik mijn snelheid temperen. Waar is die tijd toch gebleven toen ik nog in looppas zulke dingen aankon?
Na een hele poos kwam ik op de kam uit. De zon stond nu nog maar vlak boven de horizon. Ik vervolgde over de kam en begon dan aan het steile stuk dat naar de graat loopt van Mont Buet. Even hoger liet ik mijn wandelstokken achter. Vanaf hier klom ik erg steil met behulp van de kabels over de graat verder. Nog een eind hoger kwam ik in de sneeuw terecht. Hier was het erg oppassen. Over sneeuw en ijs klom ik verder, me goed vastklampend aan de kabels en met veel lucht links en rechts. Na deze lastigere passage kwam ik op de finale kam terecht. De bergen hadden ondertussen mooie verkleuringen gekregen. De zon raakte nu zo goed als de horizon.
Weer voor het merendeel over sneeuw vervolgde ik mijn weg over de kam naar de top en zag onderweg de zon onder gaan. Ik voelde ondertussen al dat de uitputting nabij was. Met een licht gevoel in mijn hoofd en later buikpijn bereikte ik de top. Ik wist dat ik veel te weinig had gedronken vandaag. Met al dat ijskoude water is het ook niet eenvoudig om veel te drinken. De eerste maal dat ik eens last kreeg van dit probleem. In elk geval was het schitterend op de top. De gloed aan de horizon in het westen van de zon die enkele minuten eerder verdwenen was en dan het massief van Mont Blanc in het oosten en zuiden waar een vreemde gloed over de bergen te zien was. Het was weer ijskoud op de top maar gelukkig stond er maar hooguit een zwakke wind. Na een goed kwartier op de top vertrok ik weer naar beneden. Op de kam reeds werd ik slechter en slechter. Mijn benen en handen begonnen te tintelen en ik kreeg tevens keelpijn. Ik rustte bij momenten even uit. Op de graat daalde ik weer voorzichtig af langs de kabels, goed uitkijkend met mijn schijnende hoofdlamp naar mijn voeten om op geen schuiver te maken op het ijs. De kabels gepasseerd pikte ik mijn wandelstokken weer op en genoot dan even verder van het zicht. Het was nu goed donker en de typische nachtelijke berglucht was verschenen met zijn miljarden sterren. Daarna daalde ik verder af naar het Lac du Plan du Buet, een afdaling die lang duurde maar toch redelijk eenvoudig liep in de duisternis. Aan het meer stelde ik mijn akto op en probeerde dan te eten. Ik had totaal geen eetlust en drinken kon ik ook nauwelijks. Ik had het gevoel dat ik morgen doodziek ging zijn. Toch kreeg ik mijn soep met de grootste moeite naar binnen gespeeld en daarna verplichte ik mezelf om nog minstens de helft van mijn pakjesmaaltijd op te eten. Dat lukte ook. Het was goed elf uur wanneer ik dan mijn ogen kon sluiten.