Vanoise (juli 2008)

You are currently browsing the archive for the Vanoise (juli 2008) category.

Inleiding

Begin juli trok ik door het Parc National de la Vanoise. De Vanoise bevindt zich westelijk in het Franse deel van de Graische Alpen, het massief waarvan langs Italiaanse zijde Gran Paradiso (4049m) de hoogste top vormt. In het zuiden begrensd door de vallei van de Maurienne en in het noorden door de Tarentaise. Velen van de meest mondaine skioorden van Frankrijk bevinden zich in de Vanoise: Tignes, Val d’Isère, Courchevel, Val Thorens enzoverder. Beklijvend is het scherpe contrast met het nationaal park en de omgeving erond. Skigebieden zijn tot helemaal tegen de grens van het park ingeplant. Wildbivakkeren is dan weer officieel verboden binnen de grenzen van het nationaal park. Ik heb er telkens zo hoog mogelijk gebivakkeerd in de open lucht en één maal onder de tarp. De tocht die ik uitstippelde is een uitbreiding van de tocht die staat beschreven in het boek “Trektochten in de Franse Alpen” van Hans Lasonder. Naast de trekking zelf plande ik alvast om in zijsprongen wat aan solo-alpinisme te doen met Pointe de l’Echelle (3422m) en La Dent Parrachée (3697m) als voornaamste geplande toppen. 

  • Gebruikt kaartmateriaal: TOP25 3534OT Les Trois Vallées / Modane / Parc National de la Vanoise.
  • Bekijk het fotoalbum.

Afstand: 16.5km
Duur: 6h10
Klimmen: 1780m
Dalen: 700m
Bergpassen: Col du Mône (2533m), Col de Chanrouge (2531m)
Bergtoppen: Petit Mont Blanc (2677m)

Vallée de ChavièreHalf zes is het wanneer ik mijn slaapogen open trek en me klaar maak. Iets na zessen komen een hele horde berglopers de kleine parking in het Vallée de Chavière op gelopen. Allen met een wedstrijdnummer op hun lijf geplakt, drankbussenriem om de heup, lopen ze naar boven. Het duurt meer dan een half uur vooraleer de allerlaatsten in een relatief slakkengangetje naar boven komen. Vandaag wordt net een bergloopwedstrijd gelopen door de Vanoise. Op een onmenselijk vroeg uur zijn ze deze ochtend in Pralognan-la-Vanoise (1418m) vertrokken voor hun 80km door de bergen waarbij ze een 2800m col over moeten. ‘t Is nog wat anders dan een dodentochtje als je ‘t mij vraagt.

Ik loop hen achterna, op een wandeltempo wel te verstaan. Een eindje hogerop sla ik rechts af richting Col du Mône. Het pad loopt gestaag bergop met per uitzondering eens een haarspeldje. De dalbodem komt steeds lager te liggen beneden, het uitzicht wordt magnifieker. Nog vrijwel volledig met sneeuw beklede gletsjers aan de overkant van de vallei, de Glaciers de Vanoise, en een pracht van een piek in het zuiden, Pointe de l’Echelle (3422m). Het weer is voorlopig nog goed. De zon schijnt uitbundig tussen de enkele wolkenvelden die snel over vliegen in een strakke zuidwestelijke bovenstroming. Er gaat vandaag nog veel veranderen weet ik.

Op Col du Mône (2533m) aangekomen is het al van dat. In de nabije verte in het westen komt toch al wat verrassend voor me een donkere muur van onweerswolken aangeraasd. Het eerste dondergerommel weerklinkt al. Het is nog maar net negen uur in de ochtend. Ondanks alles gooi ik snel mijn rugzak af en loop in snelle pas nog verder omhoog naar de top van Petit Mont Blanc (2677m), een klassieke uitzichtsberg die een mooie intro had moeten geven aan de tocht. Halfweg tussen de col en de top kom ik twee volwassen mannen tegen met vier kinderen. Het dondert intussen regelmatig, de zon schijnt al even niet meer en de eerste druppels beginnen te vallen. Ze snellen zich naar beneden, de kinderen duidelijk in paniek en opgefokt door de volwassenen met het gevaarlijke weer dat eraan zit te komen. Eén van de kinderen roept me toe “Vous êtes fou! Bon Courage!” Ik zie de volwassenen hetzelfde denken.

Boven op de top wordt het maar een blitz bezoekje van een paar seconden. Ook Grande Casse (3855m), de hoogste Vanoisetop in het oosten verdwijnt in de wolken. Bliksemschichten komen naderbij vanuit het westen. Ik trek nog snel een paar foto’s en haspel de afdaling af in looppas. Op de col kom ik zo net terug bij de groep die meteen de afdaling verder inzet. Het regent nu fel met stevige rukwinden. Het wordt voor mij geen snelle afdaling verder de col af. Mijn klak waait Lac du Pêtreweg en wanneer ik ze terug ben gaan halen een paar tientallen meter lager gebeurt hetzelfde met mijn regenhoes van de rugzak. Ze waait gewoon van mijn rugzak af. Ik ben duidelijk nog niet goed op dreef deze eerste uren. Ondertussen bedraagt de tijd tussen bliksem en donder slechts enkele seconden maar ik blijf er zoals altijd rustig bij. De afdaling verloopt vlotter maar ik krijg het ijskoud. Geen tijd gehad om naast mijn regenjas nog extra warme kledij aan te doen. Tijdens het afdalen trekt het onweer weg, maar de regen stopt pas wanneer ik aan de Chalets de la Grande Val (2180m) aankom, een gesloten ruime herdershut. Ik pauzeer hier even en laat al wat dingen drogen. De zon komt intussen weer tevoorschijn.

Even later ben ik alweer op weg naar het Plan du Pêtre met het mooie gelijknamige bergmeer (2282m) op de grens met het Nationaal Park van de Vanoise. Aguille du Fruit (3051m) en Aiguille de Chanrossa (3045m) zijn de voornaamste kalkstenen toppen die de omgeving van dit hoge dal versieren. De eerste marmottenkreten weerklinken. Ik stap het Parc National binnen.

Steeds meer wolken die snel over razen. De zon werpt nog maar af en toe een smalle bundel zonlicht door de wolken op het berglandschap waarop het lichteilandje op zijn beurt dan een snelle oversteek maakt door de vallei. Dat is het voornaamste schouwspel dat ik te zien krijg op weg naar Col de Chanrouge (2531m). Al redelijke sneeuwvelden die worden overgestoken tijdens het klimmen. Op de winderige col steek ik meteen door en daal het korte Vallée de Chanrouge in waar ik beneden op de dalbodem de middagpauze houd. Intussen komen ook nog eens lage wolken vanuit de vallei in het westen naar boven gestoomd. Ik maak de pauze niet te lang om toch de wolkenmassa voor te blijven en niet in de mist terecht te komen.

Op de kaart turend beslis ik om in de nabijheid van de Lacs du Mont Coua een bivakplek te zoeken. Deze hoog gelegen bergmeren liggen erg verscholen in de westelijke uithoek van het nationaal park. Volgens mij worden ze slechts zelden bezocht. De route naar de meertjes loopt van de dalbodem vandaan over een steile klim. Al snel loop ik over sneeuw omhoog een brede couloir in. De sneeuw is net niet steil genoeg om het stijgijzerloos te redden. Op een 2800m hoogte kom ik op een soort valse col uit. Hier ontmoet ik het hoge dal waar wat lager de bergmeren verborgen liggen. Hierboven ligt alleen nog maar sneeuw met enkele rotsblokken die eruit priemen. Hoog verder in het zuiden loopt het smalle dal dood op de Col des Fonds (2907m). Graag had ik op de col gaan liggen maar omdat het beslist nog zal gaan onweren verkies ik de bergmeren. Uiteindelijk vind ik een bivakplek op de rotsen op 2810m hoogte aan het hoogst gelegen meertje dat nog volledig met ijs bedekt is en waarvan ik tevens ontdek dat het niet op de kaart staat ingetekend. Wanneer ik de tarp recht zet begint het weer te onweren. Nat kruip ik onder het zeil. Het is nog vroeg in de namiddag maar ik houd het al voor bekeken voor vandaag en kruip in de slaapzak. Meermaals in de namiddag onweert het met fijne hagel, gevolgd door dikke mist waarna de zon weer even doorbreekt en het volgende onweer zich aankondigt. ’s Avonds begint het onophoudelijk te regenen wanneer het koufront de Alpen bereikt met nog wat weerlicht van onweer in de nabijheid. Pas rond 2 uur ’s nachts wordt het droog, maar goed slapen doe ik ook daarna niet.

Afstand: 22.5km
Duur: 11h30
Klimmen: 2020m
Dalen: 1910m
Bergpassen: Col des Fonds (2907m), Col du Soufre (2819m), Col du Charrière (2796m), Col de la Masse (2923m)
Bergtoppen: Pointe des Fonds (3024m)

Het is zonsopgang, half zes wanneer ik op sta. Brede opklaringen boven het hoofd. Na het ontbijt en de bivakopruiming stijg ik verder het dal door over de sneeuw tot op Col des Fonds (2907m). Een prachtig uitzicht is het naar de andere kant. Pointe de l’Echelle (3422m), één van de mooiste bergen van de Vanoise staat daar frontaal voor me te pronken. Het Lac Blanc (2429m), niet wit maar blauwgroenig van kleur, gaapt diep beneden en rechts Aguille de Polset (3501m) met de Pointe de l'EchelleGlacier de Gébroulaz. Eén van de langste gletsjers van de Vanoise, die langgerekt de noordelijke hellingen van de berg afrolt. Ik laat mijn rugzak even rusten op de col en beklim Pointe des Fonds (3024m). Af en toe met de handen over rotsblokken net onder de graat blijvend bereik ik de top met een gelijkaardig uitzicht als op de col. Maar al snel dien ik weer af te dalen. Donkere wolken komen alweer over gedreven in de nog steeds krachtige zuidwestelijke stroming. Ik zie Aguille de Péclet al in de wolken verdwijnen. Weer op de col aangekomen begint het te sneeuwen en hard te waaien. Ik neem mijn rugzak op en daal weer af richting Lacs du Mont Cua. Wat lager gaan de sneeuwvlokken over in regen, maar het regent redelijk door. Mijn kletsnatte dunne zomerbroek plakt volledig koud aan de benen. Een regenbroek behoort al lang niet meer tot mijn hikinggear.

Een echte route vind ik niet, slechts een paar steenmannetjes kom ik tegen langs de bergmeren. Het grootste bergmeer (2672m) is redelijk uitgestrekt. Over rotsig terrein vorder ik gestaag langsheen de oever naar de noordwestpunt van het meer waar de rivier die uit het meer vloeit zich via enkele watervallen de dieperik in stort om lager tijdelijk onder een groot sneeuwveld te verdwijnen. Ik kijk nog eens om. Het is een mooi zicht. De regen die over het meer naar beneden dwarrelt, de bergtoppen in de grijze massa verscholen. Sinds de gebeurtenissen in Jotunheimen kan me tegenwoordig zoiets smaken. Vroeger zou ik nog niet hebben omgekeken.

Lac du Mont CouaHet is even uitkijken aan de afgrond hoe ik verder kan afdalen. Ik blijk de rivier over te moeten en stoot dan verrassend op een pad. De route blijkt langs de andere oever van het meer te lopen. Ik daal steil af. Het pad is veranderd in een rivier met de regen. Lager dien ik voorzichtig het steile sneeuwveld over te steken met de bergrivier die er ergens onderdoor loopt. Nog een eind lager kronkelt het pad zich doorheen een fraaie omgeving van frisgroen alpengras en langsheen watervalletjes richting de eindmorenes van de Glacier de Gébroulaz. Geleidelijk houdt het op met regenen.

Op het morenemateriaal van de gletsjer sla ik linksaf op een steenmannetjesroute die me hogerop langsheen de uitgestrekte gletsjer verder omhoog brengt. De wolken trekken langzaam op en de hoogste bergen blijken een vers wit kapje te hebben verkregen. Een groep alpinisten daalt af op de gletsjer. Ze stoppen voor een pauze waarop een dame van het gezelschap achter een ijsbult haar boodschap gaat doen. Met haar bloot gat naar mij gericht loop ik er voorbij… met wat later een kreet. En de groep maar lachen.

Het loopt niet soepel over het losse puinmateriaal op de zijmorene en ik ben blij wanneer de route links afbuigt en klimt naar Col du Soufre (2819m). Een echt maanlandschap is het naar de col toe, fel roodbruine kleiige hellingen bekleed met sneeuwvelden. Op de col weer Pointe de l’Echelle die de show steelt, zijn top kietelend tegen de wolken. Al is het zicht er niet voor lang want wanneer ik bij het Lac Blanc (2429m) uit kom zweven mystieke lage wolken over. In dichte mist kom ik bij de Refuge de Péclet Polset (2474m) aan. Ik houd er de middagpauze op een bank buiten. Dagjesmensen arriveren van lager uit het dal.

Door koude mist loopt het verder naar de Col du Charrière (2796m). Onderweg duikt het silhouet van een verstijfde steenbok op. Hij staat daar stokstijf te staan op een uitstekende rots totdat hij plots verdwenen is bij een volgende blik. Net onder de Col du Charrière wandel ik de mistmuur uit. Er is weer zicht en ik zie de col rechts voor me uit liggen. Over sneeuw loopt het licht klimmend tot aan de finale puinhelling. Een hele troep fransen daalt af en ik dien even te wachten. Op de col blijkt het weer duidelijk aan de betere hand in het zuiden. Wolken trekken langzaam op en de mist verdwijnt uit de dalen. In de plaats verschijnt de zon.

De afdaling loopt een tijdje over steilere sneeuwvelden. Later loop ik langzaam afdalend over een duidelijk pad verder. Voorbij het Lac de la Partie (2458m) stop ik even voor een kleine pauze. Komen er net twee kleine vlegels de berghelling Slapende steenbokaf gerold en gehuppeld. Twee marmotten zijn het. De ene zit de andere achterna. De vluchter duikt in een holte onder een rotsblok. Zijn dikke vette belager geraakt er schijnbaar niet bij. En maar fluiten en piepen tegen mekaar. Ze zijn zo druk met elkaar bezig dat ze me blijkbaar niet hebben opgemerkt. Toch mislukt mijn poging om stilletjes proberen te naderen meteen. Een eindje verderop staat een troep steenbokken op het pad. Al blazend zetten ze op het allerlaatste moment enkele stappen opzij wanneer ik passeer. Ik loop een tiental meter door en sla de troep gade. Allemaal gaan ze erbij liggen in de middagzon. Enkele minuten later vallen ze ondanks mijn aanwezigheid één voor één in slaap.

Nog een tijdje loopt het pad verder zuidwaarts over een hoog balkon vooraleer de zigzaggende afdaling aanvat naar de Refuge de l’Orgère. Aan de berghut aangekomen sla ik meteen linksaf en loop het keteldal dieper in. Niet veel verder in het dalhoofd passeer ik heel wat dagjesmensen die hier naar de waterval komen kijken. Twee steenbokken wat hogerop krijgen echter meer aandacht van het volk. Ik klim nu steil het hangend dal in dat me naar de Col de la Masse (2923m) zal brengen, een kleine 1000m hoger. Het wordt een lange zweetklim in de brandende zon. Vanaf een 2300m hoogte verschijnen alweer de eerste sneeuwvelden. Nog hoger loopt het regelmatig over vrij steile sneeuwvelden verder, maar gelukkig is er overal een goed spoor. Hogerop komt de col in zicht en wanneer ik dan van achter een rotshelling Pointe de l’Echelle (3422m) en Roc Noir (3316m) zie verschijnen wordt het volop uitzichtgenieten.

La Dent ParrachéeMaar toch, de laatste stukken tot op de brede col lopen niet vlot meer. Ik voel me niet meer fantastisch en bedenk dat ik vandaag zoals zo vaak erg weinig heb gedronken. Hoe is het toch weer mogelijk. Het laatste stuk tot op de col loopt over vaste rots en rotsplaten, voor mij moeizaam. Boven blaast een ijskoude wind maar het uitzicht op La Dent Parrachée (3697m) is er één waar ik mijn ogen niet dadelijk van weg krijg geslagen. Toch, snel doe ik al mijn kledij aan die ik maar bij me heb, inclusief handschoenen en muts. Koude rillingen blijven. Het plan om op de top van Le Rateau d’Aussois (3131m) te gaan liggen laat ik maar varen. Ik voel me te ziek.

Beschut tegen de wind achter een rotsrichel bereid ik het avondmaal dat ik maar bij mondjesmaat naar binnen krijg gepropt. Daarna zoek ik me een windbeschutte en bivakbare plek op de col. Het duurt even voor ik die vind. Tegelijkertijd zakt de zon weg achter de bergen. Een klein half uur voor zonsondergang ga ik slapen terwijl La Dent Parrachée (3697m) er in mooie gloed bij staat te pronken. Snel val ik in slaap maar rond middernacht word ik even wakker. Het is onbewolkt boven mijn hoofd maar toch staat de hemel regelmatig te flitsen. Verder in het noorden is een nachtelijk onweer amok aan het maken. Ik weet dat dit niet voor mij is en ik gerust kan verder slapen. En zo geschiedde.

Afstand: 13.5km
Duur: 9h00
Klimmen: 1600m
Dalen: 1480m
Bergpassen: Col de la Masse (2923m)
Bergtoppen: Grand Roc (3316m), Pointe de l’Echelle (3422m), Le Rateau d’Aussois (3131m)

Geen wekker gezet die ochtend. Omdat ik me gisteren zo slecht voelde zou ik deze ochtend afwachten. Pas rond negen uur, de zon schijnt al fel, word ik wakker en kom recht. Ik voel me weer goed, alsof er niks is gebeurd gisteren. Gelukkig gisteren avond me nog opgepept om zo veel mogelijk te drinken. Het is me nu de tweede keer dat dit liedje me overkomen is. Dat is voor mij één keer te veel.

Pointe de l'EchelleWanneer ik me klaar maak komen de lage wolken, die zich voorbije nacht in het dal hebben gevormd, de oostelijke hellingen opgerezen. Een enkeling geraakt tot op mijn hoogte, maar de lucht hierboven is duidelijk te droog om de waaghalzen een langer leven te beschoren. Wanneer ik bijna ingepakt ben verschijnt de eerste dagjesmens op de col. Hij komt na een tijdje naar me toe. ’s Ochtends vroeg was hij in de mist vertrokken van aan de parking aan de Refuge de l’Orgère. Voor mij althans ontstaat er een grappige conversatie over het weer. Verwonderd dat hij was dat ik zonder tent heb liggen slapen. « Vous n’avez pas peur que t’il pleuvrai pendant la nuit ? » Maar nee, meestal zie ik wel wanneer ik iets over mijn hoofd moet trekken, antwoord ik hem in het Frans. Hij geeft toe dat hij niet zou kunnen zien aan de wolken of het zou gaan regenen of niet. Vandaag en heel de rest van de week zou het slecht weer worden, vertelt hij me. Dat had hij gevonden op het internet. Wat je op het internet vindt, daar moet je nooit op vertrouwen, antwoord ik hem resoluut. Tot vrijdag wordt het alvast goed weer verduidelijk ik hem, zonder te vertellen vanwaar ik dat zou hebben gehaald. Hij lijkt me meteen te geloven en vertrekt weer voor de afdaling. Ik ga nog Pointe de l’Echelle (3422m) op en Le Rateau d’Aussois (3131m) verduidelijk ik hem al wijzend naar de toppen. Zijn reactie van ongeloof vertelt boekdelen als hij Pointe de l’Echelle bekijkt.

Pointe de l'EchelleEn gelijk heeft hij. Een messcherpe graat valt zuidwaarts tot op het kleine stulpje dat Roc Noir is genoemd. Deze berg is geen platte koek, maar ik ga het proberen. Over de bergkam die de brede col vormt loop ik merendeels over sneeuwvelden in de richting van Roc Noir die Pointe de l’Echelle nu achter zich verborgen houdt. Op het laatste rotseilandje op het sneeuwveld laat ik de rugzak achter. Het topvak rits ik af en gebruik ik als dagrugzakje, stijgijzers worden aangebonden en pickel in de hand. Het sneeuwveld wordt steiler. Bovenaan tegen de graat is de sneeuw door de wind geboetseerd tot een helling van een 55°. Met de doorn in de harde sneeuw borend klim ik op de voorste punten van de stijgijzers de graat op. Een koppel alpinisten staat hier in corde tendu uit te rusten. Zij hebben de nog moeilijkere noordgraat bedwongen en dalen wat later af. Ik loop er maar als amateurtje bij, zo zonder gordel of helm. De top van Pointe de l’Echelle is nu weer te zien. Ik zie dat dit alvast geen eenvoudige klim wordt. Ik doe mijn stijgijzers uit en klim over rotsblokken en een enkel sneeuwveld verder tot op Roc Noir (3316m). Tot hier zou een ervaren bergwandelaar het nog kunnen redden. Verder naar Pointe de l’Echelle heb ik mijn twijfels.

Het uitzicht is hier fenomenaal. De graat naar Pointe de l’Echelle is ferm ruig en steil langs alle kanten. Vooraan ligt nog een sneeuwcorniche. Ik betreed de smalle graat. Slechts een halve meter rots heb ik in de breedte en de wind blaast Ecrinsredelijk hard tegen mijn linker flank aan. Elke mistap kan nu fataal zijn. Le Fond d’Aussois, de bodem van het dal, ligt rechts diep beneden. Dan betreed ik de sneeuw, goed langs de andere kant blijvend van de corniche. Een vijftig meter verder stap ik af de sneeuw en laat mijn pickel tussen de rotsblokken liggen. Het laatste stuk tot op de top klauter ik op handen en voeten over rotsblokken, doorheen schouwen en een enkele keer nog over een steil en moeilijk sneeuwveld verder net oostelijk onder de graat blijvend. Onderweg stoot ik nog mijn knie. Even kermen van de pijn, maar het gaat snel voorbij. Dan kom ik op de graat terecht. Op de westelijke flank lopen rotsplaten naar beneden, net niet steil genoeg om er op te lopen. Zo loop ik verder noordelijk over de graat voort, verscheidene malen enkele rotsformaties opklimmend en een enkele keer een bres over springend. Tot slot daal ik nog een schoorsteen in op de oostelijke flank om een onoverbrugbare rotspilaar op de graat voorbij te geraken. Uiteindelijk klim ik een volgende schouw weer in en kom bij de echte top uit. Het hoogste punt wordt weer gevormd door een rotspilaar.

Een geweldig gevoel overvalt me op de top. Overal fantastische zichten om me heen. De Ecrins met de zo opvallende Barre des Ecrins (4102m), in het oosten La Dent Parrachée (3697m) en Gran Paradiso (4061m) en in het noorden kan je niet naast Mont Blanc (4807m). Overal diepe afgronden om me heen en een blik op de noordgraat vertelt me dat ik toch beslist nog eens met een klimpartner moet terug keren.

De afdaling verloopt redelijk vlot, toch voor het soort terrein waar ik me op bevind. Moeiteloos bereik ik weer mijn rugzak. Terug op Col de la Masse loop ik meteen door naar Le Rateau d’Aussois (3131m). Over rotsblokken loopt het even steil tot op het topplateau van deze berg, net niet steil genoeg om wandelstokken te moeten opbergen. Boven lopen enkele dagjesmensen rond. Deze berg biedt vooral een mooi overzicht op de vallei van de Maurienne en een geweldig zicht op de zuidelijke graat van Pointe de l’Echelle. Bivakkeren is trouwens ruim mogelijk op de top, maar een tentje stabiel recht krijgen zou wel niet fantastisch gaan op de harde stenen ondergrond.

Ik daal weer af tot op de Col de la Masse en loop meteen verder de oostelijke afdaling af waarbij weer een lang sneeuwveld dient worden afgedaald. Na een lange poos kom ik beneden in het dal boven het stuwmeer Plan d’Amont (2078m) uit, Pointe de l'Echellesteek de Pont de la Sétéria (2206m) over en begin dan weer met een klim naar de Refuge de la Fournache. Hier aan de privéhut loop ik naar de brede grindweg die me verder het Vallon de la Fournache in brengt met de steile gevorkte pieken van Pointe de la Fournache (3639m) en nog voor even het topje van La Dent Parrachée (3697m) steil uit pronkend aan het dalhoofd. La Dent Parrachée gaat mijn volgend slachtoffer worden. Het plan tot topbivak of ten minste daar ergens boven dicht bij de top laat ik vallen. Het is al te laat en bovendien vrees ik dat het boven toch net te koud is voor een nachtje in mijn zomerslaapzak.

Niet veel verder buigt de grindweg af naar het skigebied dat hier net tot tegen de grens van het Nationaal park is neergeplant en welke gelukkig uit mijn zicht blijft. In de plaats volg ik een vaag spoor steil verder doorheen het gras, tot ik hogerop aan een plek uitkom waar verscheidene bronnen aan redelijk debiet uit de grond komen geborreld en de stroompjes zich meteen samenvoegen tot een uit de kluiten gewassen Ruisseau de la Fournache. Hier vul ik mijn watervoorraad weer helemaal bij want ja hoor, ik heb vandaag al 2 liter water gedronken.

Door de kale dalbodem loop ik verder tot ik weer een vaag paadje op loop. Wandelpaden zijn er hier niet meer. Het Vallon de Fournache wordt immers vrijwel enkel ingelopen door alpinisten die La Dent Parrachée (3697m) willen bedwingen. La Dent ParrachéeHogerop klimt het over harde sneeuwvelden en morenen verder tot ik aan de voet van Pointe de la Fournache (3639m) sta op een uitgestrekte gletsjerrestant met links Col de la Dent Parrachée (3338m) en rechts in de zuidelijke kam een sneeuwcouloir die tot op de Brèche de la Loza (3480m) loopt. De normaalroute naar de top van La Dent Parrachée loopt via de col. Indien de couloir onder de Brèche de la Loza (3480m) nog gevuld is met sneeuw en het gruispuin nog niet bloot ligt, wordt deze aangeraden als afdaalroute. De sneeuw bovenaan de gletsjerrestant loopt niet helemaal tot op de Col de la Dent Parrachée. Het laatste stuk loopt over een steile en blijkbaar enerverende gruishelling. Ik beslis daarom om de berg op te gaan via de Brèche de la Loza en om ook langs hier weer te gaan afdalen.

Op de vlakke morenerug op een hoogte van 3050m vind ik een geschikte plek om me neer te leggen. Tenminste die plek creëer ik voor mezelf door een hard bed te maken van platte rotsplaatjes. De nacht is net ingezet wanneer ik mijn avondmaal op heb en ga slapen. De wekker zet ik op 4u30. Omstreeks tien voor zes komt de zon op, wist ik. Zou ik naar schatting toch op tijd op de top moeten geraken na nog een vlug ontbijt en klaargemaak. De sneeuw zal immers op het einde van de nacht beenhard zijn, ideaal om snel te vorderen.

Afstand: 14.5km
Duur: 12h25
Klimmen: 1760m
Dalen: 1890m
Bergpassen: Col d’Aussois (2916m)
Bergtoppen: La Dent Parrachée (3697m), Pointe de la Fournache (3639m), Pointe de Bellecôte (3139m), Le Grand Chatelard (2817m), Pointe de l’Observatoire (3015m)

Het is rond drieën in de nacht wanneer ik wakker wordt. Slapen komt er niet meer van. In de plaats tuur ik naar de bergsterrenhemel. Om de minuut zie ik wel een vallende ster. Intussen nadenken of ik wel goed heb gerekend. Misschien moet ik toch eerder vertrekken? Het wordt toch 4u30. Ik eet snel twee stukken toerbrood op, kleed me aan en neem mijn rugzak waar nu vrijwel niets meer in zit. De rest van mijn spullen verstop ik tussen de rotsblokken.

4u50. Op stijgijzers loop ik de couloir in. Het loopt minder vlot dan ik had gewild. De sneeuw is erg oneffen. De zon heeft er overal putten in gebrand. Naarmate ik de couloir verder in klim wordt de helling steiler en steiler. Tevens kwijnen de sterren langzaam weg en zie ik die zwarte hemelnacht plaats maken voor donkerblauw. Bovenaan in de couloir hoor ik water stromen onder de sneeuw. Ik klim verder. De laatste honderd hoogtemeters gaan aan een 50 à 55° omhoog. ZonsopgangKruipend op handen en stijgijzerpunten loop ik tegen de helling op naar boven. In de Brèche de la Loza (3480m) zie ik voor het eerst weer de top van La Dent Parrachée (3697m). De hemel wordt witter in het oosten. Ik twijfel of ik nog op tijd boven zal geraken en gun me dus geen minuut rust. Over een kort stuk traverseer ik een steil sneeuwveld en kom dan op de firnhelling op de zuidflank van de berg terecht. Sporen lopen al zigzaggend naar boven over de gemiddeld 45° steile helling. Ik boor daarentegen rechtdoor naar boven tegen een tempo dat ik net niet buiten adem geraak. Snel kom ik op de westgraat uit die merendeels uit een sneeuwcorniche bestaat. Het laatste stuk klim ik over de sneeuw op de graat en finaal over losse stenen naar de top. Het laatste stukje vraagt toch wat geklauter met de handen.

Top La Dent ParrachéeDe zon is er nog niet, maar het uitzicht is alvast fantastisch te noemen. Vrijwel alle vierduizenders van de Walliser Alpen zijn te zien in het noordoosten met de Matterhorn (4478m) uiteraard als meest opvallend exemplaar. Mont Blanc (4807m) en Gran Paradiso (4061m) dichterbij. In de zuidelijke helft de Ecrins met erboven de paarse ochtendgloed veroorzaakt door de oprijzende zon. Ver in het zuiden torend Monte Viso (3841m) als een beest overal bovenuit. De top bestaat uit twee even hoge punten waar plek is voor een paar personen, gescheiden door een smalle sneeuwgraat. Absoluut geen bivakmogelijkheden. Er blaast een koude noordenwind, te koud om me warm te houden in mijn kleren.

Monte VisoStipt om 5u50 verschijnt de zon naast Gran Paradiso (4061m). Slechts 5 minuten heb ik moeten wachten. Wat er in het half uur daarna allemaal gebeurt aan verkleuringen is puur genieten. La Dent Parrachée (3697m) laat zelfs een mooie schaduwkegel in de Maurienne vallen. Beschut tegen de koude wind achter de grote steenman net onder de zuidtop heb ik meer dan een half uur verder liggen rond turen.

Om 7u10 begin ik met de afdaling en pik onderweg Pointe de la Fournache (3639m) ook nog mee. Deze berg is hier bovenaan slechts een uitstulping op de westgraat. Tijdens het afdalen naar de Brèche de la Loza (3480m) kom ik de eerste alpinisten tegen. Ik sla een kort praatje. Ze zijn deze ochtend vroeg vertrokken aan de Refuge de la Dent Parrachée en hebben op aanraden van de huttenwaard de normaalroute ook vermeden.

In de Brèche daal ik meteen verder af. Beneden op de sneeuw klimt een koppel verder naar boven. Ik kruis ze onderaan in de couloir. Het wordt 8u20 wanneer ik terug op de morene bij mijn spullen ben. Na een tweede ontbijt ben ik weer te been. De beslissing gemaakt om Pointe de Bellecôte (3139m) ook op te gaan. Deze berg ligt op de lange zuidkam van La Dent Parrachée en zo turend op de kaart zou die top wel eens een geweldig zicht kunnen geven op de zuidkant van de berg.

La Dent ParrachéeDe aanlooproute is alvast vloeken wanneer het over losse morenehellingen verder loopt. Meermaals veroorzaak is vallende stenen of een kleine steenlawine. Beneden aan de voet van de berg laat ik mijn rugzak achter. Mijn wandelstokken neem ik mee. Naar boven wordt het nog meer vloeken. De westflank van de berg bestaat uit een puinhelling van kleine losse rotsblokken. Niks vervelenders dan dat. Bij elke stap is het oppassen of er niets gaat schuiven. Zuidelijk van de top kom ik onder de rotsformaties op de kam uit. Hier laat ik mijn stokken achter. Na een korte traversée klim ik een schacht in en kom vervolgens langs de andere kant van de kam terecht. Hier klim ik over de rots verder naar de top. Inderdaad een machtig uitzicht op La Dent Parrachée (3697m). Heel de route die ik heb genomen naar de top is te overzien.

Weer beneden pik ik mijn rugzak op en loop afwisselend over sneeuw en ambetant morenemateriaal westelijk in de richting van Le Grand Chatelard (2817m). Dit bergje ligt midden in het Vallon de la Fournache, een ideaal uitzichtpunt. Over grashellingen klim ik naar het vlakke topplateau welke bestaat uit gras, ideaal om te bivakkeren.

Na de lange pauze neem ik het pad dat vanaf de col ten noorden van Le Grand Chatelard (2817m) in westelijke en later noordelijke richting verder loopt naar Plan de la Gorma. Dit pad is een aangename ontdekking want het staat totaal niet op de kaart. Net voor Plan de la Gorma sla ik linksaf en daal af tot bij de Refuge de la Dent Parrachée (2520m). Het is er stikdruk, maar toch bestel ik een cola en een omelette montagnarde.

Pointe de l'ObservatoireDe rest van de namiddag daal ik verder af naar Le Fond d’Aussois, een vlakte in het dal waar het krioelt van de dagjesmensen, sommige met dikke pensen, anderen op sandalen. Rare blikken als ze mij passeren. Ik kan op een gegeven moment mijn lach niet inhouden. Nog meer vervreemde blikken. Ze lopen allemaal tot aan de Refuge du Fond d’Aussois (2324m), eten of drinken er iets duurs en lopen weer terug naar hun auto die ze geparkeerd hebben aan het stuwmeer Plan d’Amont (2078m). Voorbij de hut klim ik nog een hondertal hoogtemeters verder en plof me dan neer in het gras een eindje van het pad met een mooi zicht op de Col d’Aussois (2916m). Op deze col wil ik vannacht bivakkeren, maar het heeft geen zin om nu al verder te gaan. Regelmatig komen ook hier dagjesmensen naar beneden gewandeld, dit keer zijn het uitsluitend dagjesmensen van het sportievere type. Op de col zie ik de soort samengetroept als een groep mieren staan. Geen zin om me daar bij te vervoegen, smeer ik me goed in met zonnecrème en val dan in slaap op het gras. Een uur later word ik weer wakker met droge slaapogen. Nog steeds veel dagjesmensen die voorbij lopen naar beneden, maar op de col zie ik niet veel volk meer staan. Ik trek dus weer op weg.

Nog enkele steenbokken onderweg en tot slot enkele sneeuwvelden. Je bent zo op de Col d’Aussois (2916m). De laatste dagjesmensen vertrekken weer naar beneden wanneer ik boven ben. Het is een brede col met ruime bivakgelegenheid. Ik vind een ideale plek tussen voor gestapelde stenen. Ik installeer me en begin met het avondeten.

Ten westen van de col ligt Pointe de l’Observatoire (3015m), een gemakkelijk topje dat je snel meegepikt hebt. De echte Pointe de l'Echelletop bestaat uit een rotsblok waar slechts plek is voor jou alleen. Ik bezoek de berg meteen na het avondmaal. Prachtig uitzicht op de noordkant van Pointe de l’Echelle (3422m). Ook het zicht naar het noorden is indrukwekkend. Een steile, bijna verticale afgrond valt het Vallée de Chavière in met aan de horizon de Mont Blanc. Steenbokken lopen intussen rond op de col. Enkelen klimmen tot op de kam die van Pointe de l’Observatoire (3015m) helemaal tot op Pointe de l’Echelle (3422m) loopt.

Weer op de col zet ik mijn wekker en kruip ik mijn slaapzak in. Een uurtje slaap ik weer en wordt dan weer wakker van het alarm. Het wordt vloeken want mijn inschatting was slecht. De zon staat al te laag en beschijnt nog net het bovenste stuk van Pointe de l’Echelle (3422m). De sterkste alpenglow is al verdwenen. Het had nog mooier kunnen zijn. Te moe, trek ik maar meteen weer mijn slaapzak in en val meteen weer bonk in slaap. Mijn wekker heb ik op 7u gezet. Geen zonsopgang morgen, ik heb dringend voldoende slaap nodig.

Afstand: 19.0km
Duur: 10h30
Klimmen: 1590m
Dalen: 2110m
Bergpassen: Col d’Aussois (2916m), Col du Vallonnet (2653m), Col de la Vallette (2554m), Col du Petit Marchet (2543m)
Bergtoppen: La Tête d’Aussois (3126m), Pointe de l’Observatoire (3015m), Roc du Blanchon (2747m)

Veel te veel dagjesmensen vandaag, maar goed. Na ontbijt pak ik meteen in en trek oostelijk over de brede kam. Tête d’Aussois (3126m) wil ik als opwarmer beklimmen. Aan de voet van het blokkenveld laat ik mijn rugzak achter. Over de grote blokken klim en spring ik verder, finaal klauterend tot op de zuidtop. Tête d’Aussois (3126m) bestaat uit drie granieten toppen. De laatste twee zijn niet zo gemakkelijk meer te bereiken, maar ik probeer verder. Een stukje afdalen met beneden een steil sneeuwveld. Doorheen schachten weer omhoog klimmen en zo kom ik op de centrale top uit. De noordtop is zowat een herhaling, zij het dat er nu eerst langs de oostflank een stuk dient afgedaald te worden, om vervolgens de kam weer over te klimmen om via de westflank weer de noordtop te bereiken. Tête d’Aussois (3126m) biedt de minste uitzichten van alle toppen die ik ben op gegaan, maar toch wel nog steeds de moeite.

Met rugzak weer op Col de la Masse (2916m) pik ik voor een tweede maal even Pointe de l’Observatoire (3015m) mee en daal vervolgens meteen verder af van de col naar het noorden. De eerste dagjesmensen zijn intussen al gearriveerd en het Vallée de Chavièrewordt er meteen druk. In de afdaling nog meer volk dat ook vanuit het noorden naar de col omhoog komt. Twee sneeuwvelden onderweg. Beneden volg ik de route hoog doorheen het Vallée de Chavière die me na een hele tijd in het zijdal brengt onder de Glacier de Génépy. Hier klim ik over een vaag paadje, uitgesleten door het vee, weg van de dagjesmensensnelweg. Het wordt meteen een verademing. Voorbij de Cabane de Vallonet kom ik hoger tussen de kudden schapen terecht. Een paar zieke scharminkelexemplaren ertussen die last hebben van woluitval en blijkbaar elk moment kunnen dood vallen.

Boven op de Col du Vallonet (2653m) maak ik nog een vlugge zijsprong naar Roc du Blanchon (2747m). Het uitzicht maakt toch een stapje terug. Dan daal ik de col af. Een route, steenmannetjes of een pad is er niet meer. Een eind lager houd ik Steenbokjonghalt om de kaart te bekijken. Net op dat moment hoor ik achter me een vreemd geluidje. Wanneer ik me omdraai staat er een hoogstens enkele weken oud steenbokjong me aan te staren. Hij komt na wat twijfelen helemaal naar me toe gewankeld. Veel fitheid zit er niet meer in. Ik krijg meteen medelijden maar kan niets doen. Nergens een moeder te bespeuren. Ze ruikt aan mijn broek. Ik zet maar meteen enkele stappen achteruit met het gedacht van mijn mensengeur maar niet over te dragen. Het beestje zou anders zeker resoluut verloren zijn. Beseffend dat ik blijkbaar toch niet tot de steenbokkensoort behoor druipt ze het af. Wat verder valt ze neer in het gras. Ik kan het niet meer aanzien en neem snel mijn rugzak weer op om verder te trekken.

Langsheen de beek daal ik steiler af en kom na een tijd lager weer op het wandelpad uit. Dagjesmensen dalen af, komende van de Refuge de la Vallette (2545m). Na de lange klim passeer ik later ook bij de hut. Het is dan al na vijven en dagjesmensen zijn dan plots nergens meer te bespeuren. Over Col de la Vallette verschijnt weer verrassend Grande Casse (3855m). Ik daal de Cirque du Petit Marchet in. Het is een plek die sterk lijkt op de Cirque de Gavarnie in de Pyreneeën, maar dan van ietwat kleinere dimensie, maar wel met meer watervallen. Beneden in de cirque stroomt het water samen tot één bedding die plots abrupt de grond in verdwijnt door een spleet in de rotsen. Een speciale plek is het. Ik klim nog voort tot op de Col du Petit Marchet (2543m) waar langs de andere kant de Cirque du Grand Marchet voor mijn voeten ligt. Verder afdalen van op deze col is onmogelijk. Beneden in de Cirque du Grand Marchet verschijnt het water weer uit de Cirque du Petit Marchet aan de oppervlakte.

Vallée de ChavièreIk daal weer af naar de vlakke bodem in de Cirque du Petit Marchet terwijl een troep gemzen weg vlucht. Ik installeer me op het gras onder de watervallen, bezoek nog het verdwijngat en gooi er wat stenen in maar ik krijg de stop niet dicht. Tijdens het avondmaal volg ik met mijn oog het vallende water. Ongeveer dertig seconden duurt het om beneden in de cirque te geraken. Bij de Grande Cascade in de Cirque de Gavarnie duurt het toch nog een stuk langer. Nog voor zonsondergang ga ik slapen.

Afstand: 24.0km
Duur: 10h10
Klimmen: 1640m
Dalen: 2310m
Bergpassen: Col du Grand Marchet (2490m), Col de la Vanoise (2510m), Col Rosset (2545m), Col Noir (2512m)

Altocumulusvelden drijven over wanneer ik rond zonsopgang even wakker word. Om 7u sta ik op. De zon schijnt intussen uitbundig. Ik klim de Cirque du Petit Marchet uit een keer weer een stukje terug over het pad. In het westen hangen weer velden altocumulus met erboven de toppen van verder opbollende cumuluswolken. Het mooie weer is weldra gedaan.

Cirque du Grand MarchetIk daal af over het pad naar de Cirque du Grand Marchet. Deze is alvast niet veel specialer dan zijn hoger gelegen kleiner broertje. Op de Col du Grand Marchet (2490m) verdwijnt de zon achter de wolken. De afdaling langs de oostkant verloopt erg steil met nog een gevaarlijk sneeuwveld tussendoor. Lager begint het af en toe lichtjes te regenen. Beneden in de Cirque de l’Arcelin sla ik rechtsaf op een pad dat me na een lange klim naar de Col de la Vanoise zal brengen, in het hart van het Parc National aan de voet van de Grande Casse. Vele dagjesmensen worden voorbijgestoken, hogerop wandel ik weer alleen. Ik ben de ochtendvloot voor geraakt. Intussen regent het weer af en toe maar wanneer ik aan het Lac des Assiettes (2469m) aankom, welke volledig droog staat, verschijnt de zon weer en komt Grande Casse (3855m) weer tevoorschijn uit de wolken. Het is nu nog slechts een boogscheut tot aan de Refuge du Col de la Vanoise (2516m).

Het terras zit al vol met dagjesmensen die via het Lac des Vaches hier snel kunnen geraken vanuit Pralognan-la-Vanoise. Binnen is het rustig en bestel ik een crêpe. Weer buiten zet ik mijn weg verder, passeer het Lac Long (2467m) en daal af over het brede pad naar Lac des Vaches. Onderweg weer niets dan dagjesmensen. Het Lac des Vaches (2318m) moet één Lac des Vachesvan de meest gefotografeerde plekjes zijn in de Vanoise, met de Grande Casse op de achtergrond. Een rechtlijnig pad van stenen loopt door het ondiepe meertje, voor de dagjesmensen een grote belevenis zo te zien. Het meertje overgestoken stijg ik weg van het drukke pad en klim naar Col Rosset (2545m) met in het slot weer een steil sneeuwveld. Het plan was om verder nog Pointe du Creux Noir (3155m) te beklimmen maar dat plan laat ik vallen. Opbollende cumuluswolken zweven over, waarin de top van Grande Casse bij momenten verscholen gaat. De typische lucht waarbij je ’s avonds en de eerstvolgende nacht stevig onweer mag verwachten. In de plaats houd ik me bezig met het fotograferen van de uitgebreide verzameling bergbloemen op de Col Rosset. Zelfs edelweiss groeit hier volop.

Grande CasseVlak achter Col Rosset volgt Col Noir (2512m). De afdaling naar het westen haspel ik maar in snel tempo af. Een ferm onweer trekt intussen noordelijk langs, maar hier blijft de zon schijnen. Een stukje loopt het over het kleine skigebied van Pralognan. Tot slot daal ik de laatste 600 hoogtemeters af door het bos. Het dorpscentrum van Pralognan (1404m) door neem ik het pad over GR55 dat me dieper het Vallée de Chavière in brengt. Het is dan nog een klein uur tot ik weer bij Les Ruelles (1725m) aankom na vervelend gezweet in de hitte. ’s Avonds loop ik nog naar de herberg in het piepklein gehuchtje Les Prioux (1711m) en trakteer me op een avondmaal. Terug in de wagen probeer ik goed uit te slapen voor de rit huiswaarts. Veel komt daar niet van in huis want vrijwel heel de nacht is het een komen en gaan van onwederes met bij momenten oorverdovend lawaai van de regen die met bakken uit de lucht valt. Ach, beter nu dan eerder deze week. De volgende ochtend wordt het weer mooi weer na het optrekken van de lage wolken. Ik speel nog even toerist in Pralognan en keer dan weer terug huiswaarts. De Vanoise zijn me erg bevallen, een mooie bergstreek, maar de grote drukte aan dagjesmensen zal me zeker ook bijblijven.

About

U leest het reis- en fotografie weblog van Joery Truyen. Contacteer me via joerytruyen [at] hotmail.com

Flickr

Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 Sarek 2008 

Recent Comments

    Archives