Jotunheimen (zomer 2007)

You are currently browsing the archive for the Jotunheimen (zomer 2007) category.

’s Morgens stond ik om zeven uur op om rond acht uur naar Gjendesheim te trekken. Nog geen twintig passen had ik afgelegd of het begon al meteen stevig te regenen en zo kwam ik weer bijna zeiknat aan de hut aan. De bus vertrok pas rond negen. Ik wachtte maar buiten onder het overhangende dak. In de hut geraakte ik niet binnen. De gasten stonden allen opéén gepropt in de hal zich klaar te maken. Velen bleven wachten in de hoop dat de regen ophield. Goede moed en veel geduld, dacht ik bij mezelf.

Toen de bus aankwam nam ik meteen plaats en bekeek doorheen de neerglijdende druppels op het raam de toestroom van mensen die allen goed ingepakt en met ogen dichtgeknepen door regen en wind de boot opzochten of het pad naar de Beseggengraat. Onderweg verrasten de uitzichten me toch weer op de flanken van de Gjende Alpen met de lage wolkenflarden die voorbij zoefden. Pas net voor Fågernes reden we de regenzone uit. In dit dorpje was het even wachten op de overstap op een andere bus. En deze bus zat propvol. Naast een oud Noors vrouwtje dat niets anders deed dan eten, eten en nog eens eten… en ook haar nagels knippen reden we zo constant in de rij achter een veel te trage Hollander met caravan tot Oslo.

In de hoofdstad was een supermarktje opzoeken het eerste waar ik me mee bezig hield. Ik kocht er veel te veel eten dat ik naar binnen schrokte op een parkje in het park… tijdens een lange regenbui. Ik at tot ik niet meer kon. Toen ik dan weer wilde op staan kon ik niet meer fatsoendelijk verder lopen. Mijn buik leek precies elk moment open te kunnen scheuren.

Tot de avond liep ik het ene straatje na het andere in, maar ik had het eigenlijk al lang gezien. Oslo heeft niets bijzonders te bieden. Het is maar een stadje niet veel groter dan Leuven. Rond elf uur liepen de straten in het centrum plots leeg en werd de stad helemaal dood. Het was een raar gevoel. Rond middernacht begon ik dan met mijn mars op zoek naar weiland. Op een kaartje had ik al lang gezien waar ik moest zijn. Een goede twintig minuten lopen van het centrum kwam ik aan de jachthaven aan zonder nog een rijdend voertuig of, op uitzondering van een das die downtown Oslo de straat over liep, een levend wezen tegen te komen. Achter de haven liep ik een aarden wegje in tussen de velden en de bossen. Na een half uur lopen legde ik me tot slot neer op mijn matje aan de rand van een weide. Het was half één ’s nachts en het leek me droog te gaan blijven voor de rest van de nacht.

’s Ochtends weer naar de stad en daar hield ik me bezig met wat winkeltjes te bezoeken, een zeldzame maar veel te dure cd op de kop te tikken en vooral het DNT-hoofdkwartier te plunderen met foldertjes. Daarna nog geruime tijd de outdoor afdeling van de XXL doorgesnuffeld met vooral grote ogen bij de Hellsport tenten. Tot slot op de trein naar de luchthaven en met de vlieger naar huis waar mijn thermostaat toch even opnieuw moest afgesteld worden… en het was hier volgens de zeurende Belgen niet eens zomer.

De eerste geweldige Noorwegen-ervaring zat erop en ik had al best honger naar meer. Rondane in de herfst… dit moet om van te smullen zijn. Droom maar verder Joery.

Afstand: 17.5km
Duur: 7h30
Klimmen: 1050m
Dalen: 1170m
Mensen: 71

Schrapende geluiden

Bivak MemurudalenRond acht uur ’s ochtends werd het droog en de wolken trokken langzaam op. De wind deed het ondertussen toch kalmer aan maar blies nog steeds vrij strak. Ik wachtte nog even om me klaar te maken. De kudde koeien die rond graasde in het dal waren nu dichtbij hoorde ik aan het bellengerinkel en niet veel later hoorde ik dan plots schrapende geluiden achteraan op de tarp. Ik had meteen door wat er gaande was. Ik herkende het nog van op de eerste nacht op mijn tocht doorheen de Stubaier Alpen vijf jaar geleden. Razendsnel sprong ik recht en schoot vanonder de tarp op. Ze gingen snel een paar stappen achteruit. Drie vaarzen stonden namelijk mijn tarp af te likken. Ze leken nog niet meteen van zinnes om het definitief af te bollen en dus joeg ik ze nog een twintig meter verder weg. Dan begon ik me maar klaar te maken. Regelmatig moest ik daarbij de jonge koeien weer wegjagen. Was dat dun velletje stof dan zo lekker?

Toen ik vertrok waren enkele gaten verschenen in het wolkendek, maar de top van Besshøe (2258m) bleef net in de wolken hangen. Deze berg was de allerlaatste die ik eventueel had willen beklimmen. BeseggengraatTe Memurubu ging ik toch nog eens snel een cola halen. Dan vatte ik de steile klim weer aan op weg naar de bergrug ten noorden van Gjende. Boven op de rug werd ik weer overvallen door een stormachtige wind. Ik deed weer al mijn kleren aan en zette uiteindelijk mijn kap bij op. De wind sneed los door mijn hoofd heen. Het zicht werd uiteraard wel schoon. Bijna geheel Gjende werd zichtbaar met de Knutshøegraat aan de overkant. Vanaf nu passeerde ik ook het ene groepje dagjesmensen na het andere. Na het Bjørnhøltjønne (1475m) op het balkon, daalde het af tot aan de zuidpunt van het Bessvatnet (1373m) alwaar zich een smalle band bevindt boven de afgrond naar Gjende. Hier vangt de Beseggengraat aan, maar ik hield hier eerst een ruime pauze op de band en bekeek toch nog eens Besshøe. De top leek met de wolkenbasis te blijven flirten, maar ik kon het niet duidelijk zien. Na wat twijfelen besloot ik om hem toch links te laten liggen.

Jongens!!!

GjendeOndertussen na heel wat dagjesmensen die passeerden was het de beurt aan een Hollands gezin met drie kinderen dat naderde vanuit de richting van Memurubu. Drie zonen waren het. De moeder kreeg bijna de ene hartstilstand na de andere, allé net niet want ze huppelde nog verder. Ze schreeuwde constant naar haar jonge kroost, maar dan zo schel dat men het aan de overkant van Gjende ongetwijfeld nog duidelijk kon horen. Haar zoontjes vonden de sneeuwveldjes wat verderop ideale skihellingen… voor de moeder leken het zelfmoordhellingen. De zoontjes luisterden geen snars en de vader deed, gegeneerd dat hij was, alsof hij de rest van zijn gezin niet kende. En dan kwamen ze op de band aan en ontdekten de diepe afgrond. “Waauw!! Moet je kijken! Goh! Kijk hoe diep! Kijk! Kijk! Er loopt daar beneden nog een pad!” En ze zaten al op de rand van de afgrond precies klaar om nog naar dit pad te gaan duiken. BeseggenMaar dan: “Jongens!!!!!! Kom daar als de bliksem vandaan!!! Jongens asjeblieft zeg!! Kom van die afgrond vandaan!!!! Jeetje! Beseffen jullie wel hoe gevaarlijk dit is!!…” Enfin, zo ging het maar door tot ze de hele Beseggenband over waren en eindelijk uit het zicht verdwenen waren.

Na bijna een uur startte ik met de graat. Snel liep ik omhoog met behulp van mijn wandelstokken. De dagjesmensen gingen maar met een slakkengangetje voort. Velen deden het duidelijk bijna in hun broek. Ik kon me inbeelden dat er wel meerdere mensen terugkeerden door te veel hoogtevrees. Nochtans als je wandelstokken gebruikt kan je de graat over zonder dat je net je handen nodig hebt. Midden op de graat was het opstopping. Mensen daalden benauwd aan een processie van Echternachgangetje naar beneden. BeseggenIk omzeilde ze maar door van de band een stuk opzij op handen en voeten omhoog te klimmen. De troep keek me aan met een blik die me zot verklaarde. De uitzichten waren uiteraard mooi en reikten over Gjende tot net aan de 2000ders in Centraal Jotunheimen. Maar het zicht van op de bijna onbekende Knutshøegraat had voor mij grootsere dingen getoond.

Het laatste avondmaal

Boven kwam ik op de vlakke top van Veslfjellet (1743m) uit waar vele meters hoge steenmannen staan. Hier zag ik nu goed dat de top van Besshøe in de wolken hing. Ik vervolgde nog de vlakke kam naar Gjendehet oosten terwijl er over Sjodalen een regenboog verscheen, begon dan met de definitieve afdaling naar Gjendesheim die nog schone zichten toonde over Gjende en de gelijknamige Alpen om dan na heel wat dagjesmensen voorbij gestoken te hebben uiteindelijk aan Gjendesheim (1000m) aan te komen. Op het laatste stuk merkte ik dat men het pad intussen had verlegd net naast de struiken waarin ik mijn sporttasje 23 dagen terug had verstopt. Ik vond hem toch nog ongeschonden terug met de stenen er nog op. En hij had al die tijd slechts twee meter van het pad vandaan gelegen. Helemaal beneden liep ik de hut voor even binnen. Het was er veel te druk. De gasten dienden in twee shiften aan te schuiven voor de avondmaaltijd. Ik verzamelde er nog wat foldertjes en trok dan weer naar buiten waar ik het pad vervolgde doorheen de struiken en berken langsheen de noordelijke oever van Gjende. Een kwartiertje verder vond ik een geschikte bivakplek vlak langs het meer.

Die avond hield ik nog een feestmaaltijd door als dessert mijn portie chocomousse naar binnen te spelen. Deze had ik tijdens heel de tocht speciaal gespaard voor de allerlaatste dag. Bivak GjendeIk was morgen namelijk niet dadelijk meer van plan om tot Bygdin te gaan. Mijn observaties van de lucht vertelden me ondertussen weer genoeg. Morgen moest zeker weer een verregende dag gaan worden. Tijdens de nacht bleef het droog met veel wolken en een vrij strakke wind die redelijke golven opblies over de waterspiegel. Maar ik sliep goed op de laatste nacht in de bergen.

Afstand: 0.0km
Duur: 0h00min
Klimmen: 0m
Dalen: 0m

Zondvloed nummer 4

Er restte me in principe nog slechts één etappe, over de Beseggengraat weer naar Gjendesheim en dan zat het erop. Maar ik had nog twee en als ik het wat krap wilde spelen nog drie dagen. Daarom had ik voorbije dagen al stilletjes uitgekeken naar wat extra’s. Graag had ik een lus gemaakt door verder westwaarts te trekken over het zuidelijke pad doorheen Memurudalen om dan dicht bij Gjendebu op het meertjesplateau boven Gjende uit te komen en dan terug te keren over Sjugurdtind naar omgeving Memurubu. Na de etappe Memurubu -  Gjendesheim kon ik eventueel nog een laatste extra dag er bij aan breien over Valdresflye naar Bygdin. Nog zin genoeg dus, maar de weergoden beslisten er spijtig genoeg weer anders over en ik kon niks anders doen dan de hele dag de miserie uit te zitten. Het regende heel de dag matig aan één stuk door en heel de dag plakte de wolkenbasis rond 1500 à 1600m tegen de bergflanken. Pas ’s avonds na weer bijna 24 uren stopte het met regenen, maar de wolken bleven even laag hangen en de wind… die dacht nog steeds niet aan kalmeren. Die bleef maar even hard doorgaan als voorbije nacht. Ik had geprobeerd overdag de tarp strak te spannen maar dat lukte me niet helemaal. Met een wapperconcert ging ik weer de nacht in. En denk je dat het die nacht droog bleef? Hopelijk werd het morgen beter want de Beseggengraat mag gewoon niet in mineur eindigen.

Afstand: 11.5km
Duur: 5h00min
Klimmen: 500m
Dalen: 1060m
Mensen: 2

Doorbijten

Om vier uur ’s nachts, net voor zonsopgang, werd ik wakker. Het was net weer beginnen regenen en er hing al weer een laag grauw wolkendek. Ik sliep weer door tot rond één uur in de middag want net dan leek er een bescheiden beterschap aan te komen. Een uur later vertrok ik. Het was dan meestal droog, maar het bleef betrokken met de bergen verscholen. Ik steeg weer het stuk omhoog op de berg tot ik aan de grote steenman aankwam. Hier zat ik even in de mist. Vervolgens sloeg ik af op de hoge route die me langzaamaan terug naar Memurubu zou brengen. Hier kwam ik weer onder de wolkenbasis uit en kon nog net met moeite de weinige steenmannetjes op de route volgen doorheen een woest landschap dat bestond uit een mengelmoes van vaste rotsbanden, blokkenvelden, kleine meertjes met ijs en sneeuwvelden.

Maar het begon al snel weer hevig te regenen op deze route met een stormwind die op stak en het zicht dat helemaal dicht raasde. Ik zag nog nauwelijks meer dan 20m voor me uit. De regen maakte me al direct kletsnat en koelde mijn billen goed af. Niet veel verder raakte ik dan de route kwijt. Er waren veel te weinig steenmannetjes om in deze dikke mist juist te blijven. Twee keer heb ik de kaart boven gehaald om een idee te krijgen hoe ik afweek. Met behulp van mijn hoogtemeter liep ik voort en stuitte toch telkens weer een eindje verder op enkele steenmannetjes. Verderop kreeg ik dan toch weer om de tien meter een steenmannetje voorgeschoteld en waren de oriëntatiemoeilijkheden van de baan. Maar aangenamer werd het niet, integendeel. De regen ging over in fijne hagel die met de stormwind pijn deed in het aangezicht en op de handen. Doorbijtend liep ik zo snel mogelijk voort om niet door de kou gevat te worden. Lager ging de hagel weer over in regen en kon ik verlost verder, maar mijn vingers waren verkleumd.

Plots hoorde ik stemmen voor me uit en al snel doken twee schimmen op uit de mist. Twee Noren liepen voor me uit. Ik haalde ze al snel in en stak ze voorbij tot ze niet veel later achter me weer verdwenen in de mist. Zij waren een stuk harder aan het afzien dan ik en geraakten maar tegen een slakkengangetje vooruit. Bij het passeren vertelde ze me dat ze Surtningssue hadden geprobeerd te beklimmen maar al terug gekeerd waren nog voor de top.

Een stukje verder kwam ik dan aan een gevaarlijke passage. Raudhamran (1893m) was nu gepasseerd en zo diende steil afgedaald te worden over enkele korte kleine sneeuwvelden gevolgd door steile rotsbanden. Nauwlettend, maar zonder in problemen te geraken kon ik hier afdalen, zakte dan nog een hele poos verder over een duidelijk kronkelend pad met nog enkele sneeuwvelden en steilere passages over rotsen tot ik dan onder de wolkenbasis uit kwam en de bodem van het Memurudalen rechts van me zichtbaar werd.

Nog een eind verder kwam ik nabij het Hesttjønne (1473m) uit en toen hield de regen plots op. Enkele minuten later verscheen voor even een pietluttig stukje blauwe hemel doorheen het nog dikke wolkenpakket. Ik stopte hier voor het middagmaal en dat bij een aanhoudend stormachtige wind. GjendeMijn handen hadden het nog steeds onophoudelijk ijskoud en ik kon mijn vingers nog nauwelijks bewegen. Zo had ik de grootste moeite om mijn pakje koeken open te krijgen. Een paar handschoenen zouden vandaag geen luxe geweest zijn, maar den dzjow nam liever geen handschoenen mee. Dat waren een paar grammen te veel.

Na de pauze daalde ik snel weer verder af en kwam zo niet veel later weer te Memurubu aan. Ondertussen was het weer beginnen regenen op de afdaling. In tegenstelling tot eergisteren telde ik nu nog slechts 6 tentjes rondom de hut. Met dit weer ging blijkbaar iedereen de hut in. De gasten zaten allemaal al aan tafel. Ik warmde er mijn ledematen weer op en at er een stuk cake met limonade.

Geen vuur?

Toen ik terug naar buiten trok vielen nog enkele laatste druppels en werd het weer droog. Over een zeiknat pad trok ik nu weer het Memurudalen in, maar dit keer over het andere pad dat langs de linker kant van de rivier liep. Op een half uur lopen van Memurubu hield ik halt en zocht me een bivakplek. Het dal was een echt tochtgat met een stormachtige wind die daluitwaarts blies en met nergens een windbeschutte plek te vinden. Deze bivak ging de eerste echte windtest worden. Bij het bereiden van mijn avondmaal kreeg ik het esbitblokje maar niet aan. Mijn twee strookjes luciferdoos zijkant waren al fel afgeblakerd, maar met wat steviger strijken vatten ze toch nog vuur. Maar meer dan de helft werd meteen uitgeblazen door de wind, wat ik ook deed. En als ik dan bij die enkelen het blokje aan kreeg deed de wind weer net het zelfde, windscherm er rond of niet. Na een vijftiental lucifertjes verkloot te hebben was voor mij de maat vol. Ik trok uit mijn slaapzak en trok de tarp langs alle kanten (behalve de ingang uiteraard) tot helemaal tegen de grond. Daarna kreeg ik mijn vuurtje toch eindelijk aan, maar het was nu wel wat krapper onder de tarp en het zeil wapperde zich nu hees. Ik liet het maar. ’s Nachts begon het weer te regenen en viel ik moeilijk in slaap. De tarp maakte te veel kabaal in de razende wind die tekeer ging met rukwinden van naar schatting rond de 100km/u.

Afstand: 5.5km
Duur: 1h25min
Klimmen: 480m
Dalen: 20m
Bergtoppen: Surtningssue en Sørtoppen (resp. 2368m en 2302m; +4h00).
Mensen: 6

Base camp

’s Ochtends was het naar maatstaven mooi weer, maar ik geraakte niet uit mijn nest. Tegen de middag werd ik pas wakker. Hoe was het toch weer mogelijk. Ik had het gevoel dat het weer opnieuw ging verslechteren vandaag. Op mijn horloge zag ik dat de luchtdruk met wel 8hPa gedaald was sinds gisteren avond. De bewolking nam ook stilaan toe vanuit het westen. Maken dat ik weg was dus.

MemurudalenVerderop doorheen het Memurudalen bleef het ogen trekken. Het brede groene dal met nu weer een wildere slingerende Muru en achterop met sneeuwvelden beklede bergtoppen oogde erg fraai. Maar het werd al gauw minder fraai. Plots wanneer ik eens achterom keek zag ik de hoogste toppen van de Gjende Alpen al in de wolken verdwijnen met een gordijn van regen dat zich voor de bergen naar omlaag stortte. Ik haalde de kaart boven en besloot om nog een eind voort te lopen om dan een stuk boven 1600m, eigenlijk zo hoog als maar kon, ergens in het zijdalletje van Surtningssubekken een plek te gaan zoeken om de tarp weer recht te zetten. Zo had ik een basiskamp om Surtningssue te beklimmen. Maar dan moest het wel weer groen licht worden want momenteel stond het op oranje en weldra rood.

Tien minuten verderop begon het al te druppelen wanneer ik vooraan in het zijdalletje aankwam. Ik stopte snel om mijn regenkledij aan te trekken en klom dan snel verder. Niet veel hoger verliet ik het pad en zocht me een plek. Veel soeps was er niet tussen een zee van rotsen, maar toch vond ik al snel een plek die goed genoeg was. De ondergrond was licht hellend, bestond uit kleine stenen met eronder een kletsnatte sponzen ondergrond. Maar meer had ik niet nodig. Voor even regende het hard maar ik zag dat het slechts even ging duren dus wachtte ik. Daarna werd het even droog en verscheen er bij wonder een stukje blauwe lucht. Nochtans zag ik in de verte een nieuw gordijn afkomen. Snel maakte ik van het korte intermezzo gebruik om de tarp recht te zetten. Niet veel later dreven weer lage donkere wolken over met felle regen en wind. Maar ik lag nu toch droog.

Niet om uit te houden

En nu was het heel simpel wachten tot het groen licht en zo lang moest ik daar uiteindelijk niet op wachten. Na een uur werd het weer droog maar Surtningssue (2368m) zat nog in de wolken. Kleine groepjes kwamen afgedaald van de berg. Zij hadden waarschijnlijk niks kunnen zien. Rond vijven achtte ik dan het moment gekomen en vertrok op weg. Voor de helft over rotsen, voor de andere helft over sneeuwvelden klom ik hogerop op de westflank van de berg. Bijna halfweg stootte ik dan op een grote steenman. Deze duidde het samenkomen van de twee routes aan. Surtningssue kan vanuit Memurubu namelijk over twee verschillende wegen beklommen worden, één via Memurudalen en de andere over Raudhamran hoog boven het dal. Over deze laatste route was ik van plan om later weer af te gaan dalen. Het vage pad zigzagde nu steil omhoog en kwam dan uit op het hellende rotsplateau langs de westkant van de berg. Hier kwam ik weer verschillende mensen tegen die allen terug kwamen van de top. Over een maanlandschap met hier en daar een sneeuwveld klom ik voort. Na een laatste steiler stuk bereikte ik uiteindelijk de top waar een ijskoude en harde wind blies. Het zicht was nu redelijk goed en ik zag de wolken net de top van Glittertind in het noorden vrijmaken.

Al na een minuutje daalde ik weer van de top af, niet opnieuw naar beneden maar langsheen de kam naar Sørtoppen (2302m). Deze stulp op de zuidkam bood een mooi zicht op de wilde oostkant van Centraal JotunheimenSurtningssue met aan de voet van zijn verticale oostwand de uitgestrekte Surtningsbrean, een gletsjer met redelijk wat crevasses. Het was vooral voor het uitzicht op Gjende dat ik naar deze zijtop uitweek want op Surtningssue zelf blijft het meer voor het zicht verborgen. Na een poos klom ik weer terug naar de top van Surtningssue zelf.

SkarvheimenDe foldertjes moest ik nu toch gaan tegenspreken. Surtningssue is zeker niet de mooiste uitzichtsberg in Jotunheimen. Het zicht is wel erg gevarieerd, van de zachte oostelijke bergen in het oosten met aan de horizon Rondane, tot de grote gletsjer aan de voet, de pieken in Centraal Jotunheimen en de hoogvlakte van Skarvheimen. Memurubu zal er wel voor iets tussen zitten.

360° panorama Surtningssue (2368m)

GlittertindIk was eigenlijk te vroeg naar de top vertrokken. Ik wilde weer de zonsondergang meemaken, maar dat was nog dik twee en een half uur wachten. Al mijn kleren had ik aan en probeerde me al bewegende en springende warm te houden. Veel zin had het niet. Met zo’n harde westenwind was er niet veel aan te doen. Een schuilplek voor de wind was hier niet te vinden tenzij ik me 140m van de oostflank liet vallen. Daar paste ik toch liever voor. Het snot vloeide trouwens weer rijkelijk uit mijn neus. Een goed uur heb ik het dan uiteindelijk volgehouden, maar dan begon ik toch af te dalen. Het was niet meer om uit te houden.

Weer bij de tarp was ik uiteraard weer goed opgewarmd om meteen mijn slaapzak in te kruipen. Na het avondmaal zette de nacht langzaam in en vielen ook mijn ogen dicht.

« Older entries